Copyright © 2002 Pamela Roberts
Copyright © 2005 Anne-Marie Mahfouf
Copyright © 2006 Gary Cramblitt
Calligra Sheets is een compleet rekenbladprogramma.
Inhoudsopgave
- 1. Inleiding
- 2. Calligra Sheets: de basis
- 3. Werkbladen opmaken
- 4. Calligra Sheets voor gevorderden
- 5. De sneltoetsen en werkbalken van Calligra Sheets instellen
- 6. Het dialoogvenster van "Calligra Sheets instellen"
- 7. De commando's
- 8. Functies
- 9. Dankbetuigingen en licentie
Dit handboek is opgedragen aan de herinneringen aan Visicalc.
Belangrijk
Zie http://docs.kde.org voor mogelijk nieuwe versies zijn van dit document.
Calligra Sheets is een compleet rekenbladprogramma. Het is een onderdeel van Calligra, het kantoortoepassingenpakket van KDE.
Tot Calligra behoren onder andere ook de applicaties Calligra Words (een tekstverwerker), en Calligra Stage (een presentatieprogramma).
U kunt http://www.kde.org bezoeken voor meer informatie over KDE in het algemeen, of de website van Calligra op http://www.calligra.org
Opmerking
Zoals alles in KDE, is Calligra Sheets op alle mogelijke manieren aan te passen. Dit kan lastig zijn als u probeert de tekst in bijvoorbeeld dit document te vergelijken met wat u in uw eigen (aangepaste) versie van Calligra Sheets ziet. Om de kans op verwarring kleiner te maken raden we u aan om, wanneer u voor het eerst met Calligra Sheets gaat werken, de standaard opties in te stellen in alle pagina's van de instellingendialoog van Calligra Sheets (die u krijgt door → te selecteren).
In dit deel proberen we aan de hand van voorbeelden te laten zien wat een rekenbladprogramma als Calligra Sheets feitelijk doet en waarom het zo'n handig hulpmiddel is in alle gevallen waar u met getallen werkt. Als u al eerder met rekenbladprogramma's gewerkt hebt, kunt u dit gedeelte overslaan.
Allereerst moet Calligra Sheets gestart worden. U kunt dit doen door te klikken op een Calligra Sheets-pictogram (eventueel op het bureaublad of op het paneel) of door → in het de toepassingenstarter te kiezen.

U krijgt eerst de keuze om een nieuw document van een sjabloon te creëren, een bestaand of recent bestand te openen of met een leeg document te beginnen. Klik op het tabblad "Document aanmaken", klik op het pictogram "Algemeen" en selecteer Leeg werkblad. Klik daarna op OK
Als Calligra Sheets de eerste keer wordt gestart, ziet u een werkblad met lege rechthoekige cellen, ingedeeld in rijen en kolommen. Elke rij heeft een nummer en elke kolom heeft een letter. In deze cellen komen straks de gegevens, formules, teksten en grafieken.

Vul nu volgens het voorbeeld hierboven de tekst en de getallen van de eerste 5 rijen in dezelfde cellen op het werkblad in. Voorlopig hoeft u zich nog niets aan te trekken van wat er in de zevende rij staat. Om iets in een cel in te vullen selecteert u de cel door er met de muisknop op te klikken. Typ daarna iets in, en druk op Enter of gebruik de pijltoetsen om met de muisaanwijzer naar een andere cel te gaan.
De gegevens die we ingevuld hebben kunnen een eenvoudig budget voor twee maanden zijn, de verwachte uitgaven voor voedsel, woonlasten, kleding en andere uitgaven. Selecteer nu cel B7 (kolom B, rij 7) en typ het volgende in: =B2+B3+B4+B5 en druk op Enter. Omdat de inhoud van de cel met een = begint, behandelt Calligra Sheets dit als een formule, en berekent deze formule. In dit geval moeten de waarden in de vier cellen B2 tot en met B5 worden opgeteld en de uitkomst van de berekening wordt in cel B7 getoond.
U zou net zo'n formule in cel C7 kunnen intypen, in dat geval zou de formule er zo uitzien: =C2+C3+C4+C5. Een gemakkelijkere methode is om de inhoud van cel B7 te kopiëren en in cel C7 te plakken. Calligra Sheets verandert dan automatisch de celverwijzing van B.. naar C..
Tot nu toe denkt u misschien dat Calligra Sheets niet meer voor u kan doen dan wat u met met potlood en papier of met een rekenmachine zou kunnen. Maar dit is slechts een heel eenvoudig voorbeeld, een eenvoudige berekening met weinig getallen. Zodra de tabel groter wordt en er meer getallen zijn, kunt u de berekeningen veel sneller en nauwkeuriger in een rekenblad doen.
Met een rekenblad kunt u ook “Stel dat...” berekeningen uit laten voeren. Omdat een formule automatisch herberekend wordt zodra één van de waarden waarnaar verwezen wordt verandert, kunt u snel zien wat er met de uitkomst gebeurt wanneer u een waarde verandert. In ons voorbeeld kunt u bijvoorbeeld het effect zien als u bij de kosten voor voedsel in de maand december (C2) een lager bedrag invult. Zo zou u in een werkblad dat het broeikaseffect berekent kunnen zien wat het effect is als de methaanuitstoot met 50 procent vermindert.
U kunt één enkele cel of een rechthoekig gebied van cellen op een werkblad selecteren. De geselecteerde cellen worden weergegeven met een dikke zwarte rand eromheen.
U kunt een enkele cel op één van de volgende manieren selecteren
Klik erop met de muisknop
Voer de celverwijzing in (bijvoorbeeld
B5) in het tekstvak links in de Celbewerker en druk op Enter.Kies → op de menubalk.
U kunt ook in het werkblad navigeren met de pijl-toetsen. Als u op Enter drukt, wordt de celcursor één cel omhoog, omlaag, naar links of naar rechts verplaatst, afhankelijk van de instelling in de pagina voor de Interface in de instellingendialoog van Calligra Sheets.
Als u de Shift-toets ingedrukt houdt terwijl u de pijltoetsen gebruikt, wordt de celcursor naar het begin of eind van het blok cellen dat gegevens bevat verplaatst.
Om een gebied van aaneengesloten cellen te selecteren sleept u met de muis terwijl u de muisknop ingedrukt houdt over de cellen die u wilt selecteren. U kunt ook de verwijzingen van de cel linksboven en de cel rechtsonder (bijvoorbeeld B7:C14) in het tekstvak links in de Celbewerker typen en daarna op Enter drukken, of → op de menubalk kiezen.
U kunt ook een celbereik selecteren door eerst de cel in één hoek van het bereik te selecteren, de Shift-toets in te drukken en met de muisknop de cel in de hoek er diagonaal tegenover te klikken.
Om een aantal niet-aaneengesloten cellen te selecteren klikt u op de eerste cel, houd dan de Ctrl-ingedrukt en klik op de volgende cellen.
Om een gehele rij of kolom te selecteren klikt u met de muisknop op de rijkop (het rijnummer) of op de kolomkop (de kolomletter). Om aangrenzende rijen of kolommen te selecteren sleept u de muis over de gewenste rijnummers of kolomletters terwijl u de muisknop ingedrukt houdt.
Om niet aaneengesloten rijen of kolommen met cellen te selecteren klikt u op het eerste rijnummer of op de eerste kolomletter, en houdt u daarna de Ctrl-toets ingedrukt terwijl u de andere rijen of kolommen met cellen selecteert.
Om gegevens in een cel in te voeren moet u de cel eerst selecteren. Typ de gegevens in en druk op Enter of verplaats de celcursor naar een andere cel met één van de pijl-toetsen. Afhankelijk van hoe de gegevens worden ingevoerd, zal Calligra Sheets die interpreteren als getal, datum, tijd of tekst:
Getallen worden op de gangbare manier ingetypt;
123,-123,456,7of in wetenschappelijke notatie-1,2E-5.De datum wordt volgens de lokale “systeem” opmaak ingevoerd. Deze is ingesteld in het Systeeminstellingen bij → → . Als u bijvoorbeeld de notatie DD/MM/JJJJ gebruikt, moet u
30/03/2012intypen voor 30 maart 2012. Voorloopnullen kunnen bij dagen en maanden weggelaten worden en voor jaren in de huidige eeuw zijn alleen de laatste één of twee cijfers noodzakelijk, bijvoorbeeld9/1/9voor 9 januari 2009.De tijd wordt ook volgens de lokale “systeem”opmaak ingevoerd. Als u bijvoorbeeld de 12-uurs notatie gebruikt, typt u de tijd in als HH:MIN am|pm of HH:MIN:SS am|pm:
9:42 amof10:30:52 pm.Calligra Sheets beschouwt alle ingevoerde gegevens als “tekst” wanneer het de gegevens niet als getal, datum of tijd kan herkennen.
Opmerking
Calligra Sheets zal getallen, data en tijden in een cel gewoonlijk rechts uitlijnen en alle andere gegevens links. Dit kan gemakkelijk zijn om snel te zien of de tijd of de datum in de juiste opmaak is ingevuld. Het is belangrijk te onthouden dat de manier waarop gegevens weergegeven worden veranderd kan worden door de celopmaak te wijzigen.
U kunt de inhoud van een cel bewerken in de Celbewerker op de formulebalk. Druk op Enter of klik met de muisknop op het groene vinkje om de wijzigingen te accepteren, klik op het rode kruisje om de bewerking te annuleren.
Calligra Sheets gebruikt als standaard de celopmaak “Algemeen”. Zolang deze celopmaak gebruikt wordt, herkent Calligra Sheets automatisch het gegevenstype, (Vert.: on?)afhankelijk van de huidige inhoud van de cel. Als u bijvoorbeeld eerst tekst in een cel invoert en daarna een getal in dezelfde cel plaatst, interpreteert Calligra Sheets dit automatisch als een getal. Als u zelf het gegevenstype wilt bepalen, kunt u dit expliciet opgeven in de celopmaak. U kunt de opmaak op elk moment weer veranderen naar “Algemeen”.
Op het eerste gezicht functioneren , en in Calligra Sheets op dezelfde manier als in andere KDE-toepassingen. Als u één of meer cellen selecteert, kunt u daarna of in het menu kiezen of in het contextmenu als u met de muisknop op een cel klikt. U kunt ook de sneltoetsen Ctrl+ C of Ctrl+X gebruiken, daarna de celcursor verplaatsen en kiezen of de sneltoetsen Ctrl+V gebruiken. Er zijn echter subtiele verschillen in deze functies in Calligra Sheets, deze worden hieronder besproken.
Als een cel een formule bevat, wordt de formule zelf gekopieerd en niet het getoonde resultaat. Als een formule een verwijzing naar een andere cel bevat, wordt die verwijzing door te of te en te gewijzigd zodat deze naar de cel verwijst die zich op dezelfde relatieve plaats bevindt als de oorspronkelijke cel. Bijvoorbeeld: als cel A2 de formule =B3 bevat en naar cel C4 gekopieerd wordt, zal de formule in cel C4 =D5 worden.
Dit kan een nogal vreemde manier van kopiëren lijken, maar in 99 procent van de gevallen is het precies wat we nodig hebben (zie absolute celverwijzingen als dit niet het geval is). Bijvoorbeeld, in het onderstaande boodschappenlijstje zou de inhoud van cel D2 =B2 * C2 moeten zijn, van cel D3 =B3 * C3, van cel D4 =B4 * C4, enzovoort. In plaats van in iedere cel een andere formule in te typen, kunt u de eerste formule in D2 intypen, deze naar de cellen eronder kopiëren en het aan Calligra Sheets overlaten om de verwijzingen aan te passen.

In het bovenstaande voorbeeld kan D2 naar alledrie de cellen D3 tot en met D5 gekopieerd worden door D2 te kopiëren en het celbereik D3:D5 te selecteren alvorens te plakken.
Een celbereik kan in één keer geknipt of gekopieerd worden door het bereik te selecteren voordat u gaat knippen of kopiëren. Selecteer de cel in de linkerbovenhoek van het bereik waar u de inhoud wilt plakken vóórdat u de inhoud gaat plakken.
Als u een celbereik, bijvoorbeeld B2:C3 knipt of kopieert, en dat in een groter celbereik plakt, bijvoorbeeld A10:D13, zal de oorspronkelijke inhoud van de cellen herhaald worden om het doelbereik geheel te vullen.
In Calligra Sheets kunt u ook de methode “Slepen en Kopiëren” gebruiken om cellen naar aangrenzende cellen eronder of rechts ernaast te kopiëren. Om deze methode te gebruiken selecteert u de cel(len) die u wilt kopiëren en plaatst u de muiswijzer op het zwarte vierkantje in de rechterbenedenhoek van de geselecteerde cel(len). De muiswijzer verandert in een dubbele pijl. Houd de muisknop ingedrukt terwijl u de geselecteerde cellen versleept. Celverwijzingen in formules worden ook nu weer afhankelijk van hun nieuwe locatie gewijzigd. Absolute verwijzingen worden niet gewijzigd.
Een cel kan tekst, een getal of een formule bevatten, maar ook opmaakinformatie over een speciaal lettertype, een rand of een achtergrond. Calligra Sheets heeft speciale mogelijkheden om te plakken waarmee u deze gegevens op verschillende manieren kunt manipuleren.
→ opent het dialoogvenster Speciaal Plakken. Door wat u wenst links in dit dialoogvenster te kiezen kunt u Alles, alleen Tekst, de Opmaak van de cel, Commentaar in de cel of Alles zonder rand plakken. Met behulp van de onderwerpen in het rechter gedeelte van dit dialoogvenster kunt u eenvoudige rekenkundige bewerkingen uitvoeren op een celbereik.
voegt de gekopieerde cellen in door de cellen, die anders overschreven zouden worden, het juiste aantal rijen of kolommen naar beneden of naar rechts te verplaatsen. Deze methode kan ook gebruikt worden om gehele rijen of kolommen in het werkblad te kopiëren.
Gebruik de Delete-toets of → → om de tekst, het getal of de formule uit de geselecteerde cel(len), rij(en) of kolom(men) te verwijderen zonder andere gegevens te beïnvloeden.
Om alles uit de geselecteerde cel(len), rij(en) of kolom(men) te verwijderen, met inbegrip van commentaar en speciale opmaak, gebruikt u de optie in het menu → , of het contextmenu dat verschijnt wanneer u met de muisknop op een selectie klikt.
Om geselecteerde rij(en) of kolom(men) helemaal te verwijderen gebruikt u de opties of in het contextmenu dat na klikken verschijnt.
Als u met de muisknop op geselecteerde cellen klikt en in het contextmenu selecteert, kunt u kiezen of de andere cellen in het werkblad naar boven of naar links verplaatst zullen worden om de plaats van de verwijderde cellen in te nemen.
Als u nieuwe, lege rijen of kolommen in het werkblad wilt invoegen, selecteert u de rijen of kolommen waar de nieuwe rijen of kolommen moeten komen, klik met de muisknop en kies dan of in het contextmenu.
U kunt nieuwe cellen op het werkblad invoegen door het bereik te selecteren waar de nieuwe cellen moeten komen. Klik daarna met de muisknop en kies in het contextmenu. U kunt dan kiezen of de bestaande cellen in het geselecteerde celbereik naar beneden of naar rechts verplaatst moeten worden om plaats te maken voor de nieuwe cellen.
Als het eerste teken in een cel een is-gelijkteken is (=) beschouwt Calligra Sheets de inhoud van de cel als een formule die berekend moet worden. Het resultaat van de berekening wordt in de cel getoond, niet de formule. Als u bijvoorbeeld =2+3 in een cel typt, ziet u het antwoord: 5.
Van groter nut is, dat een formule verwijzingen naar andere cellen kan bevatten, zodat bij =B4+A3 de som van de waarden in de cellen B4 en A3 berekend wordt. Deze berekening zal opnieuw gedaan worden wanneer de waarde in B4 of A3 veranderd wordt.
Een formule kan zowel een optelling, een aftrekking (-), een vermenigvuldiging (*) en een deling (/) bevatten. Ronde haakjes (( en )) kunnen in berekeningen gebruikt worden, zodat u ook ingewikkelde formules, zoals =((B10 + C3) *5 - F11) / 2 kunt gebruiken.
Cellen die een formule bevatten, worden gemarkeerd met een blauw driehoekje in de linkerbenedenhoek als het keuzevakje Formule-indicator tonen in het dialoogvenster → → gemarkeerd is.
Calligra Sheets beschikt ook over een groot aantal ingebouwde functies voor statistische, goniometrische en financiële berekeningen. Het gebruik hiervan wordt in een later hoofdstuk van dit handboek uitgelegd. U kunt zien welke functies beschikbaar zijn, in het dialoogvenster van het menu .
Voorlopig berekent de SUM()-functie de som van alle waarden in een gespecificeerd celbereik. Bijvoorbeeld =SUM(B4:C10) berekent de som van alle waarden in het celbereik B4 tot en met C10.
Als #VALUE! in een cel verschijnt na het invoeren van een formule, betekent dit dat Calligra Sheets de invoer niet begrijpt, maar als u aan het eind hiervan een rood driehoekje ziet, betekent dit dat de cel niet breed genoeg is om de complete inhoud te tonen. U kunt dan ofwel de cel(len) breder maken, ofwel de cel zo opmaken dat de inhoud in de cel past.
Als u Automatische herberekening in het dialoogvenster, dat verschijnt als u → → kiest, zal Calligra Sheets de waarde in cellen opnieuw berekenen zodra er iets verandert dat invloed op die waarden heeft.
Wanneer u Automatische herberekening niet kiest voor het huidige werkblad, kunt u Calligra Sheets op elk moment de opdracht geven om een herberekening te doen door of in het menu te kiezen, of door de sneltoetsen Shift+F9 of F9 te gebruiken.
In het onderstaande eenvoudige voorbeeld bestaan de gegevens uit de namen en landen van een aantal bergen, samen met hun hoogtes boven de zeespiegel. Calligra Sheets kan dit soort gegevens op verschillende manieren sorteren.

We kunnen de gegevens zo sorteren, dat de namen in alfabetische volgorde staan. Selecteer het bereik dat de gegevens bevat (A2:C7 in dit geval) en kies in het menu . Het dialoogvenster Sorteren wordt geopend.
Het sorteren gebeurt alfanumeriek en is standaard hoofdlettergevoelig, cijfers komen voor hoofdletters, die weer voor kleine letters komen. Cellen met de inhoud Dak, bad, 77 en Bar zullen als volgt gesorteerd worden: 77 Bar Dak bad.
In het richtings-gedeelte in deze dialoog, kunt u selecteren of rijen of kolommen moeten worden geselecteerd. Indien u Eerste rij bevat kolomkoppen of Eerste kolom bevat rijnummers selecteert, worden de eerste rij of kolom niet meegenomen bij de sorteeractie.
De rijen of kolommen worden op de opgegeven manier gesorteerd, die kan worden gewijzigd met de knoppen en . In het voorbeeld in het schermbeeld hierboven, wanneer we kolom B als eerste criterium (sleutel) kiezen en kolom C als tweede, worden de gegevens gesorteerd op land, en voor elk land, op hoogte.
Als u de optie hoofdlettergevoelig uitzet, dan is de sorteeractie onafhankelijk van eventuele hoofdletters. Het sorteren kan Oplopend en Aflopend worden gemaakt door te klikken op de cellen in de kolom Sorteervolgorde.
In het tabblad Details van de dialoog kunt u instellen volgens een aangepaste lijst te sorteren, zoals op januari, februari... in plaats van alfabetisch. De opmaak van de cel wordt tegelijk met de celinhoud verplaatst als u het keuzevakje Celopmaak kopiëren (Randen, kleuren, tekststijl) kiest.
Aan de linkerkant van de statusbalk ziet u standaard een samenvatting van de waarden in de geselecteerde cel(len). Afhankelijk van de instelling van Functie getoond in de statusbalk in de pagina Interface in de instellingen van Calligra Sheets, kan het overzicht één van de volgende waarden hebben:
- Geen
Er wordt geen samenvatting gemaakt.
- Gemiddeld
Toont het gemiddelde van alle waarden in de geselecteerde cellen.
- Tellen
Toont het aantal cellen dat numerieke waarden bevat.
- CountA
Toont het aantal cellen dat geen numerieke waarden bevat.
- Max
Toont de hoogste waarde die voorkomt in de geselecteerde cellen.
- Min
Toont de laagste waarde die voorkomt in de geselecteerde cellen.
- Som
Toont de som van de waarden in de geselecteerde cellen.
De berekeningsmethode kan ook veranderd worden door er met de muisknop op te klikken en een methode te kiezen.
Calligra Sheets slaat het gehele document, dat meer dan één werkblad kan bevatten, als een enkel document op.
Na het aanmaken van een nieuw document, of als u een bestaand document onder een andere naam wilt opslaan, kies dan → . Er verschijnt een standaard KDE-dialoogvenster: Document opslaan als. Kies de map waarin u het document wilt opslaan en vul een naam in bij Naam. Calligra Sheets-documenten worden gewoonlijk automatisch opgeslagen met de extensie .ods, u hoeft dit niet aan de bestandsnaam toe te voegen als u bij Filter Opendocument Rekenblad kiest.
Om het document op te slaan zonder de naam te wijzigen kunt u het menu → gebruiken.
U kunt een Calligra Sheets-document ook met een ander bestandstype opslaan. Dit kunt u kiezen in het keuzemenu Filter.
Wanneer u een gewijzigde versie van een document opslaat, zal Calligra Sheets de voorgaande versie als een reservekopie bewaren en een ~ (tilde) aan het eind van de bestandsnaam toevoegen.
Calligra Sheets kan enige bescherming bieden tegen het verlies van uw werk door een computercrash of als u onverhoopt Calligra Sheets afsluit zonder het document op te slaan. Dit wordt gedaan door automatisch om de zoveel minuten de laatste versie van het document waar u aan werkt onder een andere bestandsnaam op te slaan. De automatisch opgeslagen versie wordt gewoonlijk verwijderd wanneer het document opnieuw wordt opgeslagen, zodat het alleen bestaat als het nieuwer is dan de laatste met de hand opgeslagen versie. Wanneer u een document opent, controleert Calligra Sheets of daarvan een automatisch opgeslagen versie bestaat, en als die er is, kunt u kiezen die versie te openen.
Automatisch opgeslagen documenten krijgen een naam van het type .uwbestandsnaam.autosave (let op de punt aan het begin), spread1.ods krijgt dan de naam .spread1.ods.autosave. U kunt zelf de opties voor het automatisch opslaan instellen inde instellingendialoog.
Als u veel gelijksoortige documenten maakt, kunt u tijd besparen door eerst een sjabloon te creëren en deze als de basis voor de documenten te gebruiken.
Maak eerst een document aan dat alle gebruikelijke elementen bevat en sla dit op als een sjabloon door → te kiezen. Het dialoogvenster Sjabloon maken verschijnt. Typ een naam in voor de sjabloon in het tekstvak Naam en klik op . De volgende keer dat u een nieuw document opent door → te kiezen, of wanneer u Calligra Sheets start, kunt u in de getoonde dialoog kiezen een document met de nieuwe sjabloon aan te maken.
In het dialoogvenster Sjabloon maken kunt u een ander pictogram kiezen dat boven de sjabloonnaam getoond wordt in het opstartdialoogvenster. U kunt ook de sjabloon aan een andere groep toevoegen. De groepen worden als verschillende pagina's in het dialoogvenster getoond.
Sjablonen worden opgeslagen als .kst-bestanden in de map ~/.kde/share/apps/tables/templates/.
Om een werkblad af te drukken kiest u → , het standaard KDE-dialoogvenster Afdrukken verschijnt. Hier kunt u onder ander de printer kiezen, het aantal kopieën, en of alle of alleen geselecteerde pagina's afgedrukt moeten worden.
Standaard zal Calligra Sheets alles dat in het huidige werkblad staat afdrukken, maar u kunt dit beperken door eerst het bereik te selecteren dat u afgedrukt wilt hebben en daarna in het menu → te kiezen.
Calligra Sheets zal net zoveel pagina's afdrukken als nodig is voor alle gegevens in het huidige werkblad. U kunt snel zien hoe het werkblad in afzonderlijke pagina's gesplitst zal worden door → te kiezen. De randen van elke afgedrukte pagina worden in het werkblad gemarkeerd met gekleurde lijnen.
Voor een gedetailleerder overzicht, inclusief kopteksten en voetteksten kunt u → kiezen.
Om het uiterlijk van afgedrukte documenten te verbeteren kunt u het lettertype, de randen en afmetingen van cellen in het werkblad wijzigen. Meer informatie over opmaak kunt u in het hoofdstuk Werkbladen opmaken vinden.
U kunt ook het dialoogvenster Paginaopmaak gebruiken, dit wordt geopend door → te kiezen. In dit dialoogvenster kunt u onder andere de oriëntatie van de afgedrukte pagina's, de paginagrootte (deze moet geschikt zijn voor uw printer) en de marges instellen.
Het submenu Werkblad geeft meer opties. In het deel Afdrukinstellingen kunt u selecteren niet de hulplijnen af te drukken, noch de commentaar- en formuleindicatoren, objecten en grafieken. Het deel Herhalingen op elke pagina maakt het mogelijk geselecteerde kolom(men) en rij(en) op elke afgedrukte pagina te herhalen. In het deel Schalen kunt u een schaalfactor opgeven of het aantal pagina's van de afdruk beperken.
Om de opmaak en het uiterlijk van geselecteerde cel(len), rij(en) en kolom(men) te wijzigen gebruikt u in het menu of in het contextmenu dat verschijnt als u met de muisknop klikt.

Het dialoogvenster Celopmaak verschijnt. Dit dialoogvenster heeft verscheidene tabbladen:

Op het tabblad Gegevensopmaak van het dialoogvenster Celopmaak kunt u bepalen hoe de waarden in de cellen worden weergegeven.
In het bovenste gedeelte van het tabblad kunt u de opmaak van getallen, datum en tijd instellen, in het vak Voorbeeld kunt u het effect van de opmaak zien.
U kunt de opmaak voor een gehele rij of kolom instellen door de rij of kolom te selecteren en daarna het dialoogvenster Celopmaak te openen door met de te klikken.
Opmerking
U kunt de precisie (het aantal decimalen) voor elk getal verhogen in Algemeen, Getal, Procent, Geldbedrag en Wetenschappelijk door op de knop Precisie verhogen in de werkbalk Opmaak te klikken: 
U kunt de precisie (het aantal decimalen) voor elk getal verlagen in Algemeen, Getal, Procent, Geldbedrag en Wetenschappelijk door op de knop Precisie verlagen in de werkbalk Opmaak te klikken: 
- Algemeen
Dit is de standaardopmaak en Calligra Sheets detecteert automatisch het feitelijke gegevenstype van de inhoud van de huidige cel. Standaard lijnt Calligra Sheets getallen, data en tijden rechts uit, en al het overige links.
Als de opmaak Algemeen niet aan uw eisen voldoet, kunt u één van de volgende specifieke opmaaktypen kiezen.
- Getal
De notatie die gebruikt wordt, is de notatie die ingesteld is in Systeeminstellingen in → . Getallen worden standaard rechts uitgelijnd.
- Procent
Als er een getal in de geselecteerde cel staat, en u wijzigt de celopmaak van Algemeen in Procent, wordt het getal met 100% vermenigvuldigd.
Als u bijvoorbeeld 2 intypt en voor de celopmaak Procent kiest, wordt het 200%. Als u de opmaak weer naar Algemeen terugzet, wordt de inhoud van de cel weer 2.
U kunt ook op de knop Procentenopmaak op de werkbalk Opmaak klikken:

- Geldbedrag
De opmaak Geld converteert het getal naar de valutanotatie die ingesteld is in Systeeminstellingen in → → . Het valutasymbool en de precisie zoals die in Systeeminstellingen zijn ingesteld, worden gebruikt.
U kunt ook op de knop Valuta-opmaak op de werkbalk Opmaak klikken om de celopmaak aan te passen aan de huidige muntsoort:

- Wetenschappelijk
De opmaak Wetenschappelijk geeft het getal in de wetenschappelijke notatie weer. Het getal 0.0012 bijvoorbeeld, wordt 1.2E-03. Als u de opmaak terugzet naar Algemeen wordt het getal weer 0.0012.
- Breuk
Met de opmaak Breuk kunt u getallen als breuken laten weergeven. U kunt het type in de lijst aan de rechterkant kiezen, bijvoorbeeld 1/8, 2/16, 1/10, etc. Als de exacte waarde niet in het gekozen type weergegeven kan worden, wordt de dichtstbijliggende waarde genomen. Als u het getal 1,5 bijvoorbeeld in de opmaak Breuk en het type Zestienden 1/16 wilt omzetten, wordt "1 8/16" weergegeven. Dit komt exact overeen met het 1,5. Als u 1,4 als Breuk in het type Zestienden 1/16 wilt omzetten, wordt "1 6/16" weergegeven. Dit is de dichtstbijzijnde waarde die mogelijk is voor zestiende-breuken.
- Datum
Wanneer u een datum invoert, kunt u het beste één van de opmaaktypen gebruiken die in Systeeminstellingen in → → ingesteld is. Hier zijn twee opmaaktypen ingesteld: de datum en de afgekorte datum.
Een willekeurig natuurlijk getal NN wordt omgezet in de datum vanaf 30 december 1899 (die 0 is) waarbij het aantal dagen NN wordt opgeteld. Als er bijvoorbeeld 100 in een cel staat, en u kiest Datumopmaak, wordt de datum "1900-04-09", 100 dagen na 30 december 1899. De begindatum is eigenlijk twee dagen te vroeg, dit was een fout in Lotus 123 en daarna werd dit in Excel overgenomen voor compatibiliteit. Voor datumberekeningen maakt dit niets uit, als u 9 dagen bij 1 november 2000 optelt, is het resultaat 10 november 2000.
Opmerking
Wanneer de inhoud van een cel een Datum is, kunt u deze cel omlaag slepen, net als bij cellen met getallen. De inhoud van de volgende cellen is dan ook een datum, in elke volgende cel een dag erbij.
- Tijd
Hiermee krijgt de cel de opmaak van een tijd. Wanneer u een tijd invoert kunt het beste één van de opmaaktypen gebruiken die bij Tijdindeling in Systeeminstellingen in → is ingesteld. In het dialoogvenster Celopmaak kunt u instellen hoe de tijd weergegeven wordt door één van de beschikbare opties te kiezen. De standaardopmaak is die, die in Systeeminstellingen ingesteld is. Wanneer het getal in de cel niet herkenbaar is als tijd, geeft Calligra Sheets het getal 00:00 weer in de globale opmaak, die is ingesteld in Systeeminstellingen.
- Datum en tijd
Hiermee krijgt de cel de opmaak van een datum en tijd.Wanneer u een tijd invoert kunt het beste één van de opmaaktypen gebruiken die bij Tijdindeling in Systeeminstellingen in → is ingesteld. In het dialoogvenster Celopmaak kunt u instellen hoe de tijd weergegeven wordt door één van de beschikbare opties te kiezen. De standaardopmaak is die, die in Systeeminstellingen ingesteld is. Wanneer het getal in de cel niet herkenbaar is als tijd, geeft Calligra Sheets het getal 00:00 weer in de globale opmaak, die is ingesteld in Systeeminstellingen.
- Tekst
Hierdoor wordt de inhoud van de cel opgemaakt als tekst. Dit kan nuttig zijn als u wilt dat een getal als tekst wordt beschouwd en niet als een getal, bijvoorbeeld in een postcode. Een getal dat als tekst is opgemaakt, wordt links in de cel geplaatst. Als tekst opgemaakte getallen kunnen niet worden gebruikt in berekeningen. Ook wordt de plaats in de cel veranderd.
- Aangepast
In deze versie werkt dit nog niet. Het wordt in de volgende versie ingebouwd.
In het onderste gedeelte van het tabblad Gegevensopmaak kunt u een Voorvoegsel: zoals een €-symbool aan het begin van elk bedrag toevoegen of een Achtervoegsel: zoals $HK aan het eind. U kunt ook instellen hoeveel cijfers er na de komma weergegeven worden, of positieve getallen een plusteken (+) krijgen, en of negatieve getallen in rood weergegeven worden.

Op het tabblad Lettertype kunt u onder andere de Stijl:, de Grootte: en de Kleur: instellen, evenals enkele andere opties zoals onderstreepte of doorgehaalde tekst. In het onderste gedeelte ziet u een Voorbeeldvan de geselecteerde tekstopmaak.
Het standaardlettertype wordt voor alle cellen ingesteld in het menu → met de huidige stijl.
- Stijl:
Hier kunt u de stijl voor het lettertype in de geselecteerde cellen kiezen. Wanneer er cellen met verschillende stijlen geselecteerd zijn, wordt als stijl Variërend (Geen wijziging) vermeld. Als u deze optie kiest, blijven de verschillende stijlen in de geselecteerde cellen zoals ze zijn. Als u bijvoorbeeld Recht kiest, wordt de lettertypestijl voor alle geselecteerde cellen Recht.
- Grootte:
Hier kunt u de grootte voor het lettertype in de geselecteerde cellen kiezen. Wanneer er cellen met verschillende tekengrootten geselecteerd zijn, wordt als grootte (geen getal) vermeld. Als u deze optie kiest, blijven de verschillende grootten in de geselecteerde cellen zoals ze zijn. Als u bijvoorbeeld 14 kiest, wordt de tekengrootte voor alle geselecteerde cellen 14.
- Gewicht:
Hier kunt u het gewicht voor het lettertype in de geselecteerde cellen kiezen. Wanneer er cellen met verschillend gewicht geselecteerd zijn, wordt als gewicht Variërend (Geen wijziging) vermeld. Als u deze optie kiest, blijven de verschillende gewichtinstellingen in de geselecteerde cellen zoals ze zijn. Als u bijvoorbeeld Vet kiest, wordt het gewicht voor alle geselecteerde cellen Vet.
- Tekstkleur:
Hier kunt u de tekstkleur voor de geselecteerde cellen kiezen. Klik op de gekleurde balk om het KDE-dialoogvenster Kleur selecteren te openen, hierin kunt u een andere kleur kiezen.
- Onderstrepen
Als deze optie ingeschakeld is, wordt de tekst in de geselecteerde cellen onderstreept. Standaard is deze optie uitgeschakeld.
- Doorgehaald
Als deze optie ingeschakeld is, wordt de tekst in de geselecteerde cellen doorgehaald. Standaard is deze optie uitgeschakeld.

Op het tabblad Positie kunt u de uitlijning van de tekst in de cel bepalen bij Horizontaal en Verticaal. U kunt de waarde van het Inspringen wijzigen en de tekst verticaal of onder een hoek in plaats van horizontaal zetten.
- Horizontaal
Hier stelt u de horizontale uitlijning van de celinhoud in. Bij de optie Standaard is de uitlijning afhankelijk van de gegevensopmaak. Links, Midden en Rechts lijnen de celinhoud respectievelijk aan de linkerkant, in het midden en aan de rechterkant van de cel uit.
- Verticaal
Hier stelt u de verticale uitlijning van de celinhoud in. Boven, Midden en Onder lijnen de celinhoud aan de bovenkant, in het midden en aan de onderkant van de cel uit.
- Tekstoptie
Deze optie is alleen beschikbaar als de rotatie 0° is. Als u Tekst afbreken inschakelt, wordt de tekst afgebroken zodat deze binnen de oorspronkelijke celgrootte past. Als deze optie uitgeschakeld is, blijft de tekst op één regel.
Als u de optie Verticale tekst inschakelt, wordt tekst verticaal in de cel geplaatst.
- Rotatie
Hier kunt u het aantal graden instellen om de tekst te laten roteren. Positieve waarden laten de tekst tegen de klok in roteren, negatieve waarden met de klok mee.
- Cellen samenvoegen
Het inschakelen van deze optie heeft hetzelfde effect als het menu → . U moet ten minste twee aan elkaar grenzende cellen geselecteerd hebben. Deze cellen worden met elkaar samengevoegd tot één cel.
Wanneer u een samengevoegde cel selecteert en deze optie uitschakelt, worden alle cellen teruggezet naar hun oorspronkelijke grootte. Dit heeft hetzelfde effect als het menu → .
- Inspringen
Instellen van de inspringdiepte die in de cel wordt gebruikt wanneer de acties Meer inspringen/Minder inspringen worden gekozen in de werkbalk. Deze acties zijn niet standaard actief in de werkbalk.
- Celgrootte
Hier kunt u de grootte van de geselecteerde cellen instellen. U kunt de breedte en de hoogte aanpassen of de standaardbreedte en -hoogte gebruiken.

Op het tabblad Rand kunt u de celranden instellen. Als u meer dan één cel geselecteerd hebt, kunt u verschillende stijlen kiezen voor de randen tussen de cellen en de randen om de cellen heen.
Selecteer eerst het patroon en de kleur in het gedeelte Patroon op het tabblad Rand en pas deze toe op verschillende delen van de rand door op de gewenste knop te klikken in het gedeelte Rand of op een van de knoppen in het gedeelte Voorselecteren. Door op de linkerknop in het gedeelte Voorselecteren te klikken kunt u alle randen weer wissen. U kunt ook diagonale lijnen in de cellen aanbrengen.

Op het tabblad Achtergrond kunt u het patroon en de kleur voor de celachtergrond instellen.
Kies eerst het gewenste Patroon en kies daarna de Kleur voor het patroon en de Achtergrondkleur.
Onderop het tabblad kunt u een Voorbeeld zien van de geselecteerde celachtergrond.

p het tabblad Celbeschrming kunt u instellen hoe de inhoud van een cel beschermd wordt.
Alle cellen zijn standaard beschermd (dit betekent dat de celinhoud niet gewijzigd kan worden). Om de celbescherming actief te maken moet u ook het werkblad beschermen door het menu → te kiezen en een wachtwoord op te geven. U kunt ook de formules in cellen verbergen om te voorkomen dat anderen de formule zien. Ook hiervoor moet de bescherming van het werkblad ingeschakeld worden. U kunt de inhoud van cellen verbergen met Alles verbergen en ook hiervoor moet de bescherming van het werkblad ingeschakeld zijn. Meer informatie over deze instellingen kunt u vinden in het hoofdstuk Gevorderd hoofdstuk Calligra Sheets, Beveiliging.
- Alles verbergen
Als deze optie ingeschakeld, is wordt de inhoud van de cel verborgen. Dit heeft alleen effect als het werkblad beschermd is, dit betekent dat het in- of uitschakelen van Alles verbergen alleen effect heeft als een werkblad beschermd is. Het maakt niet uit of de cel zelf al dan niet beschermd is.
Als Alles verbergen ingeschakeld is, zijn de opties Beschermd en Formule verbergen niet beschikbaar, omdat, wanneer het werkblad beschermd is, de celinhoud en de formules beschermd en verborgen worden door de optie Alles verbergen.
- Beschermd
Als deze optie ingeschakeld is, word de celinhoud beschermd. Dit is de standaard. Om de celbescherming actief te maken moet u het gehele werkblad beschermen door het menu → te kiezen. Als cellen beschermd zijn, kan de inhoud ervan niet gewijzigd worden.
- Formule verbergen
Als deze optie ingeschakeld is, blijft de cel en de celinhoud zichtbaar, maar de formule wordt niet op de Formulebalk getoond. Het verbergen van formules wordt pas actief als de bescherming voor het werkblad ingeschakeld is.
- Geen tekst afdrukken
Als u Geen tekst afdrukken inschakelt, wordt de tekst in de cel niet afgedrukt. Standaard is deze optie uitgeschakeld, tekst wordt standaard altijd afgedrukt.
U kunt het uiterlijk van een cel laten veranderen afhankelijk van de waarde van de inhoud. Dit kan nuttig zijn als u Calligra Sheets gebruikt om uw huishoudelijke uitgaven bij te houden, en bijvoorbeeld elke uitgave van meer dan duizend euro wilt markeren.
Selecteer hiervoor eerst de cel(len) en kies dan in het menu . Het dialoogvenster Voorwaardelijke celattributen verschijnt. Hierin kunt u het lettertype en de kleur van de cel wijzigen zodra het bedrag aan één of meer voorwaarden voldoet. De tweede en derde voorwaarden worden alleen toegepast als de waarde niet aan de voorgaande voorwaarden voldoet.
Om voorwaardelijke celattributen van geselecteerde cellen te verwijderen kiest u → in het menu .
Op het tabblad Positie van het dialoogvenster Celopmaak kunt u de grootte van de geselecteerde cel(len) wijzigen. Wanneer u de hoogte van een cel wijzigt, wordt de hoogte van de gehele rij gewijzigd, de breedte van de gehele kolom wordt gewijzigd wanneer u de breedte van een cel wijzigt.
U kunt ook de te wijzigen rij(en) of kolom(men) selecteren, en daarna kiezen: of in het contextmenu dat verschijnt wanneer u met de muisknop klikt, of in het menu → of → .
Wanneer u de muiswijzer op de grenslijn tussen twee rijnummers plaatst in het venster van Calligra Sheets, verandert deze in een dubbele pijl. Houd de muisknop ingedrukt en versleep de grenslijn tussen de twee rijen om de hoogte van de bovenste rij te wijzigen. Op dezelfde manier kunt u de breedte van kolommen wijzigen.
Om de rijhoogte en de kolombreedte op het minimum in te stellen, zodat alle gegevens nog weergegeven worden, selecteert u de gehele rij of kolom. Klik met de op de rij- of kolomkop en kies of in het contextmenu. De afmetingen van de rij of de kolom worden zo klein mogelijk gemaakt. U kunt ook een cel of een celbereik selecteren en in het contextmenu of in het menu kiezen.
U kunt een aantal aangrenzende rijen of kolommen even hoog of breed maken door → → of → → te kiezen.
Het kan soms handig zijn een cel de breedte van twee of meer kolommen of de hoogte van twee of meer rijen te geven. Om dit te doen moet u cellen samenvoegen. Selecteer de cellen die samengevoegd moeten worden en kies daarna het menu → .
Om de cellen weer te splitsen selecteert u eerst de samengevoegde cel en kiest u daarna in het menu .
Een werkblad kan gemakkelijker te lezen worden door de cellen met tussenberekeningen te verbergen, zodat alleen de belangrijke gegevens zichtbaar blijven.
In Calligra Sheets kunt u geselecteerde rijen of kolommen verbergen door de opties en in het menu → of → te kiezen. Verborgen rijen en kolommen worden niet op het scherm weergegeven en worden niet afgedrukt.
Verborgen cellen kunnen ook minder gemakkelijk per ongeluk gewijzigd werden.
Om een verborgen rij of kolom weer te tonen kiest u → of → in het menu . In het dialoogvenster dat verschijnt kunt u de rijen of kolommen kiezen die getoond moeten worden.
U kunt de eigenschappen van het huidige werkblad zien door te rechtsklikken op de tab en Werkbladeigenschappen in het context menu te kiezen of door het menu → → te kiezen. Houd er rekening mee dat u de eigenschappen alleen kunt zien als het werkblad of het document niet beschermd is.
U kunt hier verscheidene eigenschappen voor het huidige werkblad instellen. Klik op om wijzigingen op te slaan, klik op om de standaardinstellingen terug te zetten.

- Opmaakrichting:
Hier kunt u de oriëntatie van het werkblad instellen. Standaard bevindt de eerste kolom zich links. Als u Rechts naar links kiest, komt de eerste kolom aan de rechterkant van het werkblad.
- Nul verbergen
Als deze optie ingeschakeld is, worden cellen die de waarde nul bevatten leeg gelaten.
- Automatische herberekening
Deze instelling bepaalt of formules automatisch opnieuw worden berekend wanneer de waarde in een cel waar zij naar verwijzen verandert.
- Kolom als nummers tonen
Als deze optie geselecteerd is, worden de kolomkoppen genummerd in plaats van met letters aangeduid. Letters zijn de standaard.
- LC-modus gebruiken
Als deze optie geselecteerd is, wordt de celaanduiding aan de linkerkant van de Formulebalk getoond in de LC-modus (bijv. L2C3) in plaats van op de normale manier B3. Dit lijkt op dit moment niet erg nuttig.
- Eerste letter omzetten in hoofdletter
Selecteren van deze optie maakt dat de eerste letter van elke tekst die u intypt automatisch naar een hoofdletter wordt omgezet.
- Raster tonen
Als deze optie ingeschakeld is, wordt het raster (de grijze celranden) getoond. Dit is de standaard. Als u deze optie uitschakelt, wordt het raster verborgen.
- Paginaranden tonen
Indien u deze optie kiest worden de paginaranden van uw huidige werkblad getekend. Standaard is dit niet het geval. Het is nuttig de paginaranden te kunnen zien als u het werkblad wilt afdrukken.
- Formule tonen
Als deze optie ingeschakeld is, toont Calligra Sheets de gebruikte formules in de cellen in plaats van de resultaten.
- Formule-indicator tonen
Als deze optie ingeschakeld is, plaatst Calligra Sheets een blauw driehoekje in de linker benedenhoek van cellen die een formule bevatten. Dit kan nuttig zijn als u deze cellen wilt beschermen.
- Commentaarindicator tonen
Als deze optie geselecteerd is, worden cellen met commentaar gemerkt met een rood driehoekje in de rechter bovenhoek.
Bij het maken van een rekenblad zijn er vaak getallenreeksen in rijen of kolommen nodig, zoals 10, 11, 12.... Er zijn verscheidene manieren waarop u dat in Calligra Sheets kunt doen.
Voor een korte reeks, zoals 5, 6, 7, 8..., is “Slepen en kopiëren” de eenvoudigste methode. Typ de beginwaarde in de eerste cel en de volgende waarde in de aangrenzende cel. Selecteer de twee cellen en plaats de muiswijzer op het zwarte vierkantje in de rechterbenedenhoek; de muiswijzer verandert in een diagonale dubbele pijl. Houd de muisknop ingedrukt terwijl u de muis omlaag of naar rechts sleept.
De stapgrootte wordt berekend als het verschil tussen de twee beginwaarden. Als u bijvoorbeeld 4 in cel A1 en 3,5 in cel A2 intypt en dan de twee cellen selecteert en omlaag kopieert, is de stapgrootte de waarde in A2 min de waarde in A1, in dit geval -0,5. De reeks 4, 3,5, 3, 2,5, 2... is het resultaat.
“Slepen en kopiëren” werkt ook bij reeksen waar de stapgrootte geen constante waarde, maar zelf ook een reeks is. Als u begint met 1, 3, 4, 6 zal "Slepen en kopiëren" de reeks aanvullen tot 1, 3, 4, 6, 7, 9, 10, 12...;,de stapgrootte is in dit geval de reeks 2, 1, 2, 1...
Calligra Sheets herkent ook enkele speciale “reeksen” zoals de dagen van de week. U kunt bijvoorbeeld vrijdag in een cel intypen (let op hoofd- en kleine letters) en omlaag "Slepen en kopiëren". Kies → om te zien welke reeksen er beschikbaar zijn. Hier kunt u ook zelf reeksen aanmaken.
Als u een cel selecteert en in het menu kiest, verschijnt het dialoogvenster Reeksen. In dit dialoogvenster kunt u reeksen aanmaken die te lang zijn voor de methode "Slepen en kopiëren", of om meetkundige reeksen zoals 1, 1,5, 2,25, 3,375... te maken waarin de waarde 1,5 gebruikt wordt als factor.
Als een reeks te ingewikkeld is voor beide voorgaande methoden kunt u een formule gebruiken en die "Slepen en kopiëren". Om bijvoorbeeld een reeks te creëren met de waarden 2, 4, 15, 256..., typt u 2 in cel A1, =A1*A1 in cel A2, en kopieert u cel A2 omlaag.
Calligra Sheets beschikt over een groot aantal ingebouwde wiskundige en andere functies die in formules gebruikt kunnen worden. U vindt ze in het menu . U krijgt zo het dialoogvenster Functie.
Selecteer de gewenste formule in de keuzelijst aan de linkerkant. Op het tabblad Help kunt u een beschrijving, het teruggegeven type, de syntaxis, de parameters en voorbeelden voor deze functie zien. Bovendien zijn er op dit tabblad vaak koppelingen naar gerelateerde functies. Klik vervolgens op de knop met de pijl omlaag om de formule in het tekstvak onderin het dialoogvenster te plakken.
Het tabblad Parameters wordt beschikbaar, hier kunt u de parameter(s) voor de formule invullen. U kunt de waarde voor een parameter in het tekstvak op het tabblad Parameters typen. Om een celverwijzing in plaats van een waarde in te vullen klikt u met de muisknop in het tekstvak op het tabblad Parameters en daarna klikt u met de muisknop in de cel op het rekenblad.
In plaats van het tabblad Parameters te gebruiken kunt u celverwijzingen zoals B6 ook direct in het onderste tekstvak in het dialoogvenster Functie intypen. Als een functie meer dan één parameter heeft, moeten deze gescheiden worden door een puntkomma (;).
Klik op om de functie in de huidige cel in te voegen en het dialoogvenster Functie te sluiten.
U kunt formules natuurlijk ook zonder het dialoogvenster Functie gebruiken door de complete formule in de Celbewerker in de formulebalk te typen. De namen van de functies zijn niet hoofdlettergevoelig. Vergeet niet dat alle formules met een = moeten beginnen.
Aan logische functies zoals IF(), AND(), OR() worden parameters meegegeven die de logische (booleaanse) waarde Waar of Onwaar hebben. Deze waarden kunnen geproduceerd worden door andere logische functies zoals ISEVEN() of door het vergelijken van waarden in cellen met behulp van de vergelijkende symbolen, die in de volgende tabel staan.
| Symbool | Beschrijving | Voorbeeld |
|---|---|---|
| == | Is gelijk aan | A2==B3 is Waar als de waarde in A2 gelijk is aan de waarde in B3 |
| != | Is niet gelijk aan | A2!=B3 is Waar als de waarde in A2 niet gelijk is aan de waarde in B3 |
| <> | Is niet gelijk aan | Is hetzelfde als A2!=B3 |
| < | Is kleiner dan | A2<B3 is Waar als de waarde in A2 kleiner is dan de waarde in B3 |
| <= | Is kleiner dan of gelijk aan | A2<=B3 is Waar als de waarde in A2 kleiner dan of gelijk is aan de waarde in B3 |
| > | Is groter dan | A2>B3 is Waar als de waarde in A2 groter is dan de waarde in B3 |
| >= | Is groter dan of gelijk aan | A2>=B3 is Waar als de waarde in A2 groter dan of gelijk is aan de waarde in B3 |
Als u =IF(B3>B1;"GROTER";"") in een cel intypt, zal GROTER getoond worden als de waarde in B3 groter is dan de waarde in B1, in andere gevallen wordt er niets getoond.
Als een formule een celverwijzing bevat, wordt deze verwijzing gewoonlijk gewijzigd wanneer de cel naar een ander gedeelte van het werkblad gekopieerd wordt. Plaats een $ vóór de kolomletter, het rijnummer, of beide, om de verwijzing niet te laten veranderen.
Als A1 de formule
=D5bevat en naar B2 gekopieerd wordt, zal de formule gewijzigd worden in=E6(standaard).Als A1 de formule
=$D5bevat en naar B2 gekopieerd wordt, zal de formule gewijzigd worden in=D6(de kolomletter wordt niet gewijzigd).Als A1 de formule
=D$5bevat en naar B2 gekopieerd wordt, zal de formule gewijzigd worden in=E5(het rijnummer wordt niet gewijzigd).Als A1 de formule
=$D$5bevat en naar B2 gekopieerd wordt, zal de formule=D5blijven (noch de kolomletter, noch het rijnummer wordt gewijzigd).
Wanneer u een celverwijzing in een formule intypt of bewerkt, kunt u met de sneltoets F4 deze vier mogelijkheden laten rouleren.
Benoemde cellen kunnen op een soortgelijke manier gebruikt worden om een statische celverwijzing in een formule op te nemen.
Soms kan het nodig zijn om een bepaalde waarde bij een aantal cellen op te tellen, of er vanaf te trekken, of om de cellen met een waarde te vermenigvuldigen of erdoor te delen. Met de optie kunt u dit snel en eenvoudig doen.
Vul eerst ergens in een aparte cel op het rekenblad de vervangingswaarde in en deze. Selecteer dan de cellen die u wilt wijzigen, kies in het menu , of in het contextmenu dat verschijnt na klikken met de muisknop. Kies dan Optelling, Aftrekking,Vermenigvuldiging of Deling in het gedeelte Handeling van het dialoogvenster.
U kunt ook verschillende wijzigingswaarden op verschillende rijen of kolommen toepassen door een bereik te kopiëren dat de gewenste wijzigingswaarden bevat voordat u het doelbereik selecteert en kiest. Als u bijvoorbeeld 5 in cel A1 en 10 in cel B1 invult, beide cellen selecteert en , daarna Optelling in de cellen A10 tot en met D15 uitvoert, zal 5 bij A10:A15 en C10:C15 opgeteld worden en zal 10 bij cel B10:B15 en D10:D15 opgeteld worden.
Een wijzigingswaarde kan zowel een formule als een eenvoudige numerieke waarde zijn. Als een formule gebruikt wordt, zal Calligra Sheets de celverwijzingen aanpassen zoals dat bij normaal ook gebeurt.
In Calligra Sheets is het mogelijk formules te gebruiken die resulteren in een matrix of een waardenbereik. Gewoonlijk wordt in een cel alleen de eerste waarde weergegeven. Indien u de gehele matrix wilt laten weergeven, gebruikt u hiertoe Ctrl+Alt+Enter bij het bewerken van een formule, deze wordt dan omgezet in een array-formule, waarmee ook de nodige naburige cellen worden gevuld.
Cellen die deel uitmaken van een array-formule kunnen niet bewerkt worden.
Calligra Sheets kan worden gebruikt om algebraïsche expressies te beantwoorden, zoals x + x^2 = 4 ofwel Voor welke waarde van x is x + x-kwadraat gelijk aan 4?.
Voor dit voorbeeld zou u A2+A2*A2 in A1 kunnen invullen en dan net zo lang een waarde in A2 kunnen proberen tot het resultaat in A1 de waarde 4 voldoende benadert. Een snellere manier is Calligra Sheets automatisch de waarde te laten berekenen met behulp van , die ditzelfde automatisch doet.
Kies in het menu . Er verschijnt een dialoogvenster waarin u de celverwijzing met de doelwaarde (in dit geval A1) bij Cel instellen: invult, de doelwaarde (4) bij Naar waarde: en de celverwijzing die veranderd moet worden (A2) bij Door het veranderen van cel:. Let erop dat u een beginwaarde in de cel die veranderd moet worden ingevuld moet hebben voordat u kunt uitvoeren.
Klikken op de knop in het dialoogvenster Doel zoeken start de berekening. Als een antwoord is gevonden, klikt u op om het resultaat te accepteren of op om de oorspronkelijke waarde te behouden.
Calligra Sheets kan gebruikt worden om kruistabellen te maken met de gegevens uit de huidige tabel.
Deze functie kan worden opgeroepen door in het menu te selecteren. Onderstaand is een voorbeeld van het genereren van een kruistabel.
Veronderstel dat we de volgende gegevens hebben.

We willen een kruistabel naar onze keuze en vereisten maken. We kiezen dus → .
Het dialoogvak dat zal verschijnen stelt de gebruiker in staat om de gegevensbron te selecteren. De gegevens kunnen genomen worden uit het huidige werkblad of uit een externe bron zoals een database of ODS-bestand.

Hier is het dialoogvak dat de gebruiker in staat stelt om de kruistabel aan te passen. De kolom labels in de brongegevens worden geconverteerd naar labels die functioneren als de werkvelden. De labels kunnen versleept en los gelaten worden in een van de drie gebieden (Rijen, kolommen of Waarden) om de kruistabel te genereren. U kunt uw keuzes herstellen met de knop .

In ons voorbeeld, wordt Naam versleept naar Rijen, Categorie naar Kolommen, Score naar Waarden. Gebruikergedefineerde functies zoals som, gemiddelde, maximum, minimum, aantal, etc. kunnen geselecteerd worden uit de lijst met Selectie-opties.
De knop kan gebruikt worden om het filterdialoogvak te openen om de gewenste gegevens te filteren. Met dit vakje kunt u meerdere filters definiëren gebaseerd op het kolomlabel en de relatie er tussen ( of ). Dit zou u zeer veel vrijheid moeten bieden om de uitvoer aan te passen.

Totaal rijen en Totaal kolommen: deze activeren stelt u in staat om automatisch de bijbehorende rijen en kolommen in de kruistabel te totaliseren.
Wanneer u een nieuw, leeg document maakt, zal Calligra Sheets een aantal lege werkbladen aanmaken. Dit aantal is afhankelijk van het gebruikte sjabloon.
→ voegt een nieuw blad aan het document toe.
U kunt ook naar een ander werkblad overschakelen met sneltoetsen: met Ctrl+PageDown krijgt u het volgende werkblad, met Ctrl+PageUp het vorige werkblad.
Werkbladen krijgen standaard de namen Werkblad 1,Werkblad 2... U kunt een werkblad een andere naam geven door met de muisknop op het tabblad te klikken en te kiezen.
Om een werkblad te verwijderen kiest u de optie in het contextmenu dat verschijnt als u met de muisknop op het tabblad van het werkblad dat u wilt verwijderen, klikt.
Met de overige items in het menu → kunt u werkbladen verbergen of tonen op dezelfde manier waarop rijen en kolommen verborgen kunnen worden.
Als u een formule op het ene werkblad naar een cel op een ander werkblad wilt laten verwijzen, moet de celverwijzing beginnen met de naam van het werkblad gevolgd door een uitroepteken (!). Als u bijvoorbeeld =Werkblad2!A2 in een cel op Werkblad 1 typt, zal de waarde in cel A2 op Werkblad 2 gebruikt worden. De namen van de werkbladen zijn hoofdlettergevoelig.
Wanneer u een document hebt dat verscheidene werkbladen bevat met gelijksoortige gegevens voor bijvoorbeeld verschillende maanden in een jaar, kunt u een werkblad toevoegen dat een overzicht bevat van de geconsolideerde (bijv. som of gemiddelde) waarden van de overeenkomende gegevens op de overige werkbladen.
Deze taak kan eenvoudiger gemaakt worden door in het menu te gebruiken.
Door dit menu-item te kiezen wordt het dialoogvenster Consolideren geopend.
Voor elk van de bronwerkbladen vult u een verwijzing naar de gewenste gegevens in bij Referentie: in het dialoogvenster Consolideren. Klik op de knop om de verwijzing aan Ingevoerde referenties: toe te voegen. De verwijzing moet ook de naam van het werkblad met de brongegevens bevatten, zoals bijvoorbeeld januari!A1:A10, dit wordt automatisch gedaan als u het celbereik op het juiste werkblad selecteert.
Wanneer u alle verwijzingen voor de brongegevens ingevoerd hebt, selecteert u op het doelwerkblad de cel waar de linkerbovenhoek van het geconsolideerde resultaat moet komen. Kies daarna de gewenste Functie in de keuzelijst en klik op .
Als u op de knop Details > > klikt en in het dialoogvenster Gegevens kopiëren selecteert, zullen de waarden die het gevolg zijn van het consolideren in de doelcellen worden geplaatst in plaats van de formules waarmee die zijn berekend.
U kunt een grafiek op een werkblad invoegen om een grafisch overzicht van de gegevens te zien.
Activeer eerst de "docker" Figuur toevoegen met het menu-item → .
Selecteer eerst het celbereik met de gegevens en kies dan het menu → . Sleep de muisaanwijzer over het werkblad, met ingedrukte muisknop, en markeer zo een gebied waarbinnen de grafiek moet komen. Dit hoeft u niet erg precies te doen, omdat later de grootte van de grafiek nog heel gemakkelijk kan worden gewijzigd. Wanneer u nu de muisknop loslaat verschijnt er een dialoogvenster voor de grafiekopties.
Het gebied met gegevens is al ingevuld met het geselecteerde celbereik. Selecteer de eerste rij en kolom als verklarende tekst, selecteer Gegevens in rijen en klik op . De dialoog verdwijnt, en de grafiek verschijnt in het werkblad.
Selecteer nu het hu;lpmiddel in de "docker" , en bewerk de eigenschappen van de kaart, zoals type grafiek, verklarende teksten en assen, in Kaart bewerken.

Om een grafiek te verplaatsen, van grootte te veranderen of zelfs te verwijderen gebruikt u het hulpmiddel en klikt u ergens binnen het gebied van de grafiek. De rand er omheen moet nu groen worden, met een klein geel vierkantje op elke hoek en in het midden van elke zijde.
Als u de muiswijzer op één van de vierkantjes plaatst, verandert deze in een dubbele pijl. U kunt nu de grootte van de grafiek wijzigen door een vierkantje te verslepen terwijl u de muisknop ingedrukt houdt. Om de grafiek te verwijderen klikt u met de muisknop op één van de vierkantjes en kiest u .
Om de grafiek te verplaatsen plaatst u de muiswijzer ergens in de grafiek, de muiswijzer verandert in een kruisje. Druk op de muisknop, houd de knop ingedrukt en sleep de grafiek naar de gewenste plaats.
Klik ergens buiten de grafiek wanneer u klaar bent met wijzigen.
Om de opmaak van de kaart zelf te wijzigen klikt u twee keer met de muisknop binnen de kaart. In de "docker" verschijnt nu de optie Kaart bewerken, die u kunt gebruiken om de kaart te wijzigen.
U kunt gegevens vanuit een tekstbestand of vanaf het klembord in een werkblad invoegen door eerst de cel waar het eerste ingevoegde gegeven moet komen, te selecteren en daarna of in het menu → te kiezen.
In beide gevallen gaat Calligra Sheets ervan uit dat de gegevens in CSV-opmaak zijn (Comma Separated Values, is door komma's gescheiden waarden). Er verschijnt een dialoogvenster waarin u kunt regelen hoe de gegevens uit het bestand of van het klembord moeten worden gelezen, en in de cellen van het werkblad moeten worden geplaatst.
Als uw systeem het ondersteunt, kan Calligra Sheets ook gegevens uit een SQL-database in een werkblad invoegen. Selecteer hiervoor het menu → → .
Een cel op een werkblad kan aan een handeling gekoppeld worden zodat wanneer u er met de muisknop op klikt, bijvoorbeeld de webbrowser geopend wordt. Om een koppeling aan een cel toe te voegen kiest u het menu → . Het dialoogvenster Koppeling invoegen verschijnt, hierin kunt u kiezen uit vier verschillende koppelingen:
Een Internet-koppeling zal uw webbrowser openen met de URL die in het tekstvak Internetadres van het dialoogvenster Koppeling invoegen is ingevuld. Bijvoorbeeld
http://www.calligra.org.Wanneer u op een cel met een E-mail-koppeling klikt, wordt uw e-mailprogramma geopend met het adres dat in het tekstvak E-mail: is ingevuld als het Aan: adres. Bijvoorbeeld
anon@example.com.Een cel met een Bestand-koppeling bevat het pad naar een bestand of een map, zoals ingevuld in het tekstvak Bestandslocatie:. Wanneer u erop klikt zal het bestand of de map geopend worden in een daarvoor geschikte toepassing.
Een cel met een koppeling naar een Cel bevat een Calligra Sheets-verwijzing naar een cel, zoals is ingevuld in het tekstvak Cel of benoemd gebied. Wanneer u met de muisknop op dergelijke cel klikt, zal Calligra Sheets de cursor naar de doelcel verplaatsen.
In elk van de vier typen cellen die een koppeling bevatten, moet een geschikte tekst staan, die is ingevuld in het tekstvak Te tonen tekst in het dialoogvenster Koppeling invoegen. Dit is de tekst die in de cel wordt getoond.
Calligra Sheets kan automatisch de geldigheid van ingevoerde gegevens aan de hand van een aantal criteria controleren en een foutmelding tonen als de gegevens ongeldig zijn.
Om deze functie in te schakelen selecteert u de cel(len) die gecontroleerd moeten worden en daarna kiest u het menu → . Calligra Sheets opent het dialoogvenster Geldigheid, dat drie tabbladen heeft.
Op het tabblad Criteria kiest u het geldige gegevenstype in de keuzelijst Toestaan. U definieert de geldige waarden door één van de opties in de keuzelijst Gegevens te selecteren en de toegestane waarde(n) in een of beide tekstvak(ken) in te vullen.
In het tabblad Foutmelding kunt u het type van de melding kiezen (, of ) dat getoond wordt bij ongeldige invoer. U kunt hier ook de titel en de tekst van de melding instellen.
Deze functie controleert alleen gegevens die in de cel ingevoerd worden. Het controleren van resultaten van formulecellen wordt beschreven in Voorwaardelijke celattributen.
Wanneer een document beschermd is, moet het wachtwoord ingevoerd worden om werkbladen te kunnen toevoegen of verwijderen. Individuele cellen worden niet beschermd door een document te beschermen.
Kies het menu → . Er verschijnt een dialoogvenster waarin uw wachtwoord wordt gevraagd. In Sterkte van wachtwoord: kunt u zien of uw wachtwoord veilig genoeg is. Hoe langer de indicator, hoe veiliger uw wachtwoord.

Dat wachtwoord is nodig om de bescherming van het document op te heffen.

Wanneer een document beschermd is, kunt u geen:
Werkblad hernoemen
Werkblad invoegen
Werkblad verwijderen
Werkblad verbergen
Werkblad tonen
De werkbladeigenschappen zien
Cellen samenvoegen en losmaken
Wanneer een werkblad beschermd is, betekent dit dat de inhoud van alle beschermde cellen en objecten in dat werkblad beschermd worden. Van cellen of celbereiken op een beschermd werkblad kan de bescherming opgeheven worden, zie het volgende gedeelte.
Om een werkblad te beschermen kiest u het menu → . Er verschijnt een dialoogvenster waarin u een wachtwoord kunt intypen. Bij Sterkte van wachtwoord: kunt u zien of uw wachtwoord veilig genoeg is. Hoe langer de indicator, hoe veiliger uw wachtwoord is.
Dat wachtwoord is nodig om de bescherming van het werkblad op te heffen.
Wanneer een werkblad beschermd is, kunt u geen:
Object of grafiek invoegen
Cellen opmaken
Rijen of kolommen invoegen
Inhoud van cellen bewerken en wijzigen
Wijzigingen aan het werkblad maken
Opmerking
Het beschermen van een werkblad kan vooral nuttig zijn om te voorkomen dat formules per ongeluk verwijderd worden.
Waarschuwing
Alle cellen zijn standaard beschermd, maar de bescherming wordt pas actief wanneer de bescherming van het werkblad ingeschakeld wordt. Als u de standaardinstellingen aanhoudt, hoeft u alleen het werkblad te beschermen om alle cellen te beschermen.
Als u alleen bepaalde cellen wilt beschermen moet deze standaardbescherming voor alle andere cellen uitgeschakeld worden. U zou het bijvoorbeeld mogelijk willen maken dat in de meeste cellen gegevens ingevoerd kunnen worden (hiervoor moet u de optie Beschermd uitschakelen), maar dat sommige cellen (zoals titels) niet gewijzigd kunnen worden. Er zijn drie stappen nodig om de bescherming voor slechts enkele cellen in te schakelen: de bescherming voor alle cellen opheffen; de cellen die wel beschermd moeten worden selecteren en beschermen; het werkblad beschermen.
Om de bescherming van alle cellen op te heffen:
Selecteer het gehele werkblad met de muis.
Kies het menu → .
In het dialoogvenster klikt u op het tabblad Celbescherming.
Schakel alles verbergen in en schakel Beschermd uit om de bescherming van alle cellen op te heffen. De cellen zijn nu allemaal onbeschermd.
Om een aantal al dan niet aaneengesloten cellen te beschermen:
Selecteer de cellen die u wilt beschernmen. Gebruik de Ctrl-toets om niet-aaneengesloten cellen te selecteren.
Wanneer alle gewenste cellen geselecteerd zijn kiest u het menu → .
In het dialoogvenster klikt u op het tabblad Celbescherming.
Schakel de bescherming in door het keuzevakje Beschermd te markeren en klik daarna op .
Zodra de cellen gemarkeerd zijn om beschermd te worden, moet de bescherming voor het werkblad ingeschakeld worden om de bescherming voor de cellen te activeren.
Kies het menu → .
Er verschijnt een dialoogvenster. Typ hier een veilig wachtwoord in, typ het nogmaals in bij "Verificatie" en klik daarna op .
Beschermde cellen in een beschermd werkblad kunnen niet bewerkt worden zonder eerst de bescherming van het werkblad op te heffen. Andere wijzigingen aan het werkblad zijn ook niet mogelijk. Er kunnen bijvoorbeeld geen rijen of kolommen ingevoegd worden, de kolombreedte of rijhoogte kan niet gewijzigd worden en er kunnen geen grafieken ingevoegd worden.
In bepaalde gevallen wilt u misschien de formules op een werkblad verbergen, zodat anderen ze niet kunnen zien. Standaard is elke cel beschermd, maar niet verborgen. Het is van belang om te onthouden dat deze opties pas effectief worden als het werkblad zelf beschermd is.

Om de formule in een of meer cellen te verbergen selecteert u de cellen (houd Ctrl ingedrukt om niet-aaneengesloten bereiken te selecteren) en kiest u het menu → . Klik op het tabblad Celbescherming en schakel de optie Formule verbergen in. Nadat u het werkblad beschermd hebt, zijn de resultaten van de formules zichtbaar, maar de formules zelf niet.
Nu moet het werkblad beschermd worden: kies het menu → . Typ een veilig wachtwoord in om te voorkomen dat anderen de bescherming van het werkblad kunnen opheffen.
Wanneer Formule verbergen ingeschakeld en Beschermd uitgeschakeld is, wordt de formule verborgen als het werkblad beschermd is, maar de inhoud van de cel kan wel gewijzigd woren.

Wanneer Formule verbergen en Beschermd ingeschakeld zijn, wordt de formule verborgen als het werkblad beschermd is, en de inhoud van de cel kan niet gewijzigd woren.

Vergeet niet dat het vrij eenvoudig is om het wachtwoord van een beschermd werkblad te kraken. Deze oplossing biedt dus geen garantie op complete beveiliging.
U kunt zowel de formule als de inhoud van de cel verbergen door Alles verbergen op het tabblad "Celbescherming" in te schakelen. (Menu → . In de schermafdruk hieronder is de cel zelf niet beschermd (Beschermd is niet ingeschakeld), de inhoud van de cel kan dus gewijzigd worden.

Hier is de cel zelf beschermd, zodat de inhoud niet gewijzigd kan worden.

U kunt een cel of een celbereik een naam geven, bijvoorbeeld inkomsten, door de cel of het celbereik te selecteren en daarna te kiezen in het menu dat verschijnt wanneer u met de muisknop klikt. In het dialoogvenster Bereiknaam kunt u een naam intypen.
U kunt ook een cel of een bereik selecteren en de naam in het tekstvak dat de celverwijzing bevat, links op de formulebalk, intypen.
Als u hier een naam intypt die al in gebruik is zal Calligra Sheets de cursor naar die benoemde cel(len) verplaatsen.
Het menu → opent een lijst van reeds bestaande namen en laat u focus van Calligra Sheets naar elk van hen wijzigen of een naam verwijderen.
Benoemde cellen kunnen nuttig zijn als een alternatief voor absolute celverwijzingen omdat de namen gebruikt kunnen worden in plaats van de gewone celverwijzingen. De namen veranderen niet wanneer de cel die de formule bevat gekopieerd wordt. Wanneer een naam in een formule gebruikt wordt moet deze ingesloten worden in enkele aanhalingstekens.
Als cel A1 bijvoorbeeld de naam hond heeft, kunt u een formule als ='hond' + 2 in een andere cel invoeren, die altijd 2 bij de waarde in cel A1 optelt, onafhankelijk waar de formulecel naartoe wordt gekopieerd.
Onthoud dat celnamen en bereiknamen behandeld worden alsof ze alleen kleine letters bevatten.
Een cel kan een commentaar bevatten dat niet direct zichtbaar is, maar wel zichtbaar gemaakt kan worden. Commentaren worden niet afgedrukt.
Om een commentaar toe te voegen selecteert u de cel en kiest u in het contextmenu dat verschijnt wanneer u met de muisknop op de cel klikt, of u kiest het menu en typt u uw commentaar in in het dialoogvenster Celcommentaar dat verschijnt.
Om commentaar te zien plaatst u de muiswijzer boven de cel. Dit commentaar wordt in een tekstballon getoond.
Als u het keuzevakje Commentaarindicator tonen in het dialoogvenster Werkbladeigenschappen markeert, worden de cellen die een commentaar bevatten geaccentueerd met een rood driehoekje in de rechterbovenhoek.
Dit dialoogvenster kunt u openen door met de muisknop op de werbladtab onderin het venster te klikken en in het contextmenu te kiezen. U kunt het openen door → in het menu te kiezen.
Om een commentaar uit een cel te verwijderen kiest u in het contextmenu dat verschijnt wanneer u met de muisknop op de cel klikt, of u kiest het menu → → .
Om de sneltoetsen van Calligra Sheets te wijzigen kiest u het menu → . Er verschijnt een dialoogvenster zoals hieronder te zien is.

Zoek in de keuzelijst naar de actie waaraan u een sneltoets wilt toewijzen of waarvan u die wilt wijzigen. Selecteer de actie door met de muisknop op de naam te klikken. U kunt de actie snel vinden als u de naam van de actie in de zoekbalk boven intypt . U kunt daarna de sneltoetsen wijzigen met behulp van de keuzerondjes Geen, Standaard of Aangepast.
U kunt nu de toetsencombinatie indrukken die u als sneltoetsen wilt gebruiken, bijvoorbeeld Ctrl+Shift+S.
Calligra Sheets heeft zes werkbalken: Bestand, Bewerken, Navigatie, Opmaak, Lettertype en Kleur/Rand. Elk van deze werkbalken kan wel of niet zichtbaar zijn, afhankelijk van de gemaakte keuze in het menu .
Als de werkbalken niet vergrendeld zijn, kunt u kiezen of een werkbalk , , , of in het venster van Calligra Sheets geplaatst wordt. Klik met de muisknop op de werkbalk om het Werkbalkmenu te openen en kies dan in het submenu . Het Werkbalkmenu heeft ook submenus waarin u kunt kiezen of pictogrammen of tekst of allebei op de werkbalken getoond worden, en waarin u de grootte van de pictogrammen kunt kiezen.
U kunt een werkbalk ook met behulp van de muis verplaatsen. Plaats de muiswijzer op de twee verticale strepen aan het linker uiteinde van de werkbalk, houd de muisknop ingedrukt terwijl u de werkbalk naar een andere plaats versleept. Wanneer u de muisknop op enige afstand van een vensterrand van Calligra Sheets loslaat, wordt de werkbalk in een zwevend venster geplaatst. Dit venster kan dan overal naar toe worden verplaatst, ook buiten het venster van Calligra Sheets. Om een zwevend venster weer op één van de standaardposities te plaatsen klikt u met de muisknop op de titelbalk, in het Werkbalkmenu kiest u en daarna één van de opties.
Waneer u in het menu kiest, verschijnt er een dialoogvenster waarin u knoppen kunt toevoegen aan of verwijderen van de werkbalken van Calligra Sheets.
In het dialoogvenster Werkbalken instellen kiest u eerst een werkbalk in de keuzelijst Werkbalk:. In het rechterpaneel, Huidige acties:, ziet u de lijst met knoppen die op de werkbalk aanwezig zijn. U kunt een knop verwijderen door erop te klikken en daarna op de knop met de pijl naar links te klikken. U kunt de knop verplaatsen door op de knoppen met de pijl omhoog en omlaag te klikken. Om een nieuwe knop aan de werkbalk toe te voegen kiest u een actie in het linkerpaneel, Beschikbare acties:, en klikt u daarna op de knop met de pijl naar rechts.
Als u het menu → kiest, verschijnt er een dialoogvenster met verscheidene pagina's, die u door op de pictogrammen te klikken kunt openen en waarin u veel instellingen van Calligra Sheets kunt wijzigen.

- Cursorbewegingen na indrukken van Enter:
Wanneer u op de Enter-toets drukt, zal de muisaanwijzer een plaats naar Omlaag, Omhoog, Rechts, Links of Omlaag, eerste kolom of Geen gaan, afhankelijk van de instelling in deze keuzelijst.
- Getoonde functie in de statusbalk:
In deze keuzelijst kunt u de berekening kiezen die gebruikt wordt voor de Samenvatting in de statusbalk.
- Eenheid:
Kies de standaard eenheid voor gebruik in de werkbladen.
- Inspringen:
Stelt in hoe ver moet worden ingesprongen in een cel, als u Meer inspringen/Minder inspringen kiest in de werkbalk. Deze acties zijn niet standaard in de werkbalk aanwezig.
- Alle navigatietoetsen vangen bij het bewerken
Vangt alle navigatietoetsen, bijv. de pijltjestoetsen, page up/page down, de tab-toetsen, wanneer een cel met de ingebouwde celbewerker wordt bewerkt. De ingebouwde celbewerker is die die direct in de cel verschijnt. Indien gevangen dienen de toetsen voor de navigatie in de bewerker, en anders voor de navigatie in het werkblad.
In het deel Kleuren kunt u de kleur kiezen van het raster van het werkblad. Als u dit raster helemaal niet wenst, maakt u Raster tonen inactief in de dialoog van → → .
In dit deel kunt u ook de kleur kiezen voor de markeringslijnen die de paginaranden aangeven in de afdruk, wanneer in het menu geactiveerd is.
Selecteer Aangepast in de huidige kleur om de standaard dialoog Kleur kiezen van KDE te tonen.
- Raster
Klik hierop om de rasterkleur te wijzigen, bijv. de kleur van de celranden.
- Paginaranden
De paginaranden worden zichtbaar als u → inschakelt. Klik op de gekleurde balk om de standaardkleur, rood, door een andere kleur te vervangen.

- Aantal bestanden in lijst recent geopende bestanden:
Bepaalt het aantal bestandsnamen dat getoond wordt wanneer u het menu → kiest.
- Automatisch opslaan iedere:
Hier kunt u een tijdinterval voor het automatisch opslaan instellen. U kunt deze functie uitschakelen met Niet automatisch opslaan (door de minimum waarde te selecteren).
- Reservekopiebestand aanmaken:
Markeer het keuzevakje als u wilt dat er reservekopieën gemaakt worden. Standaard is deze optie al ingeschakeld.

Op deze pagina kunt u het gedrag van de spellingcontrole van Calligra Sheets instellen.
Voor verdere informatie kunt u de documentatie in Spellingcontrole raadplegen.
- → (Ctrl+N)
Maakt een nieuw bestand aan.
- → (Ctrl+O)
Opent een bestaand bestand.
- →
Opent een lijst van recentelijk gebruikte bestanden, u kunt hier het bestand kiezen dat u wilt openen.
- → (Ctrl+S)
Slaat het document op.
- →
Het huidige document opslaan met een nieuwe naam of bestandstype. Indien u die wilt behouden kunt u het document
- →
Laadt het document opnieuw.
- →
Importeert andere documenten.
Tabellen met gegevens worden vaak bewaard in tekstbestanden, met op de regels waarden, gescheiden door een komma, spatie, tabpositie of een ander karakter. Bijvoorbeeld 123, 456, 789, abcd, efgh. Zulke bestanden noemt men gewoonlijk called “CSV”-bestanden (Comma Separated Values, door komma's gescheiden waarden), ook al wordt een ander scheidingsteken gebruikt.
Indien u in Calligra Sheets een tekstbestand opent, wordt aangenomen dat dit een CSV-bestand is. Er wordt dan een dialoog geopend waarin u kunt opgeven welk scheidingsteken in dit bestand wordt gebruikt, en waarin wordt getoond hoe de gegevens in de cellen van het rekenblad zullen worden geplaatst.
Met andere opties in deze dialoog kunt u de Opmaak van de cellen in het rekenblad instellen, opgeven of de aanhalingstekens van teksten moeten worden weergegeven, en ook of de eerste regel(s) van het bestand moeten worden genegeerd.
- →
Slaat een document op in één van de ondersteunde bestandstypen. Het huidige document wordt niet vervangen door het geëxporteerde bestand.
- →
Verzendt het bestand als een e-mailbijlage.
- →
Maakt een Calligra Sheets-sjabloon dat gebaseerd is op dit document.
- → (Ctrl+P)
Drukt het document af.
- →
Toont een voorbeeld van het document zoals het afgedrukt zal worden.
- →
Opent een dialoogvenster waarin informatie over het document en de auteur ingevuld kan worden.
- → (Ctrl+W)
Sluit het huidige document, maar sluit Calligra Sheets niet af.
- → (Ctrl+Q)
Sluit Calligra Sheets af.
- → (Ctrl+Z)
Maakt de laatste handeling ongedaan.
- → (Ctrl+Shift+Z)
Voert de laatste handeling opnieuw uit.
- → (Ctrl+X)
Plaatst de geselecteerde items op het klembord en verwijdert ze uit het document. Als u hierna kiest, worden de items op de nieuwe plaats ingevoegd.
- → (Ctrl+C)
Kopieert de geselecteerde items naar het klembord.
- → (Ctrl+V)
Plakt de inhoud van het klembord in de geselecteerde cellen.
- →
Plakt items op een speciale manier. Meer informatie kunt u vinden bij Overige methoden om te plakken en Berekeningen met speciaal plakken.
- →
Verplaatst de inhoud van de geselecteerde cellen naar rechts of omlaag en plakt de items van het klembord in de geselecteerde cellen.
- →
Vult de geselecteerde cellen met de waarde uit de eerste itemgroep. Alle vier de richtingen worden geaccepteerd. Onthoud dat "itemgroep" de eerste waarden in de vulrichting zijn. Als naar links gevuld wordt, is de eerste itemgroep de laatste kolom van de selectie.
- → (Ctrl+F)
Zoekt in cellen naar de opgegeven tekst.
- → (F3)
Zoekt in volgende cellen naar de opgegeven tekst.
- → (Shift+F3)
Zoekt in voorgaande cellen naar de opgegeven tekst.
- → (Ctrl+R)
Zoekt en vervangt opgegeven tekst in cellen.
- →
Verwijder of , , , of uit geselecteerde cellen.
- →
Wis , , of .
- → (F2)
Plaatst de tekstcursor in de geselecteerde cel zodat u deze kunt bewerken.
- →
Commentaar toevoegen of wijzigen.
- →
Opent een dialoogvenster waarin u een functie kunt kiezen. Meer informatie kunt u vinden in Formules.
- →
Opent een dialoogvenster waarin u de parameters voor een reeks kunt instellen. Meer informatie kunt u vinden in Reeksen.
- →
Opent een dialoogvenster waarin u gegevens voor koppelingen kunt instellen. Meer informatie kunt u vinden in Cellen koppelen.
- →
Opent een dialoogvenster waarin u een speciaal teken kunt selecteren om in de cel in te voegen.
- →
Voegt gegevens in Vanuit database..., Vanuit tekstbestand... of Vanaf het klembord.... Meer informatie kunt u vinden in Externe gegevens invoegen.
- → (Alt+Ctrl+F)
Opent een dialoogvenster waarin u de opmaak van de geselecteerde cellen kunt wijzigen. Meer informatie kunt u vinden in Werkbladen opmaken.
- →
Opent een dialogvenster waarin u stijlen kunt creëren, wijzigen of verwijderen.
- →
Past een stijl toe op de geselecteerde cellen. Kies het menu → om stijlen te creëren, te wijzigen of te verwijderen.
- →
Creëert een nieuwe stijl van de opmaak van de geselecteerde cel. Kies het menu → om stijlen te creëren, te wijzigen of te verwijderen.
- →
Past een voorgedefinieerde opmaak toe op de geselecteerde cellen. Er verschijnt een dialoogvenster waarin u kunt kiezen uit twee voorbeelden.
- →
Voegt de geselecteerde cellen samen.
- →
Splitst eerder samengevoegde cellen.
- →
Past de rijhoogte en kolombreedte aan zodat de inhoud van de geselecteerde cellen correct weergegeven wordt.
- →
Wijzigt de rijhoogte, maakt rijen even hoog, toont of verbergt rijen.
- →
Wijzigt de kolombreedte, maakt kolommen even breed, toont of verbergt kolommen.
- →
Verbergen, tonen werkblad, of instellen van gevorderde werkbladeigenschappen.
- →
Opent een dialoogvenster waarin u de indeling van de pagina kunt instellen.
- →
Definieert of wist een afdrukbereik.
- →
Opent een dialoogvenster waarin u de sorteercriteria kunt instellen. Meer informatie kunt u vinden in Gegevens sorteren.
- →
Interpreteert tekst in de geselecteerde cellen als CSV-gegevens en plaatst elk item in een eigen cel in de rij.
- → (Ctrl+Shift+G)
Opent de dialoog Benoemde gebieden voor het selecteren, toevoegen, bewerken en verwijderen van benoemde gebieden. Zie Benoemde cellen en gebieden voor nadere details.
- →
Consolideert gegevens. Meer informatie kunt u vinden in Gegevens consolideren.
- →
Open een dialoogvenster waarin u verscheidenen opties voor subtotalen kunt instellen.
- →
opent een dialoogvenster waarin u criteria voor geldigheid van invoer en foutmeldingen voor de geselecteerde cellen kunt instellen en wijzigen. Meer informatie kunt u vinden in Geldigheid controleren.
- →
Opent het dialoogvenster "Doel zoeken"/ Meer informatie kunt u vinden in Doel zoeken.
- →
Opent het dialoogvenster "Kruistabel instellen"/. Zie Kruistabel voor details.
- →
Controleert de spelling van tekst op het werkblad.
- →
Bekijken of aanpassen van de voor Calligra Sheets bekende speciale woorden. Deze lijst kan worden gebruikt om speciale reeksen in het werkblad in te voegen.
- →
Beschermt een werkblad met een wachtwoord. Er verschijnt een dialoogvenster waarin u een wachtwoord kunt intypen, dit wachtwoord hebt u nodig om de bescherming van het werkblad weer op te heffen. In een beschermd werkblad zijn alle cellen beschermd, dit betekent dat de opmaak en de inhoud van de cellen niet gewijzigd kunnen worden.
- →
Beschermt het gehele document met een wachtwoord. Er verschijnt een dialoogvenster waarin u een wachtwoord kunt intypen, dit wachtwoord hebt u nodig om de bescherming van het werkblad weer op te heffen. In een beschermd document kunt u geen werkbladen hernoemen, invoegen of verwijderen. De bescherming van een document geldt niet voor de individuele werkbladen.
- → (Shift+F9)
Berekent de formules op het huidige werkblad opnieuw.
- → (F9)
Berekent de formules op alle werkbladen opnieuw.
- →
U kunt hier een extern script kiezen dat in Calligra Sheets wordt uitgevoerd. In Calligra Sheets kunnen scripts in JavaScript, Python en Ruby worden uitgevoerd. Standaard voorbeelden van scripts kunt u vinden in het submenu → .
- →
U kunt hier het script uitvoeren voor het exporteren of importeren van gegevens in diverse formaten, uw Calligra Sheets-log opslaan in een bestand, Orca spraak gebruiken voor de toegankelijkheid, Python- en Rubyscripts verbeteren, of functies toevoegen voor het tonen van beurskoersen of het weer. U kunt zelfs enkele R-functies gebruiken (de RPy module moet hier voor worden geïnstalleerd).
- →
Opent het dialoogvenster Scriptbeheer, hierin kunt u scripts uitvoeren, laden, vrijgeven, installeren en meer scripts ophalen.
- →
Opent de dialoog Optimaliseerder van functies waar u een functiecell voor een object kunt kiezen, optimalisatiedoel (Maximaliseren, Minimaliseren of de Waarde) kan invoeren en een set van cellen met beslissingsparameters.
- →
Toon of verberg de werkbalken: Bestand, Bewerken, Navigatie, Lettertype,Opmaak en Kleur/Rand.
- →
Toont of verbergt de statusbalk. Op de statusbalk vindt u extra informatie over geselecteerde items en directe berekeningen van de geselecteerde cellen.
- →
Toont of verbergt de tabbladenbalk. Alle werkbladen van het document zijn toegankelijk via de tabs op deze balk.
- →
Configureren van de sneltoetsen voor Calligra Sheets. Zie Sneltoetsen instellen voor verdere details.
- →
Opent een dialoogvenster waarin u de werkbalken kunt instellen. Meer informatie kunt u vinden in Werkbalken instellen.
- →
Kies het kleurthema voor het venster van Calligra Sheets. U kunt een van de voorgedefinieerde kleurschema's kiezen of selecteren om Systeeminstellingen module voor kleurselectie.
- →
Stel het auteurprofiel voor het huidige document in. U kunt een van de profielen kiezen gedefinieerd met Calligra Sheets instellingenvenster, zoals gedefinieerd door Systeeminstellingen gegevens- of blanco profiel die uw privacy kan waarborgen.
- →
Meldingensysteem van Calligra Sheets instellen. Er zijn geen acties waarover u geïnformeerd kunt worden in de huidige versie van Calligra Sheets.
- →
Algemene instellingen voor Calligra Sheets. Zie Calligra Sheets instellen voor verdere details.
- →
Roept het handboek van Calligra Sheets op (dit document).
- → (Shift+F1)
Verandert de muiscursor in de combinatie pijltje en vraagteken. Het klikken op items in Calligra Sheets zal een tekstballon tonen (als er een beschikbaar is voor dat specifieke item) met een omschrijving van de functie van dat item.
- →
Opent het bugrapport-dialoogvenster waar u een een bug kunt melden of een “suggestie” kunt indienen die deze toepassing beter, handiger of nuttiger zou kunnen maken.
- →
Deze optie zal informatie over de versie en de auteurs tonen.
- →
Dit zal de KDE-versie en andere standaardinformatie tonen.
In dit gedeelte worden de items van het contextmenu beschreven. Dit menu verschijnt wanneer u met de muisknop op geselecteerde cellen, rijen of kolommen klikt.
- (Ctrl+Alt+F)
Opent een dialoogvenster waarin u de opmaak van de geselecteerde cellen kunt wijzigen. Meer informatie kunt u vinden in Werkbladen opmaken.
- (Ctrl+X)
Plaatst de geselecteerde items op het klembord. Als u hierna Plakken selecteert worden de items verplaatst van de oorspronkelijke naar de nieuwe plaats.
- (Ctrl+C)
Kopieert de geselecteerde items naar het klembord.
- (Ctrl+V)
Plakt de inhoud van het klembord in de geselecteerde cellen.
Plakt items op een speciale manier. Meer informatie kunt u vinden bij Overige methoden om te plakken en Berekeningen met speciaal plakken.
Plakt de inhoud van het klembord in de geselecteerde cellen, de bestaande cellen worden opgeschoven on ruimte te maken.
De inhoud van geselecteerde cellen wissen.
Wijzigt de rijhoogte en de kolombreedte om de inhoud van de cellen in het geheel te kunnen tonen.
Past de standaardopmaak toe op de geselecteerde cellen.
Opent een dialoogvenster waarin u een naam voor het bereik kunt intypen. Meer informatie kunt u vinden in Benoemde cellen en celbereiken.
Opent een dialoogvenster waarin u de rijhoogte kunt instellen.
Wijzigt de rijhoogte om de inhoud van de cellen in het geheel te kunnen tonen.
Opent een dialoogvenster waarin u de kolombreedte kunt instellen.
Wijzigt de kolombreedte om de inhoud van de cellen in het geheel te kunnen tonen.
Voegt nieuwe cellen in, in een dialoogvenster kunt u kiezen naar welke kant de bestaande cellen opgeschoven moeten worden.
Verwijderen van de geselecteerde cellen, in een dialoogvenster kunt u kiezen welke cellen de vrijgekomen ruimte moeten opvullen.
Voegt nieuwe rijen boven de geselecteerde rijen in.
Verwijdert de geselecteerde rijen.
Verbergt de geselecteerde rijen.
Toont verborgen rijen. Om verborgen rijen te kunnen tonen moet u de rijen selecteren waar de verborgen rijen zich binnen bevinden.
Voegt nieuwe kolommen links van de geselecteerde kolommen in.
Verwijdert de geselecteerde kolommen.
Verbergt de geselecteerde kolommen.
Toont verborgen kolommen. Om verborgen kolommen te kunnen tonen moet u de kolommen selecteren waar de verborgen kolommen zich binnen bevinden.
Opent een dialoogvenster waarin u een commentaar aan de cel kunt toevoegen of een bestaand commentaar kunt wijzigen.
Opent een lijst met bestaande tekst in de huidige kolom, deze tekst kan in de geselecteerde cel geplakt worden.
In dit gedeelte worden de sneltoetsen van Calligra Sheets beschreven die niet in één van de menu's voorkomen.
- Ctrl+H
Tonen van de "dockers" aan/uit
- Ctrl+Pijltoetsen
Als de geselecteerde cel gegevens bevat, wordt de celcursor naar het begin of naar het eind van het gegevensblok in de huidige rij of kolom verplaatst. Als de geselecteerde cel leeg is, wordt de celcursor naar het begin of naar het eind van het volgende gegevensblok in de huidige rij of kolom verplaatst.
- Ctrl+Shift+Pijltoetsen
Als de geselecteerde cel gegevens bevat, worden alle cellen met gegevens tot het begin of tot het eind van het gegevensblok in de huidige rij of kolom geselecteerd. Als de geselecteerde cel leeg is, worden alle cellen tot het begin of tot het eind van het volgende gegevensblok in de huidige rij of kolom geselecteerd.
- PageDown
Verplaatst de celcursor 10 rijen omlaag.
- PageUp
Verplaatst de celsursor 10 rijen omhoog.
- Ctrl+PageDown
Ga naar het volgende werkblad.
- Ctrl+PageUp
Ga naar het vorige werkblad.
- F4
Schakel de celverwijzing tussen normale en absolute verwijzing.
Calligra Sheets heeft een enorm aantal ingebouwde wiskundige functies die in een formulecel kunnen worden gebruikt.
In dit hoofdstuk staat een kort overzicht van alle ondersteunde functies in de volgende groepen:
| Bitbewerkingen |
| Conversie |
| Database |
| Datum & Tijd |
| Techniek |
| Financiëel |
| Informatie |
| Logisch |
| Opzoeken & Verwijzen |
| Wiskunde |
| Statistiek |
| Tekst |
| Goniometrie |
De functie BITAND() doet een bit voor bit AND-bewerking op de twee parameters, die gehele getallen moeten zijn.
- Syntaxis
BITAND(waarde; waarde)
- Parameters
- Commentaar: Eerste getalType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Tweede getalType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
BITAND(12;10) geeft 8 terug (omdat decimaal 12 binair 1100 is en decimaal 10 is binair 1010; 1100 AND 1010 is 1000, en dat is het decimale getal 8).
- Gerelateerde functies
BITOR BITXOR
De functie BITLSHIFT()-functie schuift de bits van de eerste parameter een aantal posities naar links. Het aantal bits naar links wordt met de tweede parameter gegeven. Merk op dat als dit aantal negatief is, dit een verschuiving naar rechts betekent.
- Syntaxis
BITLSHIFT(waarde; aantal)
- Parameters
- Commentaar: Eerste getalType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Hoeveel bits naar links te schuivenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Gerelateerde functies
BITLSHIFT
De functie BITOR() doet een OR-bewerking op de bits van de twee gehele parameters.
- Syntaxis
BITOR(waarde; waarde)
- Parameters
- Commentaar: Eerste getalType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Tweede getalType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
BITOR(12;10) retourneert 14 (omdat decimaal 12 binair 1100 is. en decimaal 10 is binair 1010; 1100 OR 1010 is 1110, dit is het gehele decimale getal 14).
- Gerelateerde functies
BITAND BITXOR
De functie BITRSHIFT()-functie schuift de bits van de eerste parameter een aantal posities naar rechts. Het aantal bits naar links wordt met de tweede parameter gegeven. Merk op dat als dit aantal negatief is, dit een verschuiving naar links betekent.
- Syntaxis
BITRSHIFT(waarde; aantal)
- Parameters
- Commentaar: Eerste getalType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Hoeveel bits naar rechts te schuivenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Gerelateerde functies
BITLSHIFT
De functie BITXOR() doet een exclusieve OR-bewerking op de bits van de twee gehele parameters.
- Syntaxis
BITXOR(waarde; waarde)
- Parameters
- Commentaar: Eerste getalType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Tweede getalType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
BITXOR(12;10) geeft 6 terug (omdat decimaal 12 binair 1100 is en decimaal 10 is binair 1010; 1100 XOR 1010 is 0110, is decimaal 6).
- Gerelateerde functies
BITAND BITOR
De functie ARABIC() zet een Romeins telwoord om in een getal.
- Syntaxis
ARABIC(Romeins getal)
- Parameters
- Commentaar: TelwoordType: Tekst
- Voorbeelden
ARABIC("IV") geeft 4 terug
- Voorbeelden
ARABIC("XCIX") geeft 99 terug
- Gerelateerde functies
ROMAN
De functie ASCIITOCHAR() geeft het karakter terug die behoort bij een opgegeven ASCII-code
- Syntaxis
ASCIITOCHAR(waarde)
- Parameters
- Commentaar: De te converteren ASCII-waardenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
ASCIITOCHAR(118) geeft "v" terug
- Voorbeelden
ASCIITOCHAR(75; 68; 69) geeft "KDE" terug
De functie BOOL2INT() geeft een hele waarde terug voor een opgegeven Booleaanse waarde. Deze methode is bedoeld voor het gebruik van een Booleaanse waarde in methoden die een geheel getal nodig hebben.
- Syntaxis
BOOL2INT(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Te converteren Booleaanse waardeType: Een Booleaanse waarde (True of False (Waar of Onwaar))
- Voorbeelden
BOOL2INT(Waar) geeft 1 terug
- Voorbeelden
BOOL2INT(Onwaar) geeft 0 terug
- Gerelateerde functies
INT2BOOL
De functie BOOL2STRING () converteert een Booleaanse waarde naar een tekenreeks. Deze methode is bedoeld voor het gebruik van een Booleaanse waarde in methoden die een tekenreeks nodig hebben
- Syntaxis
BOOL2STRING(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Te converteren Booleaanse waardeType: Een Booleaanse waarde (True of False (Waar of Onwaar))
- Voorbeelden
BOOL2STRING(Waar) geeft "Waar" terug
- Voorbeelden
BOOL2STRING(Onwaar) geeft "Onwaar" terug
- Voorbeelden
upper(BOOL2STRING(find("ana";"banaan"))) geeft Waar terug
De functie CARX() geeft de x-coördinaat terug van een punt in het platte vlak gegeven in poolcoördinaten.
De functie CARY() geeft de y-coördinaat terug van een punt in het platte vlak gegeven in poolcoördinaten.
De functie CHARTOASCII() geeft de ASCII-code terug van het opgegeven karakter.
- Syntaxis
CHARTOASCII(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Een te converteren tekenreeks van één karakterType: Tekst
- Voorbeelden
CHARTOASCII("v") geeft 118 terug
- Voorbeelden
CHARTOASCII(r) is fout. Een karakter moet tussen aanhalingstekens staan.
De functie DECSEX() converteert een getal met het type "double" naar een tijdwaarde.
- Syntaxis
DECSEX(double)
- Parameters
- Commentaar: WaardeType: Double
- Voorbeelden
DECSEX(1.6668) returns 1:40
- Voorbeelden
DECSEX(7.8) geeft 7:48 terug
De functie INT2BOOL() geeft een Booleaanse waarde terug voor een opgegeven geheel getal. Deze methode is bedoeld voor het gebruik van een geheel getal in methoden die een Booleaanse waarde vragen. De functie accepteert alleen 0 of 1. Als er een andere waarde wordt gegeven, dan wordt 'Onwaar' teruggegeven.
- Syntaxis
INT2BOOL(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Te converteren geheel getalType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
INT2BOOL(1) geeft Waar terug
- Voorbeelden
INT2BOOL(0) geeft Onwaar terug
- Voorbeelden
OR(INT2BOOL(1); Onwaar) geeft Waar terug
- Gerelateerde functies
BOOL2INT
De functie NUM2STRING() geeft een tekenreekswaarde terug voor een opgegeven getal. Merk op dat Calligra Sheets getallen automatisch kan omzetten naar tekenreeksen indien dit nodig is, waardoor deze functie zelden nodig zal zijn.
- Syntaxis
NUM2STRING(waarde)
- Parameters
- Commentaar: In tekenreeks om te zetten getalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
NUM2STRING(10) geeft "10" terug
- Voorbeelden
NUM2STRING(2.05) geeft "2.05" terug
- Voorbeelden
=find("101";NUM2STRING(A1)) (waarin A1 = 2.010102) geeft Waar terug
- Gerelateerde functies
STRING
De functie POLA() geeft de hoek (in radialen, met de positieve X-as) terug die behoort bij de positie van een punt in een rechthoekig coördinatenstelsel.
De functie POLR() geeft de straal (dus: de afstand tot de oorsprong) terug die behoort bij de positie van een punt in een rechthoekig coördinatenstelsel.
De functie ROMAN() geeft een getal terug als Romeins getal. Alleen positieve gehele getallen worden geconverteerd. Het optionele formaatargument geeft de mate van compactheid op en heeft de standaardwaarde 0.
- Syntaxis
ROMAN(getal)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: OpmaakType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
ROMAN(99) geeft "XCIX" terug
- Voorbeelden
ROMAN(-55) geeft "Err" terug
- Gerelateerde functies
ARABIC
De functie SEXDEC() geeft een decimale waarde terug. U kunt ook een tijdwaarde opgeven.
- Syntaxis
SEXDEC(tijdwaarde) of SEXDEC(uren;minuten;seconden)
- Parameters
- Commentaar: UrenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: MinutenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: SecondenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
SEXDEC(1;5;7) returns 1.0852778
- Voorbeelden
DECSEX("8:05") geeft 8.08333333 terug
De functie STRING() geeft een tekenreekswaarde terug voor een opgegeven getal. Het is dezelfde functie als NUM2STRING().
- Syntaxis
- Parameters
- Commentaar: In tekenreeks om te zetten getalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Gerelateerde functies
NUM2STRING
Berekent het gemiddelde in een kolom met gegevens, die voldoen aan een aantal voorwaarden voor de getallen hierin
- Syntaxis
DAVERAGE(gegevens; "kop"; voorwaarden)
- Parameters
- Commentaar: Celbereik gegevensType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Tekenreeks die de kolom met gegevens kenmerktType: TekstCommentaar: Bereik voor de voorwaardenType: Een bereik (range) van tekenreeksen
- Voorbeelden
DAVERAGE(A1:C5; "Salaris"; A9:A11)
Telt het aantal cellen die numerieke waarden bevatten in een kolom met gegevens, die voldoen aan een aantal voorwaarden.
- Syntaxis
DCOUNT(gegevens; "kop"; voorwaarden)
- Parameters
- Commentaar: Celbereik gegevensType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Tekenreeks die de kolom met gegevens kenmerktType: TekstCommentaar: Bereik voor de voorwaardenType: Een bereik (range) van tekenreeksen
- Voorbeelden
DCOUNT(A1:C5; "salaris"; A9:A11)
- Gerelateerde functies
DCOUNTA
Telt het aantal cellen die numerieke of alfanumerieke waarden bevatten in een kolom met gegevens, die voldoen aan een aantal voorwaarden.
- Syntaxis
DCOUNTA(gegevens; "kop"; voorwaarden)
- Parameters
- Commentaar: Celbereik gegevensType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Tekenreeks die de kolom met gegevens kenmerktType: TekstCommentaar: Bereik voor de voorwaardenType: Een bereik (range) van tekenreeksen
- Voorbeelden
DCOUNTA(A1:C5; "salaris"; A9:A11)
- Gerelateerde functies
DCOUNT
Geeft een enkele waarde terug uit een kolom van gegevens, die voldoen aan een aantal voorwaarden. Deze functie geeft een foutmelding als er geen waarde, of meer dan een waarde wordt aanwezig is.
- Syntaxis
DGET(gegevens; "kop"; voorwaarden)
- Parameters
- Commentaar: Celbereik gegevensType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Tekenreeks die de kolom met gegevens kenmerktType: TekstCommentaar: Bereik voor de voorwaardenType: Een bereik (range) van tekenreeksen
- Voorbeelden
DGET(A1:C5; "salaris"; A9:A11)
Geeft het grootste getal terug in een kolom met gegevens, die voldoen aan een aantal voorwaarden.
- Syntaxis
DMAX(gegevens; "kop"; voorwaarden)
- Parameters
- Commentaar: Celbereik gegevensType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Tekenreeks die de kolom met gegevens kenmerktType: TekstCommentaar: Bereik voor de voorwaardenType: Een bereik (range) van tekenreeksen
- Voorbeelden
DMAX(A1:C5; "salaris"; A9:A11)
- Gerelateerde functies
DMIN
Geeft het kleinste getal terug in een kolom met gegevens, die voldoen aan een aantal voorwaarden.
- Syntaxis
DMIN(gegevens; "kop"; voorwaarden)
- Parameters
- Commentaar: Celbereik gegevensType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Tekenreeks die de kolom met gegevens kenmerktType: TekstCommentaar: Bereik voor de voorwaardenType: Een bereik (range) van tekenreeksen
- Voorbeelden
DMIN(A1:C5; "salaris"; A9:A11)
- Gerelateerde functies
DMAX
Geeft het product terug van alle numerieke waarden in een kolom van een gegevensbank (database), die voldoen aan een aantal voorwaarden.
- Syntaxis
DPRODUCT(gegevens; "kop"; voorwaarden)
- Parameters
- Commentaar: Celbereik gegevensType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Tekenreeks die de kolom met gegevens kenmerktType: TekstCommentaar: Bereik voor de voorwaardenType: Een bereik (range) van tekenreeksen
- Voorbeelden
DPRODUCT(A1:C5; "salaris"; A9:A11)
Geeft de geschatte standaard deviatie terug van een populatie, gebaseerd op een steekproef, gebruikmakend van alle numerieke waarden in een kolom met gegevens, die voldoen aan een aantal voorwaarden.
- Syntaxis
DSTDEV(gegevens; "kop"; voorwaarden)
- Parameters
- Commentaar: Celbereik gegevensType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Tekenreeks die de kolom met gegevens kenmerktType: TekstCommentaar: Bereik voor de voorwaardenType: Een bereik (range) van tekenreeksen
- Voorbeelden
DSTDEV(A1:C5; "salaris"; A9:A11)
- Gerelateerde functies
DSTDEVP
Geeft de standaard deviatie terug van een populatie, gebaseerd op de gehele populatie, gebruikmakend van alle numerieke waarden in een kolom met gegevens, die voldoen aan een aantal voorwaarden.
- Syntaxis
DSTDEVP(gegevens; "kop"; voorwaarden)
- Parameters
- Commentaar: Celbereik gegevensType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Tekenreeks die de kolom met gegevens kenmerktType: TekstCommentaar: Bereik voor de voorwaardenType: Een bereik (range) van tekenreeksen
- Voorbeelden
DSTDEVP(A1:C5; "salaris"; A9:A11)
- Gerelateerde functies
DSTDEV
Telt alle getallen op in een kolom met gegevens, die voldoen aan een aantal voorwaarden.
- Syntaxis
DSUM(gegevens; "kop"; voorwaarden)
- Parameters
- Commentaar: Celbereik gegevensType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Tekenreeks die de kolom met gegevens kenmerktType: TekstCommentaar: Bereik voor de voorwaardenType: Een bereik (range) van tekenreeksen
- Voorbeelden
DSUM(A1:C5; "Salaris"; A9:A11)
Geeft de geschatte variantie terug van een populatie, gebaseerd op een steekproef, gebruikmakend van alle numerieke waarden in een kolom met gegevens, die voldoen aan een aantal voorwaarden.
- Syntaxis
DVAR(gegevens; "kop"; voorwaarden)
- Parameters
- Commentaar: Celbereik gegevensType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Tekenreeks die de kolom met gegevens kenmerktType: TekstCommentaar: Bereik voor de voorwaardenType: Een bereik (range) van tekenreeksen
- Voorbeelden
DVAR(A1:C5; "salaris"; A9:A11)
- Gerelateerde functies
DVARP
Geeft de variantie terug van een populatie, gebaseerd de gehele populatie, gebruikmakend van alle numerieke waarden in een kolom met gegevens, die voldoen aan een aantal voorwaarden.
- Syntaxis
DVARP(gegevens; "kop"; voorwaarden)
- Parameters
- Commentaar: Celbereik gegevensType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Tekenreeks die de kolom met gegevens kenmerktType: TekstCommentaar: Bereik voor de voorwaardenType: Een bereik (range) van tekenreeksen
- Voorbeelden
DVARP(A1:C5; "salaris"; A9:A11)
- Gerelateerde functies
DVAR
De functie CURRENTDATE() geeft de huidige datum terug. Deze functie is gelijk aan de functie TODAY().
- Syntaxis
CURRENTDATE()
- Parameters
- Voorbeelden
CURRENTDATE() geeft de huidige datum terug, opgemaakt volgens uw lokale instellingen
- Gerelateerde functies
CURRENTTIME TODAY
De functie CURRENTDATETIME() geeft de huidige datum en tijd terug.
- Syntaxis
CURRENTDATETIME()
- Parameters
- Voorbeelden
CURRENTDATETIME() geeft de huidige datum en tijd terug, opgemaakt volgens uw lokale instellingen
De functie CURRENTTIME() geeft de huidige tijd terug, opgemaakt volgens uw lokale instellingen.
- Syntaxis
CURRENTTIME()
- Parameters
- Voorbeelden
CURRENTTIME() geeft bijvoorbeeld "19:12:01" terug
De functie DATE() geeft de datum terug, de opmaak is volgens de lokale instellingen.
- Syntaxis
DATE(jaar;maand;dag)
- Parameters
- Commentaar: JaarType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: MaandType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: DagType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
DATE(2000;5;5) geeft vrijdag 05 mei 2000 terug
De functie DATE2UNIX() converteert datum en tijd naar unixtijd.
De unixtijd is het aantal seconden dat verlopen is sinds middernacht van 1 januari 1970.
- Syntaxis
DATE2UNIX(datum)
- Parameters
- Commentaar: DatumType: Tekst
- Voorbeelden
DATE2UNIX("01:01:2000") geeft 946,681.200 terug
De functie DATEDIF() geeft het verschil terug tussen twee data.
Het interval moet een van de volgende zijn: "m": maanden; "d": dagen; "y": gehele jaren; "ym": maanden zonder jaren; "yd": dagen zonder jaren; "md": dagen zonder maanden en jaren
- Syntaxis
DATEDIF(eerste datum; tweede datum; interval)
- Parameters
- Commentaar: Eerste datumType: TekstCommentaar: Tweede datumType: TekstCommentaar: intervalType: Tekst
- Voorbeelden
DATEDIF(A1;A2;"d"), met in A1 "01:01:1995" en in A2 "15:06:1999", geeft het aantal dagen 1626 terug
- Voorbeelden
DATEDIF(A1;A2;"m"). met in A1 "1 januari 1995" en in A2 "15 juni 1999". geeft het aantal maanden 53 terug
De functie DATEVALUE() geeft het aantal dagen terug dat is verstreken sinds 31 december 1899.
- Syntaxis
DATEVALUE(datum)
- Parameters
- Commentaar: DatumType: Tekst
- Voorbeelden
DATEVALUE("22-2-2002") geeft 37309 terug
- Gerelateerde functies
TIMEVALUE
De functie DAY() geeft de dag in een datum terug. Als er geen parameter is opgegeven is dat de actuele dag.
De functie DAYNAME() geeft de naam terug van de weekdag (1..7). In sommige landen is maandag de eerste dag van de week, terwijl in andere landen zondag de eerste dag van de week is.
- Syntaxis
DAYNAME(weekdag)
- Parameters
- Commentaar: Dagnummer in de week (1..7)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
DAYNAME(1) geeft maandag (als de week begint op maandag)
- Gerelateerde functies
WEEKDAY
De functie DAYOFYEAR() geeft het nummer terug van de dag in het jaar (1...365).
- Syntaxis
DAYOFYEAR(jaar;maand;dag)
- Parameters
- Commentaar: JaarType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: MaandType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: DagType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
DAYOFYEAR(2000;12;1) geeft 336 terug
- Voorbeelden
DAYOFYEAR(2000;2;29) geeft 60 terug
De functie DAYS() berekent het verschil tussen twee data in dagen.
- Syntaxis
DAYS(datum2; datum1)
- Parameters
- Commentaar: Eerste (eerdere) datumType: TekstCommentaar: Tweede datumType: Tekst
- Voorbeelden
DAYS("2002-02-22"; "2002-02-26") geeft 4 terug
De functie DAYS360() geeft het aantal dagen terug van datum1 tot datum2. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een kalender van 360 dagen, waarbij er van uit wordt gegaan dat elke maand 30 dagen heeft. Als de methode Onwaar is (de standaard), dan wordt de Amerikaanse berekeningsmethode gebruikt, is de methode Waar, dan wordt de Europese berekeningsmethode gebruikt.
De functie DAYSINMONTH() geeft het aantal dagen terug in opgegeven jaar en maand.
- Syntaxis
DAYSINMONTH(jaar;maand)
- Parameters
- Commentaar: JaarType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: MaandType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
DAYSINMONTH(2000;2) geeft 29 terug
De functie DAYSINYEAR() geeft het aantal dagen terug in het opgegeven jaar.
- Syntaxis
DAYSINYEAR(jaar)
- Parameters
- Commentaar: JaarType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
DAYSINYEAR(2000) geeft 366 terug
De functie EASTERSUNDAY() geeft de datum terug waarop in het opgegeven jaar Paaszondag valt.
- Syntaxis
EASTERSUNDAY(jaar)
- Parameters
- Commentaar: JaarType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
EASTERSUNDAY(2003) geeft "20 april 2003" terug
De functie EDATE() geeft de datum terug, een aantal maanden voor of na een opgegeven datum.
De functie EOMONTH() geeft de laatste dag in een maand terug, bepaald door een datum en het aantal maanden daarna of ervoor.
- Syntaxis
EOMONTH(datum; maanden)
- Parameters
- Commentaar: DatumType: TekstCommentaar: MaandenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
EOMONTH("22-2-2002"; 3) geeft "31-5-2002" terug
- Voorbeelden
EOMONTH("12-3-2002"; -1) geeft "28-2-2002" terug
- Voorbeelden
EOMONTH("12-3-2002"; 0) geeft "31-3-2002" terug
- Gerelateerde functies
EDATE MONTH
De functie HOUR() geeft het uur van een tijdstip terug. Als er geen parameter is opgegeven, dan is dat het actuele uur.
De functie HOURS() geeft het aantal uren terug in een expressie voor de tijd.
- Syntaxis
HOURS(tijd)
- Parameters
- Commentaar: TijdType: Tekst
- Voorbeelden
HOURS("10:5:2") geeft 10 terug
De functie ISLEAPYEAR() geeft 'Waar' terug als het opgegeven jaar een schrikkeljaar is.
- Syntaxis
ISLEAPYEAR(jaar)
- Parameters
- Commentaar: JaarType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
ISLEAPYEAR(2000) geeft Waar
De functie ISOWEEKNUM() geeft het weeknummer terug waarin de opgegeven datum valt. Opmerking: deze functie volgt de ISO8601-standaard: een week begint op een maandag, en eindigt op een zondag. De eerste week van een jaar is de week waarin de eerste donderdag van dat jaar valt.
- Syntaxis
ISOWEEKNUM(datum)
- Parameters
- Commentaar: DatumType: Tekst
- Voorbeelden
ISOWEEKNUM(A1) geeft 51 terug als A1 "21 december" bevat.
- Gerelateerde functies
WEEKNUM
De functie MINUTE() geeft de minuten van een tijdstip terug. Als er geen parameter wordt opgegeven is dat het actuele aantal minuten.
De functie MINUTES() geeft het aantal minuten terug in een expressie voor de tijd.
- Syntaxis
MINUTES(tijd)
- Parameters
- Commentaar: TijdType: Tekst
- Voorbeelden
MINUTES("10:5:2") geeft 5 terug
De functie MONTH() geeft de maand in een datum terug. Als er geen parameter wordt opgegeven is dat de actuele maand.
De functie MONTHNAME() geeft de naam terug van de maand (1..12).
- Syntaxis
MONTHNAME(getal)
- Parameters
- Commentaar: Nummer van de maand (1..12)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
MONTHNAME(5) geeft mei terug
De functie MONTHS() berekent het verschil tussen twee data in maanden. De derde parameter geeft de berekeningsmethode weer: als de methode 0 is, dan geeft MONTHS() het grootst mogelijke aantal maanden terug tussen deze dagen. Als de methode 1 is, dan geeft de functie alleen het aantal gehele maanden tussen deze dagen.
- Syntaxis
MONTHS(datum2; datum1; methode)
- Parameters
- Commentaar: Eerste (eerdere) datumType: TekstCommentaar: Tweede datumType: TekstCommentaar: BerekeningsmethodeType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
MONTHS("2002-01-18"; "2002-02-26"; 0) geeft 1 terug, omdat er 1 maand en 8 dagen tussen deze data zijn
- Voorbeelden
MONTHS("2002-01-19"; "2002-02-26"; 1) geeft 0, omdat er geen hele maand tussen deze data is, gerekend vanaf de eerste dag van de maand
De functie NETWORKDAY() geeft het aantal werkdagen terug tussen de startdatum en de einddatum.
Vrije_dagen moet een van de volgende zijn: aantal = dagen die bijgeteld moeten worden, een enkele datum of een reeks van dagen.
- Syntaxis
NETWORKDAY(startdatum; einddatum; vrije_dagen)
- Parameters
- Commentaar: StartdatumType: TekstCommentaar: EinddatumType: TekstCommentaar: Vrije dagenType: Tekst
- Voorbeelden
NETWORKDAY("01:01:2001";"08:01:2001") geeft 5 werkdagen terug
- Voorbeelden
NETWORKDAY("01:01:2001";"08:01:2001";2) geeft 3 werkdagen terug
De functie NOW() geeft de huidige datum en tijd terug. Deze functie is gelijk aan CURRENTDATETIME() en is toegevoegd voor de compatibiliteit met andere toepassingen.
- Syntaxis
NOW()
- Parameters
- Voorbeelden
NOW() geeft de huidige datum en tijd terug, opgemaakt volgens uw lokale instellingen
- Gerelateerde functies
CURRENTTIME TODAY
De functie SECOND() geeft de seconden in een tijdstip terug. Als er geen parameter wordt opgegeven is dat het actuele aantal seconden.
De functie SECONDS() geeft het aantal seconden terug in een expressie voor de tijd.
- Syntaxis
SECONDS(tijd)
- Parameters
- Commentaar: TijdType: Tekst
- Voorbeelden
SECONDS("10:5:2") geeft 2 terug
De functie TIME() geeft de tijd terug, de opmaak is volgens de lokale instellingen.
- Syntaxis
TIME(uren;minuten;seconden)
- Parameters
- Commentaar: UrenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: MinutenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: SecondenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
TIME(10;2;2) geeft 10:02:02 terug
- Voorbeelden
TIME(10;70;0) geeft 11:10:0 terug
- Voorbeelden
TIME(10;-40;0) geeft 9:20:0 terug
De functie TIMEVALUE() geeft een getal (tussen 0 en 1) terug voor het tijdstip van de dag.
- Syntaxis
TIMEVALUE(tijd)
- Parameters
- Commentaar: TijdType: Tekst
- Voorbeelden
TIMEVALUE("10:05:02") geeft 0.42 terug
- Gerelateerde functies
DATEVALUE
De functie TODAY() geeft de huidige datum terug.
- Syntaxis
TODAY()
- Parameters
- Voorbeelden
TODAY() geeft de huidige datum terug, opgemaakt volgens uw lokale instellingen
- Gerelateerde functies
CURRENTTIME NOW
De functie UNIX2DATE() converteert unixtijd naar een datum en tijd.
De unixtijd is het aantal seconden dat verlopen is sinds middernacht van 1 januari 1970.
- Syntaxis
UNIX2DATE(unixtijd)
- Parameters
- Commentaar: UnixtijdType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
UNIX2DATE(0) geeft "1970:01:01" terug
De functie WEEKDAY() geeft de weekdag terug bij een opgegeven datum. Als de methode 1 is (standaard). dan geeft WEEKDAY() 1 terug voor zondag, 2 voor maandag.... Als de methode 2 is, dan is maandag 1, dinsdag 2.... En is de methode 3, dan geeft WEEKDAY() 0 terug voor maandag, 1 voor dinsdag. ...
- Syntaxis
WEEKDAY(datum; methode)
- Parameters
- Commentaar: DatumType: TekstCommentaar: Methode (optioneel)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
WEEKDAY("2011-04-11"; 2) geeft 1 terug
- Gerelateerde functies
DAYNAME
De functie WEEKNUM() geeft het weeknummer terug waarin de datum valt, maar niet volgens de ISO-standaard.
- Syntaxis
WEEKNUM(datum; methode)
- Parameters
- Commentaar: DatumType: TekstCommentaar: Methode (optioneel)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
WEEKNUM(A1; 1) geeft 11 terug als A1 "9 maart 2008" bevat. Weeknummer in het jaar waarbij een week op zondag begint (1, dit de standaard als methode ontbreekt.)
- Voorbeelden
WEEKNUM(A1; 2) geeft 10 terug als A1 "9 maart 2008" bevat. Weeknummer in het jaar waarbij een week op maandag begint (2)
- Gerelateerde functies
ISOWEEKNUM
De functie WEEKS() berekent het verschil tussen de twee data in weken. De derde parameter bepaalt de berekeningsmethode. Als de methode 0 is, dan geeft WEEKS() het grootst mogelijke aantal weken terug tussen deze dagen. Als de methode 1 is, dan geeft het alleen het aantal gehele weken terug tussen deze dagen.
- Syntaxis
WEEKS(datum2; datum1; methode)
- Parameters
- Commentaar: Eerste (eerdere) datumType: TekstCommentaar: Tweede datumType: TekstCommentaar: BerekeningsmethodeType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
WEEKS("2002-02-18"; "2002-02-26"; 0) geeft 1 terug, omdat er 1 week en 1 dag tussen deze twee data zijn
- Voorbeelden
WEEKS("2002-19-02"; "2002-19-02"; 1) geeft 0 terug, omdat er geen hele week tussen deze data is, beschouwd vanaf de eerste dag van de week (afhankelijk van uw lokale instellingen is dat zondag of maandag)
De functie WEEKSINYEAR() geeft het aantal weken terug in het opgegeven jaar.
- Syntaxis
WEEKSINYEAR(jaar)
- Parameters
- Commentaar: JaarType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
WEEKSINYEAR(2000) geeft 52 terug
De functie WORKDAY() geeft de datum terug, werkdagen na de startdatum.
Vrije_dagen moet een van de volgende zijn: aantal = dagen die bijgeteld moeten worden, een enkele datum of een reeks van dagen.
- Syntaxis
WORKDAY(startdatum; dagen; vrije_dagen)
- Parameters
- Commentaar: StartdatumType: TekstCommentaar: WerkdagenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Vrije dagenType: Tekst
- Voorbeelden
Indien B9 is "01:01:2001", D3 is "03:01:2001", D4 is "04:01:2003" geeft WORKDAY(B9;2;D3:D4) "Vrij 5 Jan 2001" terug
De functie YEAR() geeft het jaartal van een datum terug. Als er geen parameter wordt opgegeven is dat het actuele jaar.
De functie YEARFRAC() geeft het aantal volle dagen terug tussen de startdatum en de einddatum volgens de basis.
De basis moet een van de volgende zijn: 0 = 30/360 US, 1 = Actueel/actueel, 2 = Actueel/360, 3 = Actueel/365, 4 = Europees 30/360
- Syntaxis
YEARFRAC(startdatum; einddatum; basis)
- Parameters
- Commentaar: Eerste datumType: TekstCommentaar: Tweede datumType: TekstCommentaar: intervalType: Tekst
De functie YEARS() berekent het verschil tussen twee data in jaren. De derde parameter bepaalt de berekeningsmethode: als de methode 0 is, dan geeft YEARS() het grootst mogelijke aantal jaren terug tussen deze dagen. Als de methode 1 is, dan geeft de functie alleen het aantal hele jaren terug van 1 januari tot en met 31 december.
- Syntaxis
YEARS(datum2; datum1; methode)
- Parameters
- Commentaar: Eerste (eerdere) datumType: TekstCommentaar: Tweede datumType: TekstCommentaar: BerekeningsmethodeType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
YEARS("2001-02-19"; "2002-02-26"; 0) geeft 1 terug, omdat er 1 jaar en 7 dagen tussen is
- Voorbeelden
YEARS("2002-02-19"; "2002-02-26"; 1) geeft 0 terug, omdat er niet een heel jaar tussen is, gerekend vanaf de eerste dag van het jaar
De functie BASE() zet een getal met grondtal 10 om naar een tekenreeks van een getal, met grondtal 2 tot 36.
- Syntaxis
BASE(getal;grondtal;nauwkeurigheid)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: GrondtalType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: MinLengteType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
BASE(128;8) geeft "200" terug
De functie BESSELI(x;n) geeft de gemodificeerde Besselfunctie In(x) terug.
- Syntaxis
BESSELI(x;n)
- Parameters
- Commentaar: Waar de functie wordt berekendType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Orde van de functieType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
BESSELI(0.7;3) geeft 0.007367374 terug
- Gerelateerde functies
BESSELJ BESSELK BESSELY
De functie BESSELJ(x;n) geeft de Besselfunctie Jn(x) terug.
- Syntaxis
BESSELJ(x;n)
- Parameters
- Commentaar: Waar de functie wordt berekendType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Orde van de functieType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
BESSELJ(0.89;3) geeft 0.013974004 terug
- Gerelateerde functies
BESSELI BESSELK BESSELY
De functie BESSELK(x;n) geeft de gemodificeerde Besselfunctie Kn(x) terug. Dit is hetzelfde als de Besselfunctie berekend voor puur imaginaire argumenten.
De functie BESSELY(x;n) geeft de Besselfunctie Yn(x) terug. Deze wordt ook de Weber functie of Neumann functie genoemd.
De functie BIN2DEC() geeft een tekenreeks voor een binaire waarde terug als decimaal getal.
- Syntaxis
BIN2DEC(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Te converteren waardeType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
BIN2DEC("1010") returns 10
- Voorbeelden
BIN2DEC("11111") geeft 31 terug
De functie BIN2HEX() geeft een tekenreeks voor een binaire waarde terug als een tekenreeks voor een hexadecimaal getal.
- Syntaxis
BIN2HEX(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Te converteren waardeType: TekstCommentaar: De minimum lengte van de uitvoerType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
BIN2HEX("1010") geeft "a" terug
- Voorbeelden
BIN2HEX("11111") geeft "1f" terug
De functie BIN2OCT() geeft een tekenreeks voor een binaire waarde terug als een tekenreeks voor een octaal getal.
- Syntaxis
BIN2OCT(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Te converteren waardeType: TekstCommentaar: De minimum lengte van de uitvoerType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
BIN2OCT("1010") returns "12"
- Voorbeelden
BIN2OCT("11111") geeft "37" terug
De functie COMPLEX(reëel.imaginair) geeft een complex getal terug als de tekenreeks "x+yi".
- Syntaxis
COMPLEX(reëel;imaginair)
- Parameters
- Commentaar: Reële deelType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Imaginaire deelType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
COMPLEX(1.2;3.4) geeft "1.2+3.4i" terug
- Voorbeelden
COMPLEX(0;-1) geeft "-i" terug
De functie CONVERT() geeft de omrekening van de ene naar de andere eenheid terug waarin grootheden worden uitgedrukt.
Ondersteunde eenheden voor massa zijn: g (gram), sg (pieces), lbm (pound), u (atoommassa), ozm (ounce), stone, ton, grain, pweigt (pennyweight), hweight (hundredweight).
Ondersteunde eenheden voor lengte zijn: m (meter), in (inch,duim), ft (feet, voet), mi (mijl), Nmi (zeemijl), ang (Ångström), parsec, lichtjaar.
Ondersteunde eenheden voor druk zijn: Pa (Pascal), atm (atmosfeer), mmhg (mm kwik), psi (pounds per square inch), Torr.
Ondersteunde eenheden voor kracht zijn: N (Newton), dyne, pound.
Ondersteunde eenheden voor energie zijn: J (joule), e (erg), c (thermodynamische calorie), cal (IT-calorie), eV (elektronvolt), HPh (paardekracht uur), Wh (watt uur), flb (foot-pound), BTU (British Thermal Unit).
Ondersteunde eenheden voor vermogen zijn: W (Watt), HP (paardekracht), PS (metrische paardekracht, Pferdestärke).
Ondersteunde eenheden voor magnetisme zijn: T (Tesla), ga (Gauss).
Ondersteunde eenheden voor temperatuur zijn: C (Celsius), F (Fahrenheit), K (Kelvin).
Ondersteunde eenheden voor volume zijn: l (liter), tsp (theelepel), tbs (eetlepel, tablespoon), oz (ounce vloeistof), cup (kop), pt (pint), qt (kwart gallon). gal (gallon), barrel (vat), m3 (kubieke meter), mi3 (kubieke mijl), Nmi3 (kubieke zeemijl), in3 (kubieke inch), ft3 (kubieke foot), yd3 (kubieke yard), GRT of regton (bruto registerton= 2.83 m3= 100 ft3).
Ondersteunde eenheden voor oppervlakte zijn: m2 (vierkante meter), mi2 (vierkante mijl), Nmi2 (vierkante zeemijl), in2 (vierkante inch), ft2 (vierkante foot), yd2 (vierkante yard), acre. ha (hectare).
Ondersteunde eenheden voor snelheid zijn: m/s (meters per seconde), m/h (meters per uur), mph (mijlen per uur), kn (knopen, zeemijlen per uur).
Voor metrische eenheden kan een van de volgende voorvoegsels worden gebruikt: E (exa, 1E+18), P (peta, 1E+15), T (tera, 1E+12), G (giga, 1E+09), M (mega, 1E+06), k (kilo, 1E+03), h (hecto, 1E+02), e (deka, 1E+01), d (deci, 1E-01), c (centi, 1E-02), m (milli, 1E-03), u (micro, 1E-06), n (nano, 1E-09), p (pico, 1E-12), f (femto, 1E-15), a (atto, 1E-18).
- Syntaxis
CONVERT(getal; van_eenheid; naar_eenheid)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Vanuit eenheidType: TekstCommentaar: Naar eenheidType: Tekst
- Voorbeelden
CONVERT(32;"C";"F") geeft 89.6 terug
- Voorbeelden
CONVERT(3;"lbm";"kg") geeft 1.3608 terug
- Voorbeelden
CONVERT(7.9;"cal";"J") geeft 33.0757 terug
De functie DEC2BIN() geeft de decimale waarde terug als een tekenreeks voor een binair getal.
- Syntaxis
DEC2BIN(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Te converteren waardeType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: De minimum lengte van de uitvoerType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
DEC2BIN(12) geeft "1100" terug
- Voorbeelden
DEC2BIN(55) geeft "110111" terug
De functie DEC2HEX() geeft de decimale waarde terug als een tekenreeks voor een hexadecimaal getal.
- Syntaxis
DEC2HEX(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Te converteren waardeType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: De minimum lengte van de uitvoerType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
DEC2HEX(12) geeft "c" terug
- Voorbeelden
DEC2HEX(55) geeft "37" terug
De functie DEC2OCT() geeft de decimale waarde terug als een tekenreeks voor een octaal getal.
- Syntaxis
DEC2OCT(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Te converteren waardeType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: De minimum lengte van de uitvoerType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
DEC2OCT(12) geeft "14" terug
- Voorbeelden
DEC2OCT(55) geeft "67" terug
De functie DELTA(x;y) geeft 1 terug als x gelijk is aan y, en anders 0. Standaardwaarde van y is 0.
- Syntaxis
DELTA(x; y)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuk (met drijvende komma)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuk (met drijvende komma)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
DELTA(1.2; 3.4) geeft 0 terug
- Voorbeelden
DELTA(3; 3) geeft 1 terug
- Voorbeelden
DELTA(1; Waar) geeft 1 terug
De functie ERF() is de foutfunctie (ook bekend als error function). Met een enkel argument geeft ERF() een waarde terug tussen 0 en dat argument.
- Syntaxis
ERF(ondergrens; bovengrens)
- Parameters
- Commentaar: OndergrensType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: BovengrensType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
ERF(0.4) geeft 0.42839236 terug
- Gerelateerde functies
ERFC
De functie ERFC() geeft de waarde van de complementaire foutfunctie (complementary error function) terug.
- Syntaxis
ERFC(ondergrens; bovengrens)
- Parameters
- Commentaar: OndergrensType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: BovengrensType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
ERFC(0.4) geeft 0.57160764 terug
- Gerelateerde functies
ERF
De functie GESTEP(x;y) geeft 1 terug als x >= y en anders 0. Standaardwaarde van y is 0.
- Syntaxis
GESTEP(x; y)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuk (met drijvende komma)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuk (met drijvende komma)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
GESTEP(1.2; 3.4) geeft 0 terug
- Voorbeelden
GESTEP(3; 3) geeft 1 terug
- Voorbeelden
GESTEP(0.4; Waar) geeft 0 terug
- Voorbeelden
GESTEP(4; 3) geeft 1 terug
De functie HEX2BIN() geeft een tekenreeks voor een hexadecimale waarde terug als een tekenreeks voor een binair getal.
- Syntaxis
HEX2BIN(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Te converteren waardeType: Tekst
- Voorbeelden
HEX2BIN("a") geeft "1010" terug
- Voorbeelden
HEX2BIN("37") geeft "110111" terug
De functie HEX2DEC() geeft een tekenreeks voor een hexadecimale waarde terug als een decimaal getal.
- Syntaxis
HEX2DEC(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Te converteren waardeType: Tekst
- Voorbeelden
HEX2DEC("a") returns 10
- Voorbeelden
HEX2DEC("37") geeft 55 terug
De functie HEX2OCT() geeft een tekenreeks voor een hexadecimale waarde terug als een tekenreeks voor een octaal getal.
- Syntaxis
HEX2OCT(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Te converteren waardeType: Tekst
- Voorbeelden
HEX2OCT("a") returns "12"
- Voorbeelden
HEX2OCT("37") geeft "67" terug
De functie IMABS(complex getal) geeft de norm terug van een complex getal x+yi.
- Syntaxis
IMABS(complex getal)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMABS("1.2+5i") geeft 5.1419 terug
- Voorbeelden
IMABS("-i") geeft 1 terug
- Voorbeelden
IMABS("12") geeft 12 terug
De functie IMAGINARY(tekenreeks) geeft het imaginaire deel van een complex getal terug (zonder de toevoeging i, dus als een reëel getal).
- Syntaxis
IMAGINARY(tekenreeks)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMAGINARY("1.2+3.4i") geeft 3.4 terug
- Voorbeelden
IMAGINARY("1.2") geeft 0 terug
De functie IMARGUMENT(complex getal) geeft het (hoofd)argument (in radialen) terug van een complex getal x+yi.
- Syntaxis
IMARGUMENT(complex getal)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMARGUMENT("1.2+5i") geeft 1.33525 terug
- Voorbeelden
IMARGUMENT("-i") geeft -1.57079633 terug
- Voorbeelden
IMARGUMENT("12") geeft "#Div/0" terug
De functie IMCONJUGATE(complex getal) geeft de complex toegevoegde van een complex getal terug als de tekenreeks "x+yi".
- Syntaxis
IMCONJUGATE(complex getal)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMCONJUGATE("1.2+5i") geeft "1.2-5i" terug
- Voorbeelden
IMCONJUGATE("-i") geeft "i" terug
- Voorbeelden
IMCONJUGATE("12") geeft "12" terug
De functie IMCOS(tekenreeks) geeft de cosinus terug van een complex getal
- Syntaxis
IMCOS(tekenreeks)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMCOS("1+i") geeft "0.83373-0.988898i" terug
- Voorbeelden
IMCOS("12i") geeft 81377.4 terug
De functie IMCOSH(string) geeft de hyperbolische cosinus van een complex getal terug.
- Syntaxis
IMCOSH(tekenreeks)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMCOSH("1+i") geeft "0.83373+0.988898i" terug
- Voorbeelden
IMCOSH("12i") geeft 0.84358 terug
De functie IMCOT(tekenreeks) geeft de cotangens terug van een complex getal.
- Syntaxis
IMCOT(tekenreeks)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMCOT("1+i") geeft "0.21762-0.86801i" terug
De functie IMCSC(tekenreeks) geeft de cosecans terug van een complex getal.
- Syntaxis
IMCSC(tekenreeks)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMCSC("1+i") geeft "0.62151-0.30393i" terug
De functie IMCSCH(string) geeft de hyperbolische cosecans van een complex getal terug.
- Syntaxis
IMCSCH(tekenreeks)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMCSCH("1+i") geeft "0.30393-i0.62151" terug
De functie IMDIV() geeft de deling van een aantal complexe getallen terug als een tekenreeks "x+yi".
- Syntaxis
IMDIV(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Complex getalType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Complex getalType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Complex getalType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Complex getalType: Een bereik (range) van tekenreeksen
- Voorbeelden
IMDIV(1.2;"3.4+5i") geeft "0.111597-0.164114i" terug
- Voorbeelden
IMDIV("12+i";"12-i") geeft "0.986207+0.16551i" terug
De functie IMEXP(tekenreeks) geeft de exponent terug van een complex getal als een tekenreeks.
- Syntaxis
IMEXP(tekenreeks)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMEXP("2-i") geeft "3.99232-6.21768i" terug
- Voorbeelden
IMEXP("12i") geeft "0.843854-0.536573i" terug
De functie IMLN(tekenreeks) geeft de natuurlijke logaritme terug van een complex getal.
- Syntaxis
IMLN(tekenreeks)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMLN("3-i") geeft "1.15129-0.321751i" terug
- Voorbeelden
IMLN("12") geeft 2.48491 terug
De functie IMLOG10(tekenreeks) geeft de logaritme met grondtal 10 terug van een complex getal.
- Syntaxis
IMLOG10(tekenreeks)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMLOG10("3+4i") geeft "0.69897+0.402719i" terug
De functie IMLOG2(tekenreeks) geeft de logaritme met grondtal 2 terug van een complex getal.
- Syntaxis
IMLOG2(tekenreeks)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMLOG2("3+4i") geeft "2.321928+1.337804i" terug
De functie IMPOWER(tekenreeks) geeft een macht van een complex getal terug.
- Syntaxis
IMPOWER(tekenreeks)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: TekstCommentaar: MachtType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
IMPOWER("4-i";2) geeft "15-8i" terug
- Voorbeelden
IMPOWER("1.2";2) geeft 1.44 terug
De functie IMPRODUCT() geeft het product terug van een aantal complexe getallen als de tekenreeks "x+yi".
- Syntaxis
IMPRODUCT(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Complex getalType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Complex getalType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Complex getalType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Complex getalType: Een bereik (range) van tekenreeksen
- Voorbeelden
IMPRODUCT(1.2;"3.4+5i") geeft "4.08+6i" terug
- Voorbeelden
IMPRODUCT(1.2;"1i") geeft "+1.2i" terug
De functie IMREAL(tekenreeks) geeft het reële deel terug van een complex getal, als reëel getal.
- Syntaxis
IMREAL(tekenreeks)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMREAL("1.2+3.4i") geeft 1.2 terug
- Voorbeelden
IMREAL("1.2i") geeft 0 terug
De functie IMSEC(tekenreeks) geeft de secans terug van een complex getal.
- Syntaxis
IMSEC(tekenreeks)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMSEC("1+i") geeft "0.49833+i0.59108" terug
De functie IMSECH(string) geeft de hyperbolische secans van een complex getal terug.
- Syntaxis
IMSECH(tekenreeks)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMSECH("1+i") geeft "0.49833-i0.59108" terug
De functie IMSIN(tekenreeks) geeft de sinus terug van een complex getal.
- Syntaxis
IMSIN(tekenreeks)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMSIN("1+i") geeft "1.29846+0.634964i" terug
- Voorbeelden
IMSIN("1.2") geeft -0.536573 terug
De functie IMSINH(tekenreeks) geeft de hyperbolische sinus van een complex getal terug.
- Syntaxis
IMSINH(tekenreeks)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMSINH("1+i") geeft "0.63496+1.29846i" terug
- Voorbeelden
IMSINH("1.2") geeft 1.50946 terug
De functie IMSQRT(tekenreeks) geeft de vierkantswortel terug van een complex getal.
- Syntaxis
IMSQRT(tekenreeks)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMSQRT("1+i") geeft "1.09868+0.45509i" terug
- Voorbeelden
IMSQRT("1.2i") geeft "0.774597+0.774597i" terug
De functie IMSUB() geeft het verschil terug tussen een aantal complexe getallen als de tekenreeks "x+yi".
- Syntaxis
IMSUB(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Complex getalType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Complex getalType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Complex getalType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Complex getalType: Een bereik (range) van tekenreeksen
- Voorbeelden
IMSUB(1.2;"3.4+5i") geeft "-2.2-5i" terug
- Voorbeelden
IMSUB(1.2;"1i") geeft "1.2-i" terug
De functie IMSUM() geeft de som van een aantal complexe getallen terug als een tekenreeks "x+yi".
- Syntaxis
IMSUM(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Complex getalType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Complex getalType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Complex getalType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: Complex getalType: Een bereik (range) van tekenreeksen
- Voorbeelden
IMSUM(1.2;"3.4+5i") geeft "4.6+5i" terug
- Voorbeelden
IMSUM(1.2;"1i") geeft "1.2+i" terug
De functie IMTAN(tekenreeks) geeft de tangens van een complex getal terug.
- Syntaxis
IMTAN(tekenreeks)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMTAN("1+i") geeft "0.27175+1.08392i" terug
- Voorbeelden
IMTAN("1.2") geeft 2.57215 terug
De functie IMTANH(tekenreeks) geeft de hyperbolische tangens terug van een complex getal.
- Syntaxis
IMTANH(tekenreeks)
- Parameters
- Commentaar: Complex getalType: Tekst
- Voorbeelden
IMTANH("1+i") geeft "1.08392+0.27175i" terug
- Voorbeelden
IMTANH("1.2") geeft 0.83365 terug
De functie OCT2BIN() geeft de octale waarde terug als een tekenreeks voor een een binair getal.
- Syntaxis
OCT2BIN(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Te converteren waardeType: TekstCommentaar: De minimum lengte van de uitvoerType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
OCT2BIN("12") geeft "1010" terug
- Voorbeelden
OCT2BIN(55) geeft "101101" terug
De functie OCT2DEC() geeft een tekenreeks voor een octale waarde terug als een decimaal getal.
- Syntaxis
OCT2DEC(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Te converteren waardeType: Tekst
- Voorbeelden
OCT2DEC("12") returns 10
- Voorbeelden
OCT2DEC("55") geeft 45 terug
De functie OCT2HEX() geeft een tekenreeks voor een octale waarde terug als een tekenreeks voor een hexadecimaal getal.
- Syntaxis
OCT2HEX(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Te converteren waardeType: TekstCommentaar: De minimum lengte van de uitvoerType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
OCT2HEX("12") geeft "A" terug (A is het hexadecimale cijfer voor tien)
- Voorbeelden
OCT2HEX("55") geeft "2D" terug
De functie ACCRINT() geeft de opgelopen rente terug voor een waardepapier waarop periodiek rente wordt uitbetaald. Toegestane perioden zijn 1 voor jaarlijks, 2 voor halfjaarlijks en 4 voor per kwartaal. Basis is het type dagtelling dat u wilt gebruiken: 0 voor US 30/360 (standaard), 1 voor echte dagen, 2 voor echte dagen/360, 3 voor echte dagen/365 of 4 voor Europees 30/365.
- Syntaxis
ACCRINT(uitgavedag; startrente; vervaldatum; jaarrente; nominale waarde; betalingsfrequentie; basis)
- Parameters
- Commentaar: UitgavedatumType: DatumCommentaar: StartrenteType: DatumCommentaar: BetaaldatumType: DatumCommentaar: Jaarrente van een waardepapierType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Nominale waardeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Aantal betalingen per jaarType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Basis van dagbetalingType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
ACCRINT("28:2:2001"; "31:8:2001"; "1:5:2001"; 0.1;1000; 2; 0) geeft 16,944 terug
- Gerelateerde functies
ACCRINTM
De functie ACCRINTM() geeft de opgelopen rente voor een waardepapier welke op de vervaldatum wordt uitbetaald. Basis is het type dagtelling dat u wilt gebruiken: 0 voor US 30/360 (standaard), 1 voor echte dagen, 2 voor echte dagen/360, 3 voor echte dagen/365 of 4 voor Europees 30/365.
- Syntaxis
ACCRINTM(uitgavedag; vervaldatum; rente; nominale waarde; basis)
- Parameters
- Commentaar: UitgavedatumType: DatumCommentaar: BetaaldatumType: DatumCommentaar: Jaarrente van een waardepapierType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Nominale waardeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Basis van dagbetalingType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
ACCRINTM("28:2:2001"; "31:8:2001"; 0.1; 100) geeft 5.0278 terug
- Gerelateerde functies
ACCRINT
De AMORDEGRC-functie berekent de afschrijvingswaarde voor het Franse boekhoudsysteem met gebruik van degressieve afschrijving.
- Syntaxis
AMORDEGRC( kosten; koopDatum; eerstePeriodeEindDatum; restwaarde; periode; rate; basis)
- Parameters
- Commentaar: KostenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: PvType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: FvType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
AMORDEGRC( 1000; 01:02:2006; 31:12:2006; 10; 0; 0.1; 1 ) geeft 228 terug
- Gerelateerde functies
AMORLINC DB DDB YEARFRAC
De AMORLINC-functie berekent de afschrijvingswaarde voor het Franse boekhoudsysteem met gebruik van lineaire afschrijving.
- Syntaxis
AMORLINC( kosten; koopDatum; eerstePeriodeEindDatum; restwaarde; periode; rate; basis)
- Parameters
- Commentaar: PType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: PvType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: FvType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
AMORLINC( 1000; "01:02:2004"; "31:12:2004"; 10; 0; 0.1; 1 ) geeft 91.256831 terug
- Gerelateerde functies
AMORDEGRC DB DDB YEARFRAC
De functie COMPOUND() geeft de waarde terug van een investering, gegeven het startkapitaal, de nominale rente, de stortingsfrequentie en tijd. Voorbeeld: $5000 tegen 12% rente, gedurende 5 jaar opgespaard met een stortingsfrequentie van elk kwartaal levert een eindbedrag op van COMPOUND(5000;0.12;4;5) oftewel $9030.56.
- Syntaxis
COMPOUND(beginkapitaal;rente;perioden;perioden_per_jaar)
- Parameters
- Commentaar: StartkapitaalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: RenteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Perioden per jaarType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: JarenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
COMPOUND(5000;0.12;4;5) geeft 9030.56 terug
De functie CONTINUOUS() berekent de uitkomst van een continue samengestelde rente, gegeven het startkapitaal, de nominale rente en de tijdsduur in jaren. Voorbeeld: $1000 tegen 10% rente gedurende 1 jaar levert CONTINUOUS(1000;1;1) oftewel $1105.17 op.
- Syntaxis
CONTINUOUS(startkapitaal;rente;jaren)
- Parameters
- Commentaar: StartkapitaalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: RenteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: JarenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
CONTINUOUS(1000;0.1;1) geeft 1105.17 terug
De functie COUPNUM() geeft het aantal coupons die tussen de betaaldatum en de vervaldatum moeten worden betaald. Basis is het type dagtelling dat u wilt gebruiken: 0 voor US 30/360 (standaard), 1 voor echte dagen, 2 voor echte dagen/360, 3 voor echte dagen/365 of 4 voor Europees 30/365.
- Syntaxis
COUPNUM(betaaldatum; vervaldatum; frequentie; basis)
- Parameters
- Commentaar: BetaaldatumType: DatumCommentaar: VervaldatumType: DatumCommentaar: FrequentieType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Basis van dagbetalingType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
COUPNUM("28:2:2001"; "3:.8:2001"; 2; 0) geeft 1 terug
Berekent de cumulatieve rentebetaling.
- Syntaxis
CUMIPMT(rente; perioden; waarde; start; einde; type)
- Parameters
- Commentaar: renteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: periodenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: waardeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: startType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: eindeType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: typeType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
CUMIPMT( 0.06/12; 5*12; 100000; 5; 12; 0 ) is gelijk aan -3562.187023
- Gerelateerde functies
IPMT CUMPRINC
Berekent de cumulatieve hoofdbetaling.
- Syntaxis
CUMPRINC(rente; perioden; waarde; start; einde; type)
- Parameters
- Commentaar: renteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: periodenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: waardeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: startType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: eindeType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: typeType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
CUMPRINC( 0.06/12; 5*12; 100000; 5; 12; 0 ) is gelijk aan -11904.054201
- Gerelateerde functies
PPMT CUMIPMT
De functie DB() berekent de afschrijving van een kredietpost over een opgegeven periode met behulp van de vaste degressieve afschrijvingsmethode. Maand is optioneel, indien weggelaten wordt 12 als waarde aangenomen.
- Syntaxis
DB(kosten; restwaarde; levensduur; periode [;maand])
- Parameters
- Commentaar: KostenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: RestwaardeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: LevensduurType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: PeriodeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: MaandType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
DB(8000;400;6;3) geeft 1158.40 terug
- Voorbeelden
DB(8000;400;6;3;2) geeft 1783.41 terug
- Gerelateerde functies
DDB SLN
De functie DDB() berekent de afschrijving van een kredietpost over een opgegeven periode met behulp van de "arithmetic-declining" afschrijvingsmethode. De factor is optioneel, indien weggelaten wordt 2 als waarde aangenomen. Alle parameters moeten groter dan nul zijn.
- Syntaxis
DDB(kosten; restwaarde; levensduur; periode [;factor])
- Parameters
- Commentaar: KostenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: RestwaardeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: LevensduurType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: PeriodeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: FactorType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
DDB(75000;1;60;12;2) geeft 1721.81 terug
- Gerelateerde functies
SLN
De functie DISC() geeft de disconto voor een waardepapier. Basis is het type dagtelling dat u wilt gebruiken: 0 voor US 30/360 (standaard), 1 voor echte dagen, 2 voor echte dagen/360, 3 voor echte dagen/365 of 4 voor Europees 30/365.
- Syntaxis
DISC(betaaldatum; vervaldatum; nominale waarde; uitbetaling [; basis ] )
- Parameters
- Commentaar: BetaaldatumType: DatumCommentaar: VervaldatumType: DatumCommentaar: Prijs per $100 nominale waardeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: AflossingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Basis van dagbetalingType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
DISC("28:2:2001"; "31:8:2001"; 12; 14) geeft 0.2841 terug
- Gerelateerde functies
YEARFRAC
De functie DOLLARDE() geeft een dollarprijs uitgedrukt in een decimaal breuk. De fractionele dollar is het getal dat geconverteerd wordt en de fractie is de noemer van de breuk
- Syntaxis
DOLLARDE(fractionele dollar; noemer)
- Parameters
- Commentaar: Fractionele DollarType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: FractieType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
DOLLARDE(1.02; 16) - betekent 1 en 2/16 - geeft 1.125 terug
- Gerelateerde functies
DOLLARFR TRUNC
De functie DOLLARFR() geeft de dollarprijs als een breuk. De decimale dollar is het getal dat wordt geconverteerd, en de fractie is de noemer van de breuk
- Syntaxis
DOLLARFR(fractionele dollar; fractie)
- Parameters
- Commentaar: Decimale DollarType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: FractieType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
DOLLARFR(1.125; 16) returns 1.02 terug. (1 + 2/16)
- Gerelateerde functies
DOLLARDE TRUNC
Geeft het aantal perioden terug die nodig zijn om een investering de gewenste waarde te laten bereiken.
- Syntaxis
DURATION(rente; pv; fv)
- Parameters
- Commentaar: RenteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Huidige waarde (PV)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Toekomstige waarde (FV)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
DURATION(0.1; 1000; 2000) geeft 7.27 terug
- Gerelateerde functies
FV PV
Geeft de Macauley-duur van een vaste-rente waardepapier in jaren.
- Syntaxis
DURATION_ADD(Betaaldatum; Vervaldatum; Coupon; Opbrengst; Frequentie; Basis)
- Parameters
- Commentaar: BetaaldatumType: DatumCommentaar: VervaldatumType: DatumCommentaar: CouponType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: OpbrengstType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: FrequentieType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: BasisType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
DURATION_ADD( "01:01:1998"; "01:01:2006"; 0.08; 0.09; 2; 1 ) geeft 5.9937749555 terug
- Gerelateerde functies
MDURATION
De functie EFFECT() berekent de effectieve rente bij een nominaal rentepercentage (jaarlijkse rente of APR). Voorbeeld: 8% maandelijks samengestelde rente levert een effectieve rente op van EFFECT(.08 ;12) oftewel 8.3%.
- Syntaxis
EFFECT(nominaal;perioden)
- Parameters
- Commentaar: Nominale renteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: PeriodenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
EFFECT(0.08;12) geeft 0.083 terug
- Gerelateerde functies
EFFECTIVE NOMINAL
De functie EFFECTIVE() berekent de effectieve rente bij een nominaal rentepercentage.(jaarlijkse rente of APR). en is gelijk aan de functie EFFECT.
- Syntaxis
EFFECTIVE(nominaal;perioden)
- Parameters
- Commentaar: Nominale renteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: PeriodenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Gerelateerde functies
EFFECT
De functie EURO() converteert een Euro naar een gegeven nationale valuta in de Europese monetaire unie. De munt is er een van de volgende: ATS (Oostenrijk), BEF (België), DEM (Duitsland), ESP (Spanje), EUR (Euro), FIM (Finland), FRF (Frankrijk), GRD (Griekenland), IEP (Ierland), ITL (Italië), LUF (Luxemburg), NLG (Nederland) of PTE (Portugal).
- Syntaxis
EURO(valuta)
- Parameters
- Commentaar: ValutaType: Tekst
- Voorbeelden
EURO("NLG") geeft 2.20371 terug
- Gerelateerde functies
EUROCONVERT
De functie EUROCONVERT() converteert een bedrag uitgedrukt in een nationale valuta naar een andere valuta en gebruikt daarbij de EURO als tussenstation. De munt is er een van de volgende: ATS (Oostenrijk), BEF (België), DEM (Duitsland), ESP (Spanje), EUR (Euro), FIM (Finland), FRF (Frankrijk), GRD (Griekenland), IEP (Ierland), ITL (Italië), LUF (Luxemburg), NLG (Nederland) of PTE (Portugal).
- Syntaxis
EUROCONVERT(bedrag; bronvaluta; doelvaluta)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: BronvalutaType: TekstCommentaar: DoelvalutaType: Tekst
- Voorbeelden
EUROCONVERT(1; "EUR"; "NLG") is gelijk aan 2.20371
- Gerelateerde functies
EURO
De functie FV() geeft de toekomstige waarde van een investering terug, gegeven de rente en de verstreken tijd. Met bijv. $1000 op een spaarrekening tegen 8% rente, krijgt u over 2 jaar FV(1000;0.08;2) oftewel $1166.40.
- Syntaxis
FV(huidige waarde;rente;periodes)
- Parameters
- Commentaar: Huidige waardeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: RenteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: PeriodenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
FV(1000;0.08;2) is gelijk aan 1166.40
- Gerelateerde functies
PV NPER PMT RATE
De functie FV_ANNUITY() geeft de toekomstige waarde terug van een reeks uitkeringen, gegeven de hoogte van de uitkering, het rentepercentage en het aantal perioden. Voorbeeld: u ontvangt $500 per jaar over een periode van 20 jaar. Dit investeert u tegen 8% rente. Na 20 jaar zal het totaal FV_ANNUITY(500;0.08;20) oftewel $22.880.98 bedragen. Er wordt ervan uitgegaan dat de uitkering aan het einde van elke maand plaatsvind.
- Syntaxis
FV_ANNUITY(bedrag;rente;perioden)
- Parameters
- Commentaar: Betaling per periodeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: RenteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: PeriodenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
FV_ANNUITY(1000;0.05;5) is gelijk aan 5525.63
De functie INTRATE() geeft de rentewaarde voor een volledig geïnvesteerd waardepapier. Basis is het type dagtelling dat u wilt gebruiken: 0 voor US 30/360 (standaard), 1 voor echte dagen, 2 voor echte dagen/360, 3 voor echte dagen/365 of 4 voor Europees 30/365.
- Syntaxis
INTRATE(betaaldatum; vervaldatum; investering; uitbetaling; basis)
- Parameters
- Commentaar: BetaaldatumType: DatumCommentaar: VervaldatumType: DatumCommentaar: InvesteringType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: AflossingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Basis van dagbetalingType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
INTRATE("28:2:2001"; "31:8:2001"; 1000000; 2000000;1)geeft 1.98 terug
IPMT() berekent het rentebedrag van de annuïteit.
Rente is het periodieke rentepercentage.
Periode is de afnameperiode. 1 voor de eerste en NPER voor de laatste periode.
NPER is het totaal aantal perioden waarin een annuïteit wordt afbetaald.
PV is de huidige waarde in de rij van afbetalingen.
FV (optioneel) is de verlangde (toekomstige) waarde. Standaard: 0.
Type (optioneel) definieert de einddatum. 1 voor betaling aan het begin van een periode en 0 (standaard) voor betaling aan het eind van een periode.
Het voorbeeld toont het te betalen rentebedrag in het laatste jaar van een 3-jarige lening. Het rentepercentage is 10 procent.
- Syntaxis
IPMT(rente; periode; NPer; PV; FV; type)
- Parameters
- Commentaar: RenteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: PeriodeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Aantal periodenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Huidige waardenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Toekomstige waarde (optioneel)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Type (optioneel)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
IPMT(0.1;3;3;8000) is gelijk aan -292.45
- Gerelateerde functies
PPMT PV PMT
De functie IRR berekent de interne opbrengstrente voor een reeks kasbetalingen.
- Syntaxis
IRR( Waarden; Data[; Geschat = 0.1 ] )
- Parameters
- Commentaar: WaardenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: SchattingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Gerelateerde functies
XIRR
Berekent de betaalde rente over de opgegeven periode van een investering.
Rente is het periodieke rentepercentage.
Periode is de periode van afname. 1 staat voor eerste en NPer voor de laatste periode.
NPer is het totaal aantal perioden waarin een annuïteit wordt afbetaald.
PV is de huidige waarde in de rij van afbetalingen.
- Syntaxis
ISPMT(rente; periode; NPer; PV)
- Parameters
- Commentaar: RenteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: PeriodeType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Aantal periodenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Huidige waarden (PV)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
ISPMT(0.1; 1; 3; 8000000) is gelijk aan -533333
- Gerelateerde functies
PV FV NPER PMT RATE
De functie LEVEL_COUPON() berekent de waarde van een level-coupon-obligatie. Voorbeeld: Stel, de rente is 10%. Een obligatie ter waarde van $1000 met halfjaarlijkse coupons met een rente van 13% die 4 jaar duurt heeft de volgende waarde: LEVEL_COUPON(1000;.13;2;4;.1) oftewel $1096.95.
- Syntaxis
LEVEL_COUPON(zichtwaarde;couponrente;coupons per jaar;jaren;marktrente)
- Parameters
- Commentaar: Nominale waardeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: CouponrenteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Coupons per jaarType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: JarenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: MarktrentevoetType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
LEVEL_COUPON(1000;.13;2;4;.1) is gelijk aan 1096.95
De functie MDURATION() berekent de gemodificeerde Macauley-duur van een vaste-rente waardepapier in jaren.
- Syntaxis
MDURATION( Betaaldatum; Vervaldatum; Coupon; Opbrengst; Frequentie; [ Basis=0 ])
- Parameters
- Commentaar: BetaaldatumType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: VervaldatumType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: CouponType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: OpbrengstType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: FrequentieType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: BasisType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
MDURATION("01:02:2004"; "31:05:2004"; 0.08; 0.09; 2; 0) geeft 0.316321106 terug
- Gerelateerde functies
DURATION
De functie MIRR() berekent de aangepaste interne opbrengstvoet (IRR) als een serie van periodieke investeringen.
- Syntaxis
MIRR(waarden; investering; herinvestering)
- Parameters
- Commentaar: WaardenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: InvesteringType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: HerinvesteringType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
MIRR({100;200;-50;300;-200}. 5%. 6%) is gelijk aan 34.2823387842%
- Gerelateerde functies
IRR
De functie NOMINAL() berekent het nominale rentepercentage bij een effectief rentepercentage (op jaarbasis) samengesteld na gegeven tijdsintervallen. Voorbeeld: om 8% te verdienen bij een maandelijks samengestelde rente is een rente nodig van NOMINAL(.08;12) oftewel 7.72%.
- Syntaxis
NOMINAL(effectief;perioden)
- Parameters
- Commentaar: Effectieve renteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: PeriodenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
NOMINAL(0.08;12) geeft 0.0772 terug
- Gerelateerde functies
EFFECT
Geeft het aantal perioden van een investering terug.
- Syntaxis
NPER(rente;betaling;pv;fv;type)
- Parameters
- Commentaar: RenteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: BetaalwijzeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Huidige waarde (PV)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Toekomstige waarde (FV - optioneel)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Type (optioneel)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
NPER(0.1; -100; 1000) is gelijk aan 11
- Voorbeelden
NPER(0.06; 0; -10000; 20000 ;0) is gelijk aan 11.906
- Gerelateerde functies
FV RATE PMT PV
De netto huidige waarde (NPV) voor een serie van periodieke kasbetalingen.
Berekent de netto huidige waarde (Net Present Value) voor een serie kasbetalingen met de kortingsrente Rente. De Waarden zijn positief als ze ontvangen worden als inkomen en negatief als het uitgaven zijn.
De functie ODDLPRICE berekent de waarde van een waardepapier per 100 valuta-eenheden van de nominale waarde. Het waardepapier heeft een onregelmatige eindrentedatum.
- Syntaxis
ODDLPRICE( Betaaldatum; Vervaldatum; Eind; Rente; JaarlijkseOpbrengst; Uitbetaling; Frequentie [; Basis = 0] )
- Parameters
- Commentaar: BetaaldatumType: DatumCommentaar: VervaldatumType: DatumCommentaar: LaatsteType: DatumCommentaar: RenteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: JaarlijkseOpbrengstType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: AflossingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: FrequentieType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: BasisType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
ODDLPRICE(DATE(1990;6;1);DATE(1995;12;31);DATE(1990;1;1);3%;5%;100;2) geeft 90.991042345 terug
De functie ODDYIELD berekent de opbrengst van een waardepapier met een onregelmatige eindrentedatum.
- Syntaxis
ODDLYIELD( Betaaldatum; Vervaldatum; Laatste; Rente; Prijs; Aflossing; Frequentie [; Basis = 0 ] )
- Parameters
- Commentaar: BetaaldatumType: DatumCommentaar: VervaldatumType: DatumCommentaar: LaatsteType: DatumCommentaar: RenteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: PrijsType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: AflossingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: FrequentieType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: BasisType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
ODDLYIELD(DATE(1990;6;1);DATE(1995;12;31);DATE(1990;1;1);3%;91;100;2) geeft 4.997775351 terug
- Gerelateerde functies
ODDLPRICE
PMT() geeft het bedrag terug voor een lening, gebaseerd op een constante rente en een constante afbetaling (iedere keer hetzelfde bedrag afbetalen).
- Syntaxis
PMT(rente; nper ; pv [; fv = 0 [; type = 0]] )
- Parameters
- Commentaar: RenteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Aantal perioden (NPer)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Huidige waarde (PV)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Toekomstige waarde (FV - optioneel)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Type (optioneel)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
PMT(0.1; 4; 10000) geeft -3154.71 terug
- Gerelateerde functies
NPER IPMT PPMT PV
PPMT berekent het bedrag dat per periode betaald moet worden aan een annuïteit van een kapitaal.
Rente is het periodieke rentepercentage.
Periode is de afnameperiode. 1 voor de eerste en NPER voor de laatste periode.
NPER is het totaal aantal perioden waarin een annuïteit wordt afbetaald.
PV is de huidige waarde in de rij van afbetalingen.
FV (optioneel) is de verlangde (toekomstige) waarde. Standaard: 0.
Type (optioneel) definieert de einddatum. 1 voor betaling aan het begin van een periode en 0 (standaard) voor betaling aan het eind van een periode.
- Syntaxis
PPMT(Rente; Periode; NPer; PV [; FV = 9 [; Type = 0 ]] )
- Parameters
- Commentaar: RenteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: PeriodeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Aantal periodenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Huidige waardeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Toekomstige waarde (optioneel)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Type (optioneel)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
PPMT(0.0875;1;36;5000;8000;1) is gelijk aan -18.48
- Gerelateerde functies
IPMT PMT PV
PRICEMAT berekent de prijs per 100 valuta-eenheden van de zichtwaarde van waardepapieren die rente betalen op de vervaldatum.
Basis rekenmethode
0 US-methode, 12 maanden, elke maand heeft 30 dagen
1 Werkelijk aantal dagen in een jaar, werkelijk aantal dagen in de maanden
2 360 dagen in een jaar, werkelijk aantal dagen in de maanden
4 365 dagen in een jaar, werkelijk aantal dagen in de maanden
5 Europese methode, 12 maanden, elke maand heeft 30 dagen
- Syntaxis
PRICEMAT(betaaldatum; vervaldatum; uitgavedag; rente; opbrengstrente [; basis = 0 ] )
- Parameters
- Commentaar: BetaaldatumType: DatumCommentaar: VervaldatumType: DatumCommentaar: UitgaveType: DatumCommentaar: KortingstariefType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: OpbrengstType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: BasisType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
PRICEMAT(DATE(1990;6;1);DATE(1995;12;31);DATE(1990;1;1);6%;5%) geeft 103.819218241 terug
De functie PV() geeft de huidige waarde terug van een investering -- de waarde vandaag van een toekomstig geldbedrag. gegeven het rentepercentage of de inflatie. Voorbeeld: Er is $1166.40 nodig voor een nieuwe computer. en u wilt deze over 2 jaar kunnen kopen. terwijl u 8% rente over uw spaargeld krijgt. Uw kapitaal moet dan PV(1166;4;0.08;2) oftewel $1000.00 bedragen.
- Syntaxis
PV(toekomstige waarde;rente;perioden)
- Parameters
- Commentaar: Toekomstige waardeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: RenteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: PeriodenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
PV(1166.4;0.08;2) is gelijk aan 1000
De functie PV_ANNUITY() geeft de huidige waarde terug van een annuïteit of een vaste gelduitkering gedurende een bepaalde tijd. Voorbeeld: een "million dollar"l loterijprijs keert $50.000.00 per jaar uit over een periode van 20 jaar, terwijl de rente 5% bedraagt. De uiteindelijke waarde van deze prijs is dan PV_ANNUITY(500000;0.05;20) oftewel $623111. Er wordt ervan uitgegaan dat de uitkering aan het einde van elke maand plaats vindt.
- Syntaxis
PV_ANNUITY(geldbedrag;rente;perioden)
- Parameters
- Commentaar: Betaling per periodeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: RenteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: PeriodenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
PV_ANNUITY(1000;0.05;5) is gelijk aan 4329.48
De functie RATE() berekent de constante periodieke rente van een investering.
- Syntaxis
RATE(nper;betaling;beginwaarde;eindwaarde;type;gis)
- Parameters
- Commentaar: Periode betalingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Regelmatige betalingenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Huidige waardeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Toekomstige waardeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: TypeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: SchattingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
RATE(4*12;-200;8000) geeft 0.007701472 terug
De functie RECEIVED() geeft het bedrag dat wordt uitbetaald op de vervaldatum van een waardepapier. Basis is het type dagtelling dat zal worden gebruikt: 0 voor US 30/360 (standaard). 1 voor echte dagen, 2 voor echte dagen/360, 3 voor echte dagen/365 of vier voor Europese 30/365. De betaaldatum moet voor de vervaldatum liggen.
- Syntaxis
RECEIVED(betaaldatum; vervaldatum; investering; korting; basis)
- Parameters
- Commentaar: BetaaldatumType: DatumCommentaar: VervaldatumType: DatumCommentaar: InvesteringType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: KortingstariefType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: BasisType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
RECEIVED("28:02:2001"; "31:08:2001"; 1000; 0.05; 0) geeft 1025.787 terug
De functie RRI berekent de rente aan de hand van wat een investering opbrengt.
- Syntaxis
RRI( P; Pv; Fv)
- Parameters
- Commentaar: PType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: PvType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: FvType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
RRI(1;100;200) geeft 1 terug
- Gerelateerde functies
FV NPER PMT PV RATE
De functie SLN() berekent de lineaire afschrijving van een kredietpost voor een bepaalde afschrijvingperiode. "Kosten" is het bedrag dat voor de kredietpost betaald werd. "Restwaarde" is het resterende bedrag aan het einde van de afschrijvingperiode. "Levensduur" is het aantal perioden waarover de kredietpost wordt afgeschreven. SLN verdeelt de kosten evenredig over de levensduur van een kredietpost.
- Syntaxis
SLN(kosten;restwaarde;levensduur)
- Parameters
- Commentaar: KostenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: RestwaardeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: LevensduurType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
SLN(10000;700;10) geeft 930 terug
- Gerelateerde functies
SYD DDB
De functie SYD() berekent de "sum-of-years digits"-afschrijving voor een kredietpost gebaseerd op aanschafkosten, restwaarde, verwachte levensduur en afschrijfperiode. Deze methode versnelt de afschrijving, zodat er meer afschrijfkosten zijn in de beginperiode dan in de latere perioden. De afschrijfkosten zijn de aanschafkosten minus de restwaarde. De gebruiksduur is het aantal perioden (meestal jaren) waarover de kredietpost wordt afgeschreven.
- Syntaxis
SYD(aanschafkosten;restwaarde;gebruiksduur;perioden)
- Parameters
- Commentaar: KostenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: RestwaardeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: LevensduurType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: PeriodeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
SYD(5000; 200; 5; 2) geeft 1280 terug
- Gerelateerde functies
SLN DDB
De functie TBILLEQ() geeft de passende obligatie voor een "facturering". De vervaldatum moet na de betaaldatum liggen, maar niet meer dan 365 dagen.
- Syntaxis
TBILLEQ(betaaldatum; vervaldatum; korting)
- Parameters
- Commentaar: BetaaldatumType: DatumCommentaar: VervaldatumType: DatumCommentaar: KortingstariefType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
TBILLEQ("28:02:2001"; "31:08:2001"; 0.1) geeft 0.1068 terug
- Gerelateerde functies
TBILLPRICE TBILLYIELD
De functie TBILLPRICE geeft de prijs per $100-waarde voor een facturering. De vervaldatum moet na de betaaldatum liggen, maar niet meer dan 365 dagen. De korting moet positief te zijn.
- Syntaxis
TBILLPRICE(betaaldatum; vervaldatum; korting)
- Parameters
- Commentaar: BetaaldatumType: DatumCommentaar: VervaldatumType: DatumCommentaar: KortingstariefType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
TBILLPRICE("28:02:2001"; "31:08:2001"; 0.05) geeft 97.4444 terug
- Gerelateerde functies
TBILLEQ TBILLYIELD
De functie TBILLYFIELD() geeft opbrengst voor een facturering. De vervaldatum moet na de betaaldatum, doch binnen de 365 dagen liggen. De prijs moet positief zijn.
- Syntaxis
TBILLYFIELD(betaaldatum; vervaldatum; prijs)
- Parameters
- Commentaar: BetaaldatumType: DatumCommentaar: VervaldatumType: DatumCommentaar: Prijs per $100 nominale waardeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
TBILLYIELD("28:02:2001"; "31:08:2001"; 600) geeft -1.63 terug
- Gerelateerde functies
TBILLEQ TBILLPRICE
VDB berekent de afschrijving van een bezitting met een initiële waarde, een verwachte bruikbare levensduur en aan het eind een restwaarde voor een gespecificeerde periode met gebruik van de variabele-rente afnemende balans-methode.
- Syntaxis
VDB(kosten; restwaarde; levensduur; start-periode; eind-periode; [; afschrijvingsfactor = 2 [; switch = false ]] )
- Parameters
- Commentaar: BetaaldatumType: DatumCommentaar: VervaldatumType: DatumCommentaar: PrijsType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: AflossingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: BasisType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
VDB(10000;600;10;0;0.875;1.5) geeft 1312.5 terug
De functie XIRR berekent de interne opbrengstrente voor een niet-periodieke serie kasbetalingen.
- Syntaxis
XIRR( Waarden; Data[; Geschat = 0.1 ] )
- Parameters
- Commentaar: WaardenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: DataType: DatumCommentaar: SchattingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
XIRR(B1:B4;C1:C4) Stel B1:B4 bevat -20000. 4000. 12000. 8000 en C1:C4 bevat "=DATE(2000;1;1)". "=DATE(2000;6;1)". "=DATE(2000;12;30)". "=DATE(2001;3;1)"; geeft 0.2115964 terug
- Gerelateerde functies
IRR
De functie XNPV berekent de netto huidige waarde van een serie kasbetalingen.
- Syntaxis
XNPV( Rente; Waarden; Datums )
- Parameters
- Commentaar: RenteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: WaardenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: DataType: Datum
- Voorbeelden
XNPV(5%;B1:B4;C1:C4) Stel B1:B4 bevat -20000. 4000. 12000. 8000 enC1:C4 bevat "=DATE(2000;1;1)". "=DATE(2000;6;1)". "=DATE(2000;12;30)". "=DATE(2001;3;1)"; geeft 2907.83187 terug
- Gerelateerde functies
NPV
YIELDDISC berekent de opbrengstrente van een waardepapier met korting per 100 valuta-eenheden van de zichtwaarde.
- Syntaxis
YIELDDISC(betaaldatum; vervaldatum; prijs; uitbetaling; basis)
- Parameters
- Commentaar: BetaaldatumType: DatumCommentaar: VervaldatumType: DatumCommentaar: PrijsType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: AflossingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: BasisType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
YIELDDISC(DATE(1990;6;1);DATE(1990;12;31);941.66667;1000) geeft 0.106194684 terug
De functie YIELDMAT berekent de opbrengst van een waardepapier waarvan de rente op de vervaldatum betaalt wordt.
- Syntaxis
YIELDMAT( Betaaldatum; Vervaldatum; Uitgavedatum; Rente; Prijs; Basis )
- Parameters
- Commentaar: BetaaldatumType: DatumCommentaar: VervaldatumType: DatumCommentaar: UitgaveType: DatumCommentaar: KortingstariefType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: PrijsType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: BasisType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
YIELDMAT(DATE(1990;6;1);DATE(1995;12;31);DATE(1990; 1; 1); 6%;103.819218241) geeft 0.050000000 terug
- Gerelateerde functies
YIELDDISC
De functie ZERO_COUPON() berekent de waarde van een zero-coupon (purekorting) obligatie. Bijvoorbeeld: als het rentetarief 10% is, dan zal een obligatie van $1000 na een looptijd van 20 jaar een waarde vertegenwoordigen van ZERO_COUPON(1000;.1;20) oftewel $148.64.
- Syntaxis
ZERO_COUPON(nominale waarde;rente;jaren)
- Parameters
- Commentaar: Nominale waardeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: RenteType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: JarenType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
ZERO_COUPON(1000;.1;20) geeft 148.64 terug
De functie ERRORTYPE() vertaalt een fout naar een getal. Indien de waarde geen fout is, wordt er een foutmelding teruggegeven, en anders een getal als code. Foutcodes zijn dezelfde als die in Excel.
- Syntaxis
ERRORTYPE(waarde)
- Parameters
- Commentaar: FoutType: Elk type waarde
- Voorbeelden
ERRORTYPE(NA()) geeft 7 terug
- Voorbeelden
ERRORTYPE(0) geeft een foutmelding terug
Geeft de huidige bestandsnaam. Als het huidige document niet is opgeslagen wordt er een lege tekenreeks teruggegeven.
- Syntaxis
FILENAME()
- Parameters
De functie FORMULA() geeft de formule in een cel terug als een tekenreeks.
- Syntaxis
FORMULA(x)
- Parameters
- Commentaar: ReferentieType: Referentie
- Voorbeelden
FORMULA(A1) geeft de tekenreeks "=SUM(1+2)" terug als deze formule de inhoud is van de cel A1.
De functie INFO(type) geeft informatie over de huidige werkomgeving terug. De parameter type geeft aan welk type informatie u wilt terug ontvangen. Dit is een van de volgende: "directory" geeft het pad van de huidige map, "numfile" geeft het aantal actieve documenten, "release" geeft de versie van Calligra Sheets als tekst, "recalc" geeft de huidige herberekeningsmethode: "automatisch" of "handmatig", "system" geeft de naam van de werkomgeving, en "osversion" geeft het huidige besturingssysteem terug.
- Syntaxis
INFO(type)
- Parameters
- Commentaar: Type van informatieType: Tekst
De functie ISBLANK() geeft Waar terug als de parameter leeg is. Anders geeft de functie Onwaar terug.
- Syntaxis
ISBLANK(x)
- Parameters
- Commentaar: Elke waardeType: Elk type waarde
- Voorbeelden
ISBLANK(A1) geeft Waar terug als A1 leeg is
- Voorbeelden
ISBLANK(A1) geeft Onwaar terug als A1 een waarde bevat
De functie ISDATE() geeft Waar terug als de parameter een datumwaarde is, anders geeft deze Onwaar terug
- Syntaxis
ISDATE(x)
- Parameters
- Commentaar: Elke waardeType: Elk type waarde
- Voorbeelden
ISDATE("02:02:2000") geeft Waar terug
- Voorbeelden
ISDATE("hallo") geeft Onwaar terug
De functie ISERR() geeft Waar terug als de parameter een fout is anders dan N/A, en anders Onwaar. Gebruik ISERROR() als u ook de fout N/A wilt meenemen.
De functie ISERROR() geeft Waar terug als de parameter een fout is (elk type fout), anders geeft deze Onwaar terug.
De functie ISEVEN() geeft Waar terug als het getal even is, anders geeft deze Onwaar terug.
- Syntaxis
ISEVEN(x)
- Parameters
- Commentaar: Elke waardeType: Elk type waarde
- Voorbeelden
ISEVEN(12) geeft Waar terug
- Voorbeelden
ISEVEN(-7) geeft Onwaar terug
De functie ISBLANK() geeft Waar terug als de parameter leeg is. Anders geeft de functie Onwaar terug
- Syntaxis
ISFORMULA(x)
- Parameters
- Commentaar: ReferentieType: Referentie
De functie ISLOGICAL() geeft Waar terug als de parameter een Booleaanse waarde is, anders geeft deze Onwaar terug.
- Syntaxis
ISLOGICAL(x)
- Parameters
- Commentaar: Elke waardeType: Elk type waarde
- Voorbeelden
ISLOGICAL(A1 >A2) geeft Waar terug
- Voorbeelden
ISLOGICAL(12) geeft Onwaar terug
De functie ISNA() geeft Waar als de parameter een fout is van het type N/A, anders geeft deze Onwaar terug.
De functie ISNONTEXT() geeft Waar terug als de parameter geen tekenreeks is, anders geeft deze Onwaar terug. Is gelijk aan ISNOTTEXT().
- Syntaxis
ISNONTEXT(x)
- Parameters
- Commentaar: Elke waardeType: Elk type waarde
- Voorbeelden
ISNONTEXT(12) geeft Waar terug
- Voorbeelden
ISNONTEXT("hallo") geeft Onwaar terug
- Gerelateerde functies
ISNOTTEXT
De functie ISNOTTEXT() geeft Waar terug als de parameter geen tekenreeks is, anders geeft deze Onwaar terug. Is gelijk aan ISNONTEXT().
- Syntaxis
ISNOTTEXT(x)
- Parameters
- Commentaar: Elke waardeType: Elk type waarde
- Voorbeelden
ISNOTTEXT(12) geeft Waar terug
- Voorbeelden
ISNOTTEXT("hallo") geeft Onwaar terug
- Gerelateerde functies
ISNONTEXT
De functie ISNUM() geeft Waar terug als de parameter een numerieke waarde is, anders geeft die Onwaar terug. Is gelijk aan ISNUMBER().
- Syntaxis
ISNUM(x)
- Parameters
- Commentaar: Elke waardeType: Elk type waarde
- Voorbeelden
ISNUM(12) geeft Waar terug
- Voorbeelden
ISNUM(hallo) geeft Onwaar terug
- Gerelateerde functies
ISNUMBER
De functie ISNUMBER() geeft Waar terug als de parameter een numerieke waarde is, anders geeft die Onwaar terug. Is gelijk aan ISNUM().
- Syntaxis
ISNUMBER(x)
- Parameters
- Commentaar: Elke waardeType: Elk type waarde
- Voorbeelden
ISNUMBER(12) geeft Waar terug
- Voorbeelden
ISNUMBER(hallo) geeft Onwaar terug
- Gerelateerde functies
ISNUM
De functie ISODD() geeft Waar terug als het getal oneven is, anders geeft deze Onwaar terug.
- Syntaxis
ISODD(x)
- Parameters
- Commentaar: Elke waardeType: Elk type waarde
- Voorbeelden
ISODD(12) geeft Onwaar terug
- Voorbeelden
ISODD(-7) geeft Waar terug
De functie ISREF() geeft Waar terug als de parameter verwijst naar een referentie (verwijzing), anders geeft deze Onwaar terug
- Syntaxis
ISREF(x)
- Parameters
- Commentaar: Elke waardeType: Elk type waarde
- Voorbeelden
ISREF(A12) geeft Waar terug
- Voorbeelden
ISREF("hallo") geeft Onwaar terug
De functie ISTEXT() geeft Waar terug als de parameter een tekenreeks is, anders geeft deze Onwaar terug
- Syntaxis
ISTEXT(x)
- Parameters
- Commentaar: Elke waardeType: Elk type waarde
- Voorbeelden
ISTEXT(12) geeft Onwaar terug
- Voorbeelden
ISTEXT("hallo") geeft Waar terug
De functie ISTIME() geeft Waar terug als de parameter een tijdwaarde is, anders geeft die Onwaar terug.
- Syntaxis
ISTIME(x)
- Parameters
- Commentaar: Elke waardeType: Elk type waarde
- Voorbeelden
ISTIME("12:05") geeft Waar terug
- Voorbeelden
ISTIME("hallo") geeft Onwaar terug
De functie N() converteert een waarde naar een getal. Als de waarde een getal is, of naar een getal verwijst, dan geeft deze functie het getal terug. Als de waarde Waar is, geeft de functie 1 terug. Als de waarde een datum is, dan geeft de functie het dagnummer van de datum terug. Bij alle overige geeft de functie een 0 terug.
- Syntaxis
N(waarde)
- Parameters
- Commentaar: WaardeType: Elk type waarde
- Voorbeelden
N(3.14) geeft 3.14 terug
- Voorbeelden
N("7") geeft 0 terug (omdat "7" een tekst is)
De functie NA() geeft de constante foutwaarde N/A terug.
De functie TYPE() geeft 1 terug, als de waarde een getal is, 2 als de waarde tekst is, 4 als de waarde een Booleaanse (logische) waarde is, 16 als er een fout- (error) waarde staat of 64 als de waarde een reeks is. Als de cel die de waarde representeert een formule bevat, dan wordt het type dat door de formule wordt teruggegeven genoemd.
- Syntaxis
TYPE(x)
- Parameters
- Commentaar: Elke waardeType: Elk type waarde
- Voorbeelden
TYPE(A1) geeft 2 terug als A1 "tekst" bevat
- Voorbeelden
TYPE(-7) geeft 1 terug
- Voorbeelden
TYPE(A2) geeft 1 terug. als "=CURRENTDATE()" de inhoud is van A2
De functie AND() geeft de waarde Waar terug als alle waarden Waar zijn, en anders wordt de waarde Onwaar teruggegeven (als een of meer van de waarden een fout is wordt een foutmelding teruggegeven).
- Syntaxis
AND(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))
- Voorbeelden
AND(Waar;Waar;Waar) geeft Waar terug
- Voorbeelden
AND(Waar;Onwaar) geeft Onwaar terug
De functie FALSE() geeft de Booleaanse waarde Onwaar terug.
- Syntaxis
FALSE()
- Parameters
- Voorbeelden
FALSE() geeft Onwaar terug
De functie IF() is een voorwaardelijke functie. De functie geeft de tweede parameter terug als de voorwaarde Waar is, en anders de derde parameter (waarvan de standaard waarde Onwaar is).
- Syntaxis
IF(voorwaarde;indien_Waar;indien_Onwaar)
- Parameters
- Commentaar: VoorwaardeType: Een Booleaanse waarde (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Indien WaarType: Elk type waardeCommentaar: Indien OnwaarType: Elk type waarde
- Voorbeelden
A1=4;A2=6;IF(A1 >A2;5;3) geeft 3 terug
Geef niet foutieve X terug, en anders een alternatieve waarde.
- Syntaxis
IFERROR(ElkeX;ElkAlternatief)
- Parameters
- Commentaar: Elke xType: Elk type waardeCommentaar: Elk alternatiefType: Elk type waarde
- Voorbeelden
IFERROR(A1;A2) geeft de inhoud terug van A1 indien die niet foutief is en anders de inhoud van A2.
Geef X terug indien het geen NA is, en anders een alternatieve waarde.
- Syntaxis
IFNA(ElkeX;ElkAlternatief)
- Parameters
- Commentaar: Elke xType: Elk type waardeCommentaar: Elk alternatiefType: Elk type waarde
- Voorbeelden
IFNA(A1;A2) geeft de inhoud terug van A1 indien die niet een #N/A is en anders de inhoud van A2. Een #N/A is een "No Answer" (Geen (toepasselijk) antwoord).
De functie NAND() geeft Onwaar terug als alle waarden Waar zijn, en anders wordt Onwaar teruggegeven.(NAND() is NOT (AND())).
- Syntaxis
NAND(Waarde;Waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))
- Voorbeelden
NAND(Waar;Onwaar;Onwaar) geeft Waar terug
- Voorbeelden
NAND(Waar;Waar) geeft Onwaar terug
De functie NOR() geeft Onwaar terug als op zijn minst één waarde Waar is en anders wordt Waar teruggegeven. (NOR is NOT (OR())).
- Syntaxis
NOR(Waarde;Waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))
- Voorbeelden
NOR(Waar;Onwaar;Onwaar) geeft Onwaar terug
- Voorbeelden
NOR(Onwaar;Onwaar) geeft Waar terug
De functie NOT() geeft Waar terug als de waarde Onwaar is en Onwaar als de waarde Waar is. Het geeft een foutmelding terug als de waarde een fout is.
- Syntaxis
NOT(bool)
- Parameters
- Commentaar: Booleaanse waardeType: Een Booleaanse waarde (True of False (Waar of Onwaar))
- Voorbeelden
NOT(Onwaar) geeft Waar terug
- Voorbeelden
NOT(Waar) geeft Onwaar terug
De functie OR() geeft Waar terug als minstens een der waarden Waar is, en anders wordt Onwaar teruggegeven (als een of meer van de waarden een fout is wordt een foutmelding teruggegeven).
- Syntaxis
OR(Waarde;Waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))
- Voorbeelden
OR(Onwaar;Onwaar;Onwaar) geeft Onwaar terug
- Voorbeelden
OR(Waar;Onwaar) geeft Waar terug
De functie TRUE() geeft de Booleaanse waarde Waar terug.
- Syntaxis
TRUE()
- Parameters
- Voorbeelden
TRUE() geeft Waar terug
Per definitie geeft XOR(Waar;Waar) en XOR(Onwaar;Onwaar) Onwaar terug, en XOR(Waar;Onwaar) en XOR(Onwaar;Waar) geeft Waar terug. Dus de tweede parameter Waar is een soort schakelaar, voor de eerste parameter. Daardoor, wanneer er meer dan twee parameters zijn, geeft XOR() Waar terug bij een oneven aantal parameters Waar, en Onwaar indien dit aantal even is. Indien een parameter een fout is wordt een fout teruggegeven.(Noot vertaler: de functie werkt niet goed, bijvoorbeeld XOR(Onwaar;Waar;Waar;Waar) geeft als antwoord Onwaar, en dit moet Waar zijn; is op 2011-04-22 verbeterd, maar niet getest)
- Syntaxis
XOR(Waarde;Waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Booleaanse waardenType: Een bereik (range) van Booleaanse waarden (True of False (Waar of Onwaar))
- Voorbeelden
XOR(Onwaar;Onwaar;Onwaar) geeft Onwaar terug (Vert.: volgens de Engelse tekst Waar, maar dat is onjuist)
- Voorbeelden
XOR(Waar;Onwaar) geeft Waar terug
De functie ADDRESS() maakt een celadres aan. Parameter rij is het rijnummer en kol is het kolomnummer.
Absoluut getal specificeert het type referentie: 1, of weggelaten = Absoluut, 2 = Absolute rij; relatieve kolom, 3 = Relatieve rij; absolute kolom en 4 = Relatief.
A1-stijl specificeert de stijl van het adres dat wordt teruggegeven. Als A1 Waar is (standaard), dan wordt het adres gegeven in de A1-stijl. Als A1 Onwaar is, dan wordt het adres gegeven in de R1K1-stijl.
Werkbladnaam is de tekst voor de naam van het werkblad.
- Syntaxis
ADDRESS(rij; kol; absoluut; stijl; Werkbladnaam)
- Parameters
- Commentaar: RijnummerType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: KolomnummerType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Absoluut getal (optioneel)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: A1-stijl (optioneel)Type: Een Booleaanse waarde (True of False (Waar of Onwaar))Commentaar: Naam werkbladType: Tekst
- Voorbeelden
ADDRESS(6; 4) geeft $D$6 terug
- Voorbeelden
ADDRESS(6; 4; 2) geeft D$6 terug
- Voorbeelden
ADDRESS(6; 4; 2; Onwaar; "Werkblad1") geeft Werkblad1!R6K[4] terug
- Voorbeelden
ADDRESS(6; 4; 1; Onwaar; "Werkblad1") geeft Werkblad!R6K4 terug
- Voorbeelden
ADDRESS(6; 4; 4; Waar; "Werkblad1") geeft Werkblad1!D6 terug
Geeft het aantal bereiken in de referentietekenreeks. Een bereik kan een losse cel zijn of een verzameling cellen.
- Syntaxis
AREAS(referentie)
- Parameters
- Commentaar: ReferentieType: Een bereik (range) van tekenreeksen
- Voorbeelden
AREAS(A1) geeft 1 terug
- Voorbeelden
AREAS((A1; A2:A4)) geeft 2 terug
Geeft informatie terug over positie, opmaak of inhoud in een referentie.
- Syntaxis
CELL(type; referentie)
- Parameters
- Commentaar: TypeType: TekstCommentaar: ReferentieType: Referentie
- Voorbeelden
CELL("COL", C7) geeft 3 terug
- Voorbeelden
CELL("ROW", C7) geeft 7 terug
- Voorbeelden
CELL("ADDRESS", C7) geeft $C$7 terug
Geeft de parameter terug die door de index wordt aangewezen.
- Syntaxis
CHOOSE(index; parameter1; parameter2;...)
- Parameters
- Commentaar: IndexType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: ArgumentenType:
- Voorbeelden
CHOOSE(1; "1st"; "2nd") geeft "1st" terug
- Voorbeelden
CHOOSE(2; 3; 2; 4) geeft 2 terug
De functie COLUMN() geeft de kolom terug van een opgegeven celreferentie. Als er geen parameter wordt opgegeven, dan wordt de kolom van de huidige cel teruggegeven.
De functie COLUMNS() geeft het aantal kolommen in een referentie terug.
Zoeken naar een overeenkomstige waarde in de eerste rij van de gegeven tabel, en teruggeven van de waarde van de aangegeven rij.
Zoekt de 'opzoekwaarde' op in de eerste rij van de 'gegevensbron'. Als een waarde hiermee overeenkomt, wordt de waarde in de 'rij' en de kolom waarin de gevonden waarde zich bevindt, teruggegeven. Als 'gesorteerd' Waar is (standaard), wordt aangenomen dat de eerste rij gesorteerd is. Het zoeken wordt beëindigd als de 'opzoekwaarde' kleiner is dan de waarde waar die nu mee wordt vergeleken.
- Syntaxis
HLOOKUP(opzoekwaarde; gegevensbron; rij; gesorteerd)
- Parameters
- Commentaar: OpzoekwaardeType: Tekenreeks/numeriekCommentaar: GegevensbronType: ReeksCommentaar: RijType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Gesorteerd (optioneel)Type: Een Booleaanse waarde (True of False (Waar of Onwaar))
Als een bereik wordt gegeven wordt de waarde teruggegeven die is opgeslagen in een gegeven rij/kolom. Als een cel wordt gegeven die een rij waarden bevat wordt een element uit de rij teruggegeven.
- Syntaxis
INDEX(cel. rij. kolom)
- Parameters
- Commentaar: ReferentieType: TekstCommentaar: RijType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: KolomType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
INDEX(A1:C3;2;2) geeft inhoud terug van B2
- Voorbeelden
INDEX(A1;2;2), als A1 het resultaat is van een reeks-berekening, wordt het element (2,2) ervan teruggegeven.
Geeft de inhoud van een cel terug, die wordt aangewezen door de referentietekst. De tweede parameter is optioneel.
- Syntaxis
INDIRECT(referentekst, a1-stijl)
- Parameters
- Commentaar: ReferentieType: TekstCommentaar: A1-stijl (optioneel)Type: Een Booleaanse waarde (True of False (Waar of Onwaar))
- Voorbeelden
INDIRECT(A1). Stel dat A1 bevat "B1", en B1 bevat 1 = > geeft 1 terug
- Voorbeelden
INDIRECT("A1"), geeft inhoud terug van A1 terug
De functie LOOKUP() zoekt de eerste parameter op in de opzoekvector, en geeft een waarde terug in de resultaatvector met dezelfde index als van de overeenkomende waarde in de opzoekvector. Als de waarde van de parameter niet voorkomt in de opzoekvector wordt de volgende parameter opgezocht. Als voor geen enkele parameter een overeenkomende waarde wordt gevonden in de opzoekvector wordt een fout teruggegeven. De opzoekvector moet in stijgende volgorde zijn gesorteerd en de opzoek- en resultaatvectoren moeten dezelfde grootte hebben. Numerieke waarden, tekenrijen en Booleaanse (logische) waarden worden herkend. Bij vergelijkingen tussen tekenreeksen wordt verschil gemaakt tussen hoofd- en kleine letters.
- Syntaxis
LOOKUP(waarde; opzoekvector; resultaatvector)
- Parameters
- Commentaar: OpzoekwaardeType: Tekenreeks/numeriekCommentaar: OpzoekvectorType: Tekenreeks/numeriekCommentaar: ResultaatvectorType: Tekenreeks/numeriek
- Voorbeelden
LOOKUP(1.232; A1:A6; B1:B6) met A1 = 1, A2 = 2 geeft de waarde terug van B1.
Zoekt naar een zoekwaarde in een zoekgebied, en geeft de positie ervan terug (geteld vanaf 1). Zoektype kan -1, 0 of 1 zijn, en bepaalt hoe naar de waarde wordt gezocht. Indien het zoektype 0 is, dan wordt de index teruggegeven van de eerste waarde die gelijk is aan de zoekwaarde. Inien het zoektype 1 is (of wordt weggelaten), wordt de index teruggegeven van de eerste waarde die kleiner is of gelijk aan de zoekwaarde, en de waarden in het zoekgebied moeten in oplopende volgorde zijn gesorteerd. Indien het zoektype -1 is, wordt de kleinste waarde gevonden groter dan of gelijk aan de zoekwaarde, het zoekgebied moet dan aflopend zijn gesorteerd.
- Syntaxis
MATCH(zoekwaarde; zoekgebied; zoektype)
- Parameters
- Commentaar: ZoekwaardeType: Tekenreeks/numeriekCommentaar: ZoekgebiedType: Referentie/reeksCommentaar: Zoektype (optioneel)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
MULTIPLE.OPERATIONS voert de formule uit waarnaar wordt verwezen (pointed to) door Formulecel, en alle formules waarvan het afhankelijk is. Tegelijkertijd worden alle verwijzingen naar Rijcel vervangen door verwijzingen naar Rijvervanging, en alle verwijzingen naar Kolomcel door verwijzingen naar Kolomvervanging. De functie is nuttig voor het aanmaken van tabellen van uitdrukkingen met twee invoerparameters.
- Syntaxis
MULTIPLE.OPERATIONS(Formulecel; Rijcel; Rijvervanging; Kolomcel; Kolomvervanging)
- Parameters
- Commentaar: Cel met formuleType: ReferentieCommentaar: RijcelType: ReferentieCommentaar: Vervanging van rijType: ReferentieCommentaar: Kolomcel(optioneel)Type: ReferentieCommentaar: Vervanging van kolom (optioneel)Type: Referentie
Wijzigt positie en dimensie van een referentie.
- Syntaxis
OFFSET(Reference referentie; Integer rijOffset; Integer kolomOffset; Integer nieuweHoogte; Integer nieuweBreedte)
- Parameters
- Commentaar: Referentie of bereikType: ReferentieCommentaar: Vanaf welk aantal rijenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Vanaf welk aantal kolommenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Hoogte offsetbereik (vanafbereik,optioneel)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Breedte offsetbereik (vanafbereik,optioneel)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
De functie ROW() geeft de rij van een opgegeven celreferentie. Als er geen parameter wordt opgegeven wordt de rij van de huidige cel teruggegeven.
De functie ROWS() geeft het aantal rijen in een referentie terug.
Geeft het nummer terug van het werkblad van de referentie, of de tekenreeks van de naam van een werkblad.
- Syntaxis
SHEET(referentie)
- Parameters
- Commentaar: ReferentieType: Referentie
- Voorbeelden
SHEET(Sheet1!C7) geeft 1 terug
- Voorbeelden
SHEET(Sheet2!C7) geeft 2 terug
Geeft het aantal werkbladen terug in een referentie of huidig document.
- Syntaxis
SHEETS(referentie)
- Parameters
- Commentaar: ReferentieType: Referentie
Zoeken naar een overeenkomstige waarde in de eerste kolom van een gegeven tabel, en terug geven van de waarde van die kolom.
Zoekt de 'opzoekwaarde' op in de eerste kolom van de 'gegevensbron'. Als een waarde hiermee overeenkomt wordt de waarde in de 'kolom' en de rij waarin de gevonden waarde zich bevindt, teruggegeven. Als 'gesorteerd' Waar is (standaard), wordt aangenomen dat de eerste kolom gesorteerd is. Het zoeken wordt beëindigd als de 'opzoekwaarde' kleiner is dan de waarde waar die nu mee wordt vergeleken.
- Syntaxis
VLOOKUP(opzoekwaarde; gegevensbron;kolom; gesorteerd)
- Parameters
- Commentaar: OpzoekwaardeType: Tekenreeks/numeriekCommentaar: GegevensbronType: ReeksCommentaar: KolomType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Gesorteerd (optioneel)Type: Een Booleaanse waarde (True of False (Waar of Onwaar))
De functie ABS(x) geeft de absolute waarde terug van de decimale breuk x.
- Syntaxis
ABS(x)
- Parameters
- Commentaar: Een decimale breuk (float)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
ABS(12.5) geeft 12.5 terug
- Voorbeelden
ABS(-12.5) geeft 12.5 terug
De functie CEIL(x) rondt x naar boven af naar het dichtstbijzijnde gehele getal, en geeft de waarde terug als een double (dus met dubbele precisie).
De functie CEILING(x, significantie, modus) rondt x naar boven af (dus weg van nul) naar het eerstvolgende veelvoud van significantie. De standaardwaarde van significantie is 1 (of -1 als x negatief is), wat dan dus naar boven afronden betekent naar het eerste gehele getal. Als de parameter modus ongelijk is aan nul, rondt deze functie dus af in de richting weg van nul, in plaats van naar boven in de richting van positief oneindig.
- Syntaxis
CEILING(x)
- Parameters
- Commentaar: Een decimale breuk (float)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Significantie (optioneel)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Modus (optioneel)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
CEILING(12.5) wordt 13 terug
- Voorbeelden
CEILING(6.43; 4) geeft 8 terug (8 is het eerste veelvoud van 4 groter dan 6.43)
- Voorbeelden
CEILING(-6.43; -4; 1) geeft -8 terug (afronden van 0 af)
- Voorbeelden
CEILING(-6.43; -4; 0) geeft -4 terug
- Gerelateerde functies
CEIL FLOOR ROUND ROUNDUP
De functie COUNT() telt het aantal getallen in de opgegeven argumenten. U kunt tellen in een bereik: COUNT(A1:B5) of in een lijst met waarden, zoals COUNT(12;5;12.5).
De functie COUNTA() telt het aantal niet-lege argumenten. U kunt tellen in een bereik: COUNTA(A1:B5), of in een lijst met waarden, zoals COUNTA(12;5;12.5).
De functie COUNTBLANK() geeft het aantal lege cellen in het bereik terug.
De functie COUNTIF() geeft het aantal cellen binnen een opgegeven bereik terug, die aan de opgegeven criteria (voorwaarden) voldoen.
De functie CUR(x) geeft de derdemachtswortel terug van niet negatieve x.
- Syntaxis
CUR(x)
- Parameters
- Commentaar: Een decimale breuk (float)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
CUR(27) geeft 3 terug CUR(-27) geeft 0 terug (is dus fout).
- Gerelateerde functies
SQRT
De functie DIV() deelt de eerste waarde achtereenvolgens door de andere waarden.
De functie EPS() geeft de "machine-epsilon". Dit is het verschil tussen 1 en de eerstvolgende decimale breuk groter dan 1 dat kan worden opgeslagen in het geheugen. Omdat computers slechts een beperkte verzameling getallen kunnen opslaan in een eindig aantal (8, 16, 32, etc. ) bits. zullen er altijd afrondfouten op kunnen treden in alle berekeningen met decimale breuken. Deze zijn over het algemeen onbeduidend klein. (maar kunnen niettemin leiden tot zeer grote fouten, zoals bij een deling door het verschil van twee bijna gelijke getallen, waarvan er een of beide afgerond zijn. Denk bijvoorbeeld aan differentiëren dat juist om deze reden moeilijk is om nauwkeurig te doen. Een verder minstens zo groot probleem is wanneer twee decimale breuken (floats) met elkaar worden vergeleken die mogelijk gelijk zijn, maar afrondfouten kunnen hebben: hierdoor lijken zij ongelijk te zijn, waardoor bijvoorbeeld een IF()-functie verkeerd wordt uitgevoerd. Conclusie: twee mogelijk (bijna) gelijke decimale breuken met elkaar vergelijken moet worden vermeden).
- Syntaxis
EPS()
- Parameters
- Voorbeelden
Op meeste systemen geeft deze functie 2^-52=2.2204460492503131e-16 terug
- Voorbeelden
0.5*EPS() geeft de "afrondingseenheid"; deze waarde is interessant, want het is de grootste waarde x waarvoor (1+x)-1=0 is (vanwege afrondfouten).
- Voorbeelden
EPS() is zo klein dat Calligra Sheets 1+eps() terug geeft als 1
- Voorbeelden
Neem een getal x tussen 0 en EPS(). Merk op dat (1+x) of naar 0 of naar EPS() wordt afgerond, in (1+x)-1
De functie EVEN() geeft het eerste even getal terug dat groter of gelijk is aan de parameter.
- Syntaxis
EVEN(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuk (met drijvende komma)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
EVEN(1.2) geeft 2 terug
- Voorbeelden
EVEN(2) geeft 2 terug
- Gerelateerde functies
ODD
De functie EXP(x) geeft de waarde van e tot de macht x terug (e = 2.71828.... is het grondtal voor natuurlijke logaritmen. EXP() is dus de inverse functie van LN()).
- Syntaxis
EXP(x)
- Parameters
- Commentaar: Een decimale breuk (float)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
EXP(9) geeft 8103.08392758 terug
- Voorbeelden
EXP(-9) geeft 0.00012341 terug
- Gerelateerde functies
LN
De functie FACT() berekent de faculteit van (het gehele deel) van de parameter. De wiskundige uitdrukking is (waarde)!, uitgesproken als bijvoorbeeld 3 faculteit (3!= 1*2*3 = 6).
- Syntaxis
FACT(getal)
- Parameters
- Commentaar: Een decimale breuk (float)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
FACT(10) geeft 3628800 terug
- Voorbeelden
FACT(0) geeft 1 terug (dit is per definitie)
De functie FACTDOUBLE() berekent de dubbele faculteit van een getal. De wiskundige uitdrukking hiervoor is x!!. Zie de voorbeelden.
- Syntaxis
FACTDOUBLE(getal)
- Parameters
- Commentaar: Een decimale breuk (float)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
FACTDOUBLE(6) geeft 48 terug ( is 2*4*6)
- Voorbeelden
FACTDOUBLE(7) geeft 105 terug (is 1*3*5*7)
De functie FIB() berekent de n-de term van een Fibonacci-reeks (1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21 ...). Hierin is na de eerste twee termen elke term de som van beide termen die er direct aan vooraf gaan. FIB(0) is per definitie 0.
- Syntaxis
FIB(n)
- Parameters
- Commentaar: N-de termType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
FIB(9) geeft 34 terug
- Voorbeelden
FIB(26) geeft 121393 terug
Rondt een getal x naar beneden af naar het eerstvolgende veelvoud van de tweede parameter, significantie.
De functie FLOOR(x, significantie) rondt x naar beneden (naar nul toe) af naar het eerstvolgende veelvoud van significantie. De standaardwaarde van significantie is 1, als x positief is, en -1 als x negatief is, wat dan afronden naar boven betekent naar het eerstvolgende gehele getal.Indien modus wordt gegeven, ongelijk aan nul, wordt x in de richting van 0 afgerond tot een veelvoud van significantie, en daarna van teken voorzien. Anders wordt afgerond in de richting van negatief oneindig.Indien een van de parameters x of significantie nul is, is het antwoord nul.
- Syntaxis
FLOOR(x)
- Parameters
- Commentaar: Een decimale breuk (float)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Significantie (optioneel)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Modus (optioneel)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
FLOOR(12.5) geeft 12 terug
- Voorbeelden
FLOOR(-12.5) geeft -13 terug
- Voorbeelden
FLOOR(5; 2) is gelijk aan 4
- Voorbeelden
FLOOR(5; 2.2) is gelijk aan 4.4
- Gerelateerde functies
CEIL CEILING ROUND ROUNDDOWN
De functie GAMMA() geeft de waarde van de gammafunctie terug.
- Syntaxis
GAMMA(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuk (met drijvende komma)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
GAMMA(1) geeft 1 terug
- Gerelateerde functies
FACT
De functie GCD() (Greatest Common Divider; is GGD: Grootste Gemene Deler) geeft het grootste deeltal (deler) terug van twee of meer gehele waarden.
- Syntaxis
GCD(waarde; waarde)
- Parameters
- Commentaar: Eerste getalType: Een bereik (range) van gehele getallen (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Tweede getalType: Een bereik (range) van gehele getallen (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Derde getalType: Een bereik (range) van gehele getallen (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
GCD(6;4) geeft 2 terug
- Voorbeelden
GCD(10;20) geeft 10 terug
- Voorbeelden
GCD(20;15;10) geeft 5 terug
- Gerelateerde functies
LCM
De functie G_PRODUCT() is gelijk aan KPRODUCT(), en is aanwezig vanwege de compatibiliteit met Gnumeric.
- Syntaxis
G_PRODUCT(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: WaardenType: FLOAT
- Gerelateerde functies
KPRODUCT
De functie INT() geeft het gehele gedeelte van de waarde terug.
De functie INV() vermenigvuldigt een waarde met -1.
- Syntaxis
INV(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuk (met drijvende komma)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
INV(-5) geeft 5 terug
- Voorbeelden
INV(5) geeft -5 terug
- Voorbeelden
INV(0) geeft 0 terug
De functie KPRODUCT() berekent het product van alle waarden die als parameter zijn opgegeven. U kunt het product in een bepaald bereik, KPRODUCT(A1:B5), berekenen of van een lijst van waarden, zoals KPRODUCT(12;5.12.5). Als er geen numerieke waarden worden gevonden wordt 1 teruggegeven.
De functie LCM() (Least Common Multiple; is KGV: Kleinste Gemene Veelvoud) geeft het kleinste gemene veelvoud terug van twee of meer decimale breuken
- Syntaxis
LCM(waarde;waarde)
- Parameters
- Commentaar: Eerste getalType: FLOATCommentaar: Tweede getalType: FLOAT
- Voorbeelden
LCM(6;4) geeft 12 terug
- Voorbeelden
LCM(1.5;2.25) geeft 4.5 terug
- Voorbeelden
LCM(2;3;4) geeft 12 terug
- Gerelateerde functies
GCD
De functie LN(x) geeft de natuurlijke logaritme van x terug; voor x >0 (grondtal is e = 2.71828..... ).
De functie LOG(x) geeft de logaritme, met grondtal10, van x terug; x >0.
De functie LOG10(x) geeft de logaritme, met grondtal 10, van x terug; x >0.
De functie LOG2(x) geeft de logaritme, met grondtal 2, van x terug; x >0.
De functie LOGn(x;n) geeft de logaritme, met grondtal n, van x terug.
- Syntaxis
LOGn(waarde;grondtal)
- Parameters
- Commentaar: Een decimale breuk (float)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: GrondtalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
LOGn(12;10) geeft 1.07918125 terug
- Voorbeelden
LOGn(12;2) geeft 3.5849625 terug
- Gerelateerde functies
LOG LN LOG10 LOG2
De functie MAX() geeft de grootste waarde terug van de gegeven parameters. Tekenreeksen en Booleaanse (logische) waarden worden niet meegerekend.
De functie MAXA() geeft de grootste waarde terug van de gegeven parameters, met inbegrip van Booleaanse (logische) waarden, waarbij Waar = 1 is en Onwaar = 0. Tekenreeksen worden niet meegerekend.
De functie MDETERM() berekent de determinant van een gegeven matrix. De matrix moet vierkant zijn (nxn matrix).
- Syntaxis
MDETERM(matrix)
- Parameters
- Commentaar: BereikType: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
MDETERM(A1:C3)
- Gerelateerde functies
MMULT
De functie MIN() geeft de kleinste waarde terug van de gegeven parameters. Tekenreeksen en Booleaanse (logische) waarden worden niet meegerekend.
De functie MINA() geeft de kleinste waarde terug van de gegeven parameters, met inbegrip van Booleaanse waarden, waarbij Waar = 1 is en Onwaar = 0. Tekenreeksen worden niet meegerekend.
Berekent de inverse van de matrix.
De matrix vermenigvuldigd met zijn inverse levert de eenheidsmatrix op met dezelfde dimensies.
De determinant van een inverteerbare matrix is ongelijk aan 0.
De functie MMULT() vermenigvuldigt twee matrices met elkaar. Het aantal kolommen van de eerste matrix moet gelijk zijn aan het aantal rijen van de tweede matrix. Het resultaat is een matrix.
- Syntaxis
MMULT(matrix1;matrix2)
- Parameters
- Commentaar: Eerste matrixType: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Tweede matrixType: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
MMULT(A1:C2; D1:E3)
- Gerelateerde functies
MDETERM
De functie MOD() geeft de rest terug na een deling. Als de tweede parameter nul is, dan geeft de functie de foutmelding #DIV/0.
- Syntaxis
MOD(waarde;waarde)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuk (met drijvende komma)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Decimale breuk (met drijvende komma)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
MOD(17;5) geeft 2 terug
- Voorbeelden
MOD(5;5) geeft 0 terug
- Gerelateerde functies
DIV
De functie MROUND() geeft de waarde afgerond op het aangegeven veelvoud terug. De waarde en het veelvoud moeten beiden hetzelfde teken hebben
- Syntaxis
MROUND(waarde; veelvoud)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuk (met drijvende komma)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: VeelvoudType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
MROUND(1.252; 0.5) geeft 1.5 terug
- Voorbeelden
MROUND(-1.252; -0.5) geeft -1.5 terug
- Gerelateerde functies
ROUND
De functie MULTINOMINAL() berekent de multinomiaalcoëfficient van de getallen in de parameters. De volgende formule wordt gebruikt voor MULTINOMINAL(a.b.c):
(a+b+c)! / (a!b!c!) (Noot: 3! betekent 3 faculteit, is 1*2*3 = 6)
- Syntaxis
MULTINOMIAL(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: WaardenType: FLOAT
- Voorbeelden
MULTINOMIAL(3;4;5) geeft 27720 terug
De functie MULTIPLY() vermenigvuldigt alle waarden van de gegeven parameters met elkaar. U kunt de waarden met elkaar vermenigvuldigen in een gegeven bereik, zoals MULTIPLY(A1:B5), of in een met lijst van waarden, zoals MULTIPLY(12;5;12.5). Deze functie is gelijk aan de functie PRODUCT().
Maakt de eenheidsmatrix aan volgens de gegeven dimensie.
- Syntaxis
MUNIT(dimensie)
- Parameters
- Commentaar: DimensieType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
MUNIT(3) maakt een 3x3 eenheidsmatrix aan
- Gerelateerde functies
MINVERSE
De functie ODD() geeft het eerste oneven getal terug dat groter of gelijk is aan de parameter; of het eerste oneven getal kleiner of gelijk aan de parameter als die negatief is. Per definitie is ODD(0) is 1.
- Syntaxis
ODD(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuk (met drijvende komma)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
ODD(1.2) geeft 3 terug
- Voorbeelden
ODD(2) geeft 3 terug
- Voorbeelden
ODD(-2) geeft -3 terug
- Gerelateerde functies
EVEN
De functie POW(x;y) geeft de waarde van x tot de macht y en is gelijk aan POWER().
- Syntaxis
POW(waarde;waarde)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuk (met drijvende komma)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuk (met drijvende komma)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
POW(1.2;3.4) geeft 1.85873 terug
- Voorbeelden
POW(2;3) geeft 8 terug
- Gerelateerde functies
POWER
De functie POWER(x;y) geeft de waarde van x tot de macht y.
- Syntaxis
POWER(waarde;waarde)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuk (met drijvende komma)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuk (met drijvende komma)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
POWER(1.2;3.4) geeft 1.85873 terug
- Voorbeelden
POWER(2;3) geeft 8 terug
- Gerelateerde functies
POW
De functie PRODUCT() berekent het product van alle waarden die als parameter zijn opgegeven. U kunt het product in een bepaald bereik, PRODUCT(A1:B5), berekenen, of van een lijst van waarden, zoals PRODUCT(12;5.12.5). Als er geen numerieke waarden worden gevonden wordt 0 teruggegeven.
De functie QUOTIENT() geeft het gehele deel van de breuk (teller/noemer) terug.
- Syntaxis
QUOTIENT(teller;noemer)
- Parameters
- Commentaar: TellerType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: NoemerType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
QUOTIENT(21;4) geeft 5 terug
- Gerelateerde functies
INT
De functie RAND() geeft een pseudo-willekeurig getal tussen 0 en 1 terug.
- Syntaxis
RAND()
- Parameters
- Voorbeelden
RAND() geeft bijvoorbeeld 0.78309922...
- Gerelateerde functies
RANDBETWEEN RANDEXP
De functie RANDBEROUILLI() geeft een Bernoulli-verdeeld pseudo-willekeurig getal terug.
- Syntaxis
RANDBERNOULLI(x)
- Parameters
- Commentaar: Een decimale breuk (tussen 0 en 1)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Een decimale breuk (float)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
RANDBERNOULLI(0.45)
- Gerelateerde functies
RAND
De functie RANDBETWEEN() geeft een pseudo-willekeurig getal terug tussen de bodem- en topwaarde. Als bodem > top, dan geeft de functie "Err" terug.
- Syntaxis
RANDBETWEEN(bodem;top)
- Parameters
- Commentaar: OnderwaardeType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: TopwaardeType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
RANDBETWEEN(12;78) heeft bijvoorbeeld 61.0811... terug als resultaat (of een andere waarde tussen 12 en 78)
- Gerelateerde functies
RAND
De functie RANDBINOM() geeft een binomiaal-verdeeld pseudo-willekeurig getal terug.
- Syntaxis
RANDBINOM(x)
- Parameters
- Commentaar: Een decimale breuk (tussen 0 en 1)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Aantal pogingen (groter dan 0)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
RANDBINOM(4)
- Gerelateerde functies
RAND RANDNEGBINOM
De functie RANDEXP() geeft een exponentieel verdeeld pseudo-willekeurig getal terug.
- Syntaxis
RANDEXP(x)
- Parameters
- Commentaar: Een decimale breuk (groter dan 0)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
RANDEXP(0.88)
- Gerelateerde functies
RAND
De functie RANDNEGBINOM() geeft een negatief-binomiaal-verdeeld pseudo-willekeurig getal terug.
De functie RANDNORM() geeft een normaal- (Gaussisch-) verdeeld pseudo-willekeurig getal terug.
- Syntaxis
RANDNORM(mu; sigma) (mu is het gemiddelde, sigma is de spreiding)
- Parameters
- Commentaar: Gemiddelde waarde van de normale verdelingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Spreiding van de normale verdelingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
RANDNORM(0; 1)
- Gerelateerde functies
RAND
De functie RANDPOISSON() geeft een Poisson-verdeeld pseudo-willekeurig getal terug.
- Syntaxis
RANDPOISSON(x)
- Parameters
- Commentaar: Een decimale breuk (groter dan 0)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Een decimale breuk (float)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
RANDPOISSON(4)
- Gerelateerde functies
RAND
De functie ROOTN(x;n) geeft de niet negatieve n-demachtswortel terug van x.
- Syntaxis
ROOTN(x;n)
- Parameters
- Commentaar: Een decimale breuk (float)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: WaardeType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
ROOTN(9;2) geeft 3 terug
- Gerelateerde functies
SQRT
De functie ROUND(waarde;[cijfers]) rondt een getal af. Cijfers is het aantal cijfers achter de komma waarop u het getal wilt afronden. Als cijfers nul is of weggelaten wordt, dan wordt de waarde afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal. Als cijfers kleiner is dan nul, dan wordt het hiermee overeenkomende gehele deel van het getal afgerond.
- Syntaxis
ROUND(waarde;[cijfers])
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuk (met drijvende komma)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: CijfersType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
ROUND(1.252;2) geeft 1.25 terug
- Voorbeelden
ROUND(-1.252;2) geeft -1.25 terug
- Voorbeelden
ROUND(1.258;2) geeft 1.26 terug
- Voorbeelden
ROUND(-12.25;-1) geeft -10 terug
- Voorbeelden
ROUND(-1.252;0) geeft -1 terug
- Gerelateerde functies
MROUND ROUNDDOWN ROUNDUP
De functie ROUNDDOWN(waarde;[cijfers]) rondt de waarde absoluut naar beneden af.cijfers is het aantal cijfers achter de komma waar op moet worden afgerond. Als cijfers 0 is of wordt weggelaten, dan wordt de waarde naar beneden afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal.
- Syntaxis
ROUNDDOWN(waarde;[cijfers])
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuk (met drijvende komma)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: CijfersType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
ROUNDDOWN(1.252) geeft 1 terug
- Voorbeelden
ROUNDDOWN(1.252;2) geeft 1.25 terug
- Voorbeelden
ROUNDDOWN(-1.252;2) geeft -1.25 terug
- Voorbeelden
ROUNDDOWN(-1.252) geeft -1 terug
- Gerelateerde functies
ROUND ROUNDUP
De functie ROUNDUP(waarde;[cijfers]) rondt een getal absoluut naar boven af. Cijfers is het aantal cijfers achter de komma waarop u het getal wilt afronden. Als cijfers nul is of wordt weggelaten, dan wordt de waarde naar boven afgerond naar het dichtstbijzijnde hele getal.
- Syntaxis
ROUNDUP(waarde;[cijfers])
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuk (met drijvende komma)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: CijfersType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
ROUNDUP(1.252) geeft 2 terug
- Voorbeelden
ROUNDUP(1.252;2) geeft 1.26 terug
- Voorbeelden
ROUNDUP(-1.252;2) geeft -1.26 terug
- Voorbeelden
ROUNDUP(-1.252) geeft -2 terug
- Gerelateerde functies
ROUND ROUNDDOWN
De functie SERIESSUM() geeft de som terug van een machtreeks.
- Syntaxis
SERIESSUM( X; N; M; coeff)
- Parameters
- Commentaar: X de onafhankelijke variabele van de machtreeksType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: N de aanvankelijke macht voor XType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: M de toename (increment) van N in elke volgende term in de reeksType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Coeff is een verzameling van coëfficiënten waarmee elke volgende macht van de variabele X wordt vermenigvuldigdType: FLOAT
- Voorbeelden
SERIESSUM(2;0;2;{1;2}) geeft 9 terug
De functie SIGN(getal) geeft: -1 terug als het getal negatief is, 0 als het getal nul is en 1 als het getal positief is (sign betekent teken).
- Syntaxis
SIGN(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuk (met drijvende komma)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
SIGN(5) geeft 1 terug
- Voorbeelden
SIGN(0) geeft 0 terug
- Voorbeelden
SIGN(-5) geeft -1 terug
De functie SQRT() geeft de niet-negatieve vierkantswortel terug van het argument. Het is een fout als het argument negatief is.
- Syntaxis
SQRT(x)
- Parameters
- Commentaar: Een decimale breuk (float)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
SQRT(9) geeft 3 terug
- Voorbeelden
SQRT(-9) is een fout
- Gerelateerde functies
IMSQRT
De functie SQRTPI(x) geeft de niet-negatieve vierkantswortel terug van x*PI. Het is een fout als het argument negatief is.
- Syntaxis
SQRTPI(x)
- Parameters
- Commentaar: Een decimale breuk (float)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
SQRTPI(2) geeft 2.506628 terug
De functie SUBTOTAL() geeft een subtotaal terug van een gegeven lijst met argumenten. Daarbij worden andere subtotalen in de lijst genegeerd. De parameter kan een van de volgende getallen zijn: 1 - Gemiddelde, 2 - Aantal, 3 - AantalA, 4 - Max, 5 - Min, 6 - Produkt, 7 - StDev, 8 - StDevP, 9 - Som, 10 - Var, 11 - VarP.
- Syntaxis
SUBTOTAL(functie; waarde)
- Parameters
- Commentaar: FunctieType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: WaardenType: FLOAT
- Voorbeelden
Als in de inhoud van A1:A5 de getallen 7, 24, 23, 56 en 9 zijn:
- Voorbeelden
SUBTOTAL(1; A1:A5) geeft 23.8
- Voorbeelden
SUBTOTAL(4; A1:A5) geeft 56
- Voorbeelden
SUBTOTAL(9; A1:A5) geeft 119
- Voorbeelden
SUBTOTAL(11; A1:A5) geeft 307.76
- Gerelateerde functies
AVERAGE COUNT COUNTA MAX MIN PRODUCT STDEV STDEVP SUM VAR VARP
De functie SUM() berekent de som van alle waarden die als parameter zijn opgegeven. U kunt de som van een bepaald bereik, SUM(A1:B5) berekenen, of van een lijst van waarden, zoals SUM(12;5;12.5).
De functie SUMA() berekent de som van alle waarden die als parameter zijn opgegeven. U kunt de som van een bepaald bereik, SUMA(A1:B5), berekenen of van een lijst van waarden, zoals SUMA(12;5.12.5). Als een parameter tekst of de Booleaanse waarde Onwaar bevat, dan wordt deze als 0 geteld, als de parameter de Booleaanse waarde Waar blijkt te hebben, wordt deze als 1 geteld.
De functie SUMIF() berekent de som van alle waarden die als parameters zijn opgegeven die aan de voorwaarden voldoen. Het sombereik is optioneel. Wanneer die niet wordt opgegeven worden de waarden in het voorwaardebereik opgeteld. De lengte van het voorwaardebereik mag niet groter zijn dan de lengte van het sombereik.
- Syntaxis
SUMIF(voorwaardebereik;voorwaarden;sombereik)
- Parameters
- Commentaar: Bereik controlerenType: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: CriteriaType: TekstCommentaar: SombereikType: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
SUMIF(A1:A4;" >1") telt alle waarden op in A1:A4 die groter zijn dan 1
- Voorbeelden
SUMIF(A1:A4;"=0";B1:B4) telt alle waarden in B1:B4 bij elkaar op als de bijbehorende waarde in A1:A4 gelijk is aan 0
- Gerelateerde functies
SUM COUNTIF
De functie SUMSQ() berekent de som van alle kwadraten (tweede machten) van de waarden die als parameter zijn opgegeven. U kunt deze som in een bepaald bereik, bijv. SUMSQ(A1:B5), berekenen, of van een lijst van waarden. zoals SUMSQ(12;5;12.5).
- Syntaxis
SUMSQ(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: WaardenType: FLOAT
- Voorbeelden
SUMSQ(12;5;7) geeft 218 terug
- Voorbeelden
SUMSQ(12.5;2) geeft 160.25 terug
- Gerelateerde functies
SUM
Geeft de getransponeerde terug van een matrix. dat wil zeggen dat de rijen en de kolommen van de matrix worden verwisseld.
- Syntaxis
TRANSPOSE(matrix)
- Parameters
- Commentaar: MatrixType: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
TRANSPOSE(A1:C3)
De functie TRUNC() kapt een getalswaarde af na een opgegeven aantal cijfers achter de komma (decimalen). Als dit aantal niet wordt opgegeven wordt 0 gebruikt.
- Syntaxis
TRUNC(waarde; aantal_decimalen)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuk (met drijvende komma)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: NauwkeurigheidType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
TRUNC(1.2) geeft 1 terug (na 0 cijfers achter de komma afgekapt)
- Voorbeelden
TRUNC(213.232; 2) geeft 213.23 terug
- Gerelateerde functies
ROUND ROUNDDOWN ROUNDUP
De functie AVEDEV() berekent het (rekenkundige) gemiddelde van de absolute deviaties van een verzameling gegevens met hun gemiddelde waarde.
- Syntaxis
AVEDEV(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
AVEDEV(11.4;17.3;21.3;25.9;40.1) geeft 7.84 terug
- Voorbeelden
AVEDEV(A1:A5) ...
De functie AVERAGE() berekent het (rekenkundige) gemiddelde van alle waarden die als parameters zijn opgegeven. U kunt het gemiddelde van een opgegeven bereik AVERAGE(A1:B5) berekenen, of van een lijst van waarden zoals AVERAGE(12;5;12.5).
- Syntaxis
AVERAGE(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
AVERAGE(12;5;7) geeft 8 terug
- Voorbeelden
AVERAGE(12.5;2) geeft 7.25 terug
De functie AVERAGEA() berekent het (rekenkundige) gemiddelde van de opgegeven argumenten. Getallen, tekst en Booleaanse (logische) waarden worden allemaal in de berekening meegenomen. Als een cel tekst bevat, of een argument dat Onwaar blijkt te zijn wordt deze als nul (0) gerekend. Als het argument Waar blijkt te zijn, dan wordt het gerekend als een een (1). Opmerking: lege cellen worden niet meegeteld.
- Syntaxis
AVERAGEA(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: TekenreekswaardenType: Tekst
- Voorbeelden
AVERAGEA(11.4;17.3;"wattekst";25.9;40.1) geeft 18.94 terug (gemiddelde van 5 waarden)
De functie BETADIST() berekent de cumulatieve beta-kansdichtheidsfunctie.
De derde en vierde parameters zijn optioneel. Zij bepalen de onder- en bovengrenzen, die anders standaard de waarden 0.0 en 1.0 hebben.
- Syntaxis
BETADIST(getal;alfa;beta;start;einde;[cumulatief=Waar])
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Parameter alphaType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Parameter betaType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: StartType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: EindeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: CumulatiefType: Een Booleaanse waarde (True of False (Waar of Onwaar))
- Voorbeelden
BETADIST(0.2859;0.2606;0.8105) geeft 0.6754444 terug
- Voorbeelden
BETADIST(0.2859;0.2606;0.8105;0.2;0.9) geeft 0.537856 terug
De functie BETAINV() geeft de inverse van BETADIST(x;alfa;beta;a;b;Waar())
De start- en eindparameters zijn optioneel. Zij bepalen de onder- en bovengrenzen, die anders standaard de respectievelijke waarden 0.0 en 1.0 hebben.
- Syntaxis
BETAINV(getal;alfa;beta [; start=0 [; einde=1]])
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Parameter alphaType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Parameter betaType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: StartType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: EindeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
BETADIST(BETAINV(0.1;3;4);3;4) is gelijk aan 0.1
- Voorbeelden
BETADIST(BETAINV(0.3;3;4);3;4) is gelijk aan 0.3
De functie BINO() geeft de binomiale verdeling terug.
De eerste parameter is het aantal pogingen, de tweede is het aantal succesvolle pogingen en de derde is de kans op succes. Het aantal pogingen moet groter zijn dan het aantal succesvolle pogingen, en de succeskans (zoals elke kans) moet groter zijn dan of gelijk aan 0 en kleiner zijn dan of gelijk aan 1.
- Syntaxis
BINO(pogingen;successen;succeskans)
- Parameters
- Commentaar: Aantal pogingenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Aantal succesvolle pogingen (successen)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Kans op succes (succeskans)Type: Double
- Voorbeelden
BINO(12;9;0.8) geeft 0.236223201 terug
De functie CHIDIST() berekent de kans dat een hypothese wordt bevestigd, met behulp van de Chi-kwadraat-toets.
CHIDIST() vergelijkt de Chi-kwadraat-waarde voor een willekeurige steekproef, die berekend wordt uit de som van (waargenomen waarde -verwachte waarde)^2/verwachte waarde, voor alle waarden, met de theoretische Chi-kwadraat verdeling, en berekent aan de hand hiervan de kans dat de geteste hypothese fout is.
- Syntaxis
CHIDIST(getal;vrijheidsgraden)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: VrijheidsgradenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
CHIDIST(13.27;5) geeft 0.021 terug
De functie COMBIN(N;k) berekent het aantal mogelijke combinaties van k elementen uit N (binomiaalcoëfficiënt). De eerste parameter is het totaal aantal elementen. De tweede parameter is het aantal te kiezen elementen. Beide parameters moeten positief zijn. De eerste parameter moet groter dan of gelijk zijn aan de tweede. Indien dit niet het geval is geeft de functie een foutmelding terug.
- Syntaxis
COMBIN(N;k)
- Parameters
- Commentaar: Totaal aantal elementenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Aantal te kiezen elementenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
COMBIN(12;5) geeft 792 terug
- Voorbeelden
COMBIN(5;5) geeft 1 terug
De functie COMBINA(N;k) berekent het aantal mogelijke combinaties van k elementen uit N. De eerste parameter is het totaal aantal elementen. De tweede parameter is het aantal te kiezen elementen. Beide parameters moeten positief zijn. De eerste parameter moet groter dan of gelijk zijn aan de tweede. Indien dit niet het geval is geeft de functie een foutmelding terug.
- Syntaxis
COMBIN(N;k)
- Parameters
- Commentaar: Totaal aantal elementenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Aantal te kiezen elementenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
COMBIN(12;5) geeft 792 terug
- Voorbeelden
COMBIN(5;5) geeft 1 terug
De functie CONFIDENCE() geeft het betrouwbaarheidsinterval voor een populatiegemiddelde terug.
De parameter alfa moet tussen 0 en 1 (open interval) liggen. stddev moet positief te zijn en de grootte (van de populatie) moet groter dan of gelijk aan 1 zijn.
- Syntaxis
CONFIDENCE(alfa;stddev;grootte)
- Parameters
- Commentaar: Niveau van het betrouwbaarheidsintervalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Standaard deviatie van de totale populatieType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Grootte van de totale populatieType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
CONFIDENCE(0.05;1.5;100) geeft 0.294059 terug
De functie CORREL() berekent de correlatiecoëfficiënt van twee celbereiken.
- Syntaxis
CORREL(bereik1; bereik2)
- Parameters
- Commentaar: Celbereik van waardenType: DoubleCommentaar: Tweede celbereik van waardenType: Double
- Voorbeelden
CORREL(A1:A3; B1:B3)
- Gerelateerde functies
PEARSON
De functie COVAR() berekent de covariantie van twee celbereiken.
- Syntaxis
COVAR(bereik1; bereik2)
- Parameters
- Commentaar: Celbereik van waardenType: DoubleCommentaar: Tweede celbereik van waardenType: Double
- Voorbeelden
COVAR(A1:A3; B1:B3)
De functie DEVSQ() berekent de som van de kwadraten van deviaties.
- Syntaxis
DEVSQ(waarde; waarde...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuken (floats)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuken (floats)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuken (floats)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuken (floats)Type: Double
- Voorbeelden
DEVSQ(A1:A5)
- Voorbeelden
DEVSQ(21; 33; 54; 23) geeft 684.75 terug
De functie EXPONDIST() geeft de exponentiële verdeling terug.
De parameter lambda moet positief te zijn.
Cumulatief = 0: de kansdichtheidsfunctie wordt berekend; cumulatief = 1: de kansverdeling wordt berekend.
- Syntaxis
EXPONDIST(getal;lambda;cumulatief)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Parameter lambdaType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: 0 = kansdichtheid, 1 = kansverdelingType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
EXPONDIST(3;0.5;0) geeft 0.111565 terug
- Voorbeelden
EXPONDIST(3;0.5;1) geeft 0.776870 terug
De functie FDIST() geeft de f-verdeling terug.
- Syntaxis
FDIST(getal;vrijheidsgraden_1;vrijheidsgraden_2)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Vrijheidsgraden 1Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Vrijheidsgraden 2Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
FDIST(0.8;8;12) geeft 0.61 terug
De functie FINV() geeft het unieke, positieve getal x waarvoor geldt dat FDIST(x;r1;r2) = p.
- Syntaxis
FINV(getal; r1; r2)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Getal r1Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Getal r2Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
FDIST(FINV(0.1;3;4);3;4) is gelijk aan 0.1
De functie FISHER() berekent de Fisher-transformatie voor x en maakt een functie aan die een normale verdeling benadert.
- Syntaxis
FISHER(getal)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
FISHER(0.2859) geeft 0.294096 terug
- Voorbeelden
FISHER(0.8105) geeft 1.128485 terug
De functie FISHERINV() berekent de inverse van de Fisher transformatie voor x, en maakt een functie aan die een normale verdeling benadert.
- Syntaxis
FISHERINV(getal)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
FISHERINV(0.2859) geeft 0.278357 terug
- Voorbeelden
FISHERINV(0.8105) geeft 0.669866 terug
Telt het aantal waarden in elk interval gegeven door de grenswaarden in de tweede parameter.
De waarden in de tweede parameter bepalen de bovengrenzen van de intervallen. De bovengrenzen behoren tot de intervallen. De teruggegeven reeks is een kolomvector en bevat een element meer dan de tweede parameter; het laatste element is het aantal van alle elementen groter dan de laatste waarde in de tweede parameter. Indien er geen tweede parameter is worden alle waarden in de eerste parameter geteld.
- Syntaxis
FREQUENCY(bereik gegevens; bereik klassen)
- Parameters
- Commentaar: Te tellen decimale breuken.Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken, voor de bovengrenzen van de intervallen.Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)
De functie GAMMADIST() geeft de gamma-kansverdeling terug.
Als de laatste parameter (cumulatief) 0 is, dan wordt de kansdichtheidsfunctiewaarde berekend. Als die 1 is, dan wordt de kansverdeling teruggegeven.
De eerste drie parameters moeten positief te zijn.
- Syntaxis
GAMMADIST(getal;alfa;beta;cumulatief)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Parameter alphaType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Parameter betaType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Cumulatief vlagType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
GAMMADIST(0.758;0.1;0.35;1) geeft 0.995450 terug
- Voorbeelden
GAMMADIST(0.758;0.1;0.35;0) geeft 0.017179 terug
De functie GAMMAINV() geeft het unieke getal x >= 0 teug, zodat GAMMAINV(x;alfa;beta;Waar()) = p.
- Syntaxis
GAMMAINV(getal;alfa;beta)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Parameter alphaType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Parameter betaType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
GAMMADIST(GAMMAINV(0.1;3;4);3;4) is gelijk aan 0.1
- Voorbeelden
GAMMADIST(GAMMAINV(0.3;3;4);3;4) is gelijk aan 0.3
De functie GAMMALN(x) berekent de natuurlijke logaritme van de gammafunctie: G(x). De parameter moet een positief getal zijn.
- Syntaxis
GAMMALN(getal)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
GAMMALN(2) geeft 0 terug
De functie GAUSS(x) geeft de integraal terug van 0 tot x van de standaard normale kansdichtheidsfunctie.
- Syntaxis
GAUSS(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Het getal waarvoor de integraal, van 0 tot het getal, van de standaard normale kansdichtheidsfunctie moet worden berekendType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
GAUSS(0.25) geeft 0.098706 terug
De functie GEOMEAN() geeft het meetkundig (geometrisch) gemiddelde terug van de gegeven argumenten. Dit is gelijk aan de N-demachtswortel van het product van N argumenten.
- Syntaxis
GEOMEAN(waarde; waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuken (floats)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuken (floats)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuken (floats)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuken (floats)Type: Double
- Voorbeelden
GEOMEAN(A1:A5)
- Voorbeelden
GEOMEAN(21; 33; 54; 23) geeft 30.45886 terug
- Gerelateerde functies
HARMEAN
De functie HARMEAN() geeft het harmonisch gemiddelde terug van N gegeven waarden (N gedeeld door de som van de N omgekeerde waarden).
- Syntaxis
HARMEAN(waarde; waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuken (floats)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuken (floats)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuken (floats)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuken (floats)Type: Double
- Voorbeelden
HARMEAN(A1:A5)
- Voorbeelden
HARMEAN(21; 33; 54; 23) geeft 28.588 terug
- Gerelateerde functies
GEOMEAN
De functie HYPGEOMDIST() geeft de hypergeometrische verdeling terug.
- Syntaxis
HYPGEOMDIST(x; n; M; N)
- Parameters
- Commentaar: Aantal successen in de steekproefType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Aantal pogingenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Totaal aantal succesvolle pogingenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: PopulatiegrootteType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
HYPGEOMDIST(2; 5; 6; 20) geeft 0.3522 terug
De functie INTERCEPT() berekent het snijpunt van de lineaire regressielijn en de y-as.
- Syntaxis
INTERCEPT(y;x)
- Parameters
- Commentaar: y-waarden(reeks)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: x-waarden(reeks)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
De functie INVBINO() geeft de negatieve binomiale verdeling terug. De eerste parameter is het aantal pogingen, de tweede het aantal mislukte pogingen en de derde de kans op geen succes. Het aantal pogingen moet groter zijn dan het aantal mislukte pogingen en de kans (zoals elke kans) moet groter zijn dan of gelijk aan 0 en kleiner zijn dan of gelijk aan 1.
- Syntaxis
INVBINO(pogingen;mislukkingen;kans_op_geen_succes)
- Parameters
- Commentaar: Aantal pogingenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Aantal pogingen zonder succes (missers)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Kans op geen succesType: Double
- Voorbeelden
INVBINO(12;3;0.2) geeft 0.236223201
De functie KURT() berekent een schatting, zonder voorkeur (unbiased), van de kurtosis (piekvormigheid) van een verzameling gegevens. U moet tenminste 4 waarden opgeven, anders komt er een foutmelding.
- Syntaxis
KURT(waarde; waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuken (floats)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuken (floats)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuken (floats)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuken (floats)Type: Double
- Voorbeelden
KURT(A1:A5)
- Voorbeelden
KURT(21; 33; 54; 23) geeft 1.344239 terug
- Gerelateerde functies
KURTP
De functie KURTP() berekent een populatie-kurtosis van een verzameling gegevens. U moet tenminste 4 waarden opgeven, anders komt er een foutmelding.
- Syntaxis
KURTP(waarde; waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuken (floats)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuken (floats)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuken (floats)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuken (floats)Type: Double
- Voorbeelden
KURTP(A1:A5)
- Voorbeelden
KURTP(21; 33; 54; 23) geeft -1.021 terug
- Gerelateerde functies
KURT
De functie LARGE(..;k) geeft de k-de grootste waarde terug van de verzameling gegevens.
- Syntaxis
LARGE(bereik; k)
- Parameters
- Commentaar: Celbereik van waardenType: DoubleCommentaar: Positie (vanaf de grootste)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
A1: 3, A2: 1, A3: 5 = > LARGE(A1:A3; 2) geeft 3 terug
De functie LEGACYFDIST() geeft de f-verdeling terug.
- Syntaxis
LEGACYFDIST(getal;vrijheidsgraden_1;vrijheidsgraden_2)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Vrijheidsgraden 1Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Vrijheidsgraden 2Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
LEGACYFDIST(0.8;8;12) geeft 0.61 terug
De functie LOGINV() geeft de inverse terug van de lognormale cumulatieve verdeling.
- Syntaxis
LOGINV(p; gemiddelde; stdev)
- Parameters
- Commentaar: WaarschijnlijkheidType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Gemiddelde waarde van de standaard logaritmische verdelingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Standaard deviatie van de standaard logaritmische verdelingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
LOGINV(0.1;0;1) geeft 0.2776 terug
De functie LOGNORMDIST() berekent de cumulatieve lognormale kansverdeling.
- Syntaxis
LOGNORMDIST(getal;gemiddelde;std)
- Parameters
- Commentaar: Kanswaarde waarvoor de standaard logaritmische kansverdeling moet worden berekendType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Gemiddelde waarde van de standaard logaritmische verdelingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Standaard deviatie van de standaard logaritmische verdelingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
LOGNORMDIST(0.1;0;1) geeft 0.01 terug
De functie MEDIAN() berekent de mediaan van alle waarden die als parameters zijn opgegeven. U kunt de mediaan van een bereik berekenen als MEDIAN(A1:B5) of van een lijst met waarden, zoals MEDIAN(12; 5; 12.5). Lege cellen zullen beschouwd worden als nul, en cellen met tekst zullen worden genegeerd.
- Syntaxis
MEDIAN(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuk of waardenbereikType: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken of waardenbereikType: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken of waardenbereikType: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken of waardenbereikType: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken of waardenbereikType: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
MEDIAN(12; 5; 5.5) geeft 5.5 terug
- Voorbeelden
MEDIAN(12; 7; 8;2) geeft 7.5 terug
De functie MODE() geeft de meest frequent voorkomende waarde (de modus) in een verzameling van gegevens.
- Syntaxis
MODE(getal1; getal2; ...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuk (float)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuk (float)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuk (float)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuk (float)Type: Double
- Voorbeelden
MODE(12; 14; 12; 15) geeft 12 terug
De functie NEGBINOMDIST() geeft de negatieve binomiale verdeling terug.
- Syntaxis
NEGBINOMDIST(missers; successen; succeskans)
- Parameters
- Commentaar: Aantal pogingen zonder succes (missers)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Aantal succesvolle pogingen (successen)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Kans op succes (succeskans)Type: Double
- Voorbeelden
NEGBINOMDIST(2;5;0.55) geeft 0.152872629 terug
De functie NORMDIST() geeft de normale cumulatieve kansverdeling terug.
Getal is de waarde van de verdeling, op basis waarvan de normale verdeling wordt berekend.
midden is het lineaire midden van de verdeling.
std is de standaard deviatie van de verdeling.
Met K = 0 wordt de kansdichtheidsfunctiewaarde berekend; met K = 1 de kansverdeling.
- Syntaxis
NORMDIST(getal;midden;std;K)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Lineaire midden van de verdelingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Standaard deviatie van de verdelingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: 0 = kansdichtheid, 1 = kansverdelingType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
NORMDIST(0.859;0.6;0.258;0) geeft 0.934236 terug
- Voorbeelden
NORMDIST(0.859;0.6;0.258;1) geeft 0.842281 terug
De functie NORMINV(x;..;std) berekent de inverse van een normale cumulatieve verdeling. Het getal x (een kanshoeveelheid) moet tussen de 0 en 1 liggen (exclusief) en std moet postief zijn.
- Syntaxis
NORMINV(getal;midden;std)
- Parameters
- Commentaar: Kanswaarde waarvoor de standaard logaritmische kansverdeling moet worden berekendType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Midden van de normale verdelingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Standaard deviatie van de normale verdelingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
NORMINV(0.9;63;5) geeft 69.41 terug
De functie NORMSDIST() geeft de standaardnormale kansverdeling terug.
- Syntaxis
NORMSDIST(getal)
- Parameters
- Commentaar: Waarde waarvoor de standaardnormale kansverdeling wordt berekendType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
NORMSDIST(1) geeft 0.84 terug
De functie NORMINV(x) berekent de inverse van de standaardnormale cumulatieve kansverdeling. Het getal x (een kanshoeveelheid) moet tussen 0 en 1 liggen (exclusief).
- Syntaxis
NORMSINV(getal)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
NORMSINV(0.908789) geeft 1.3333 terug
De functie PEARSON() berekent de correlatiecoëfficiënt van twee celbereiken. Is gelijk aan de functie CORREL().
- Syntaxis
PEARSON(bereik1; bereik2)
- Parameters
- Commentaar: Celbereik van waardenType: DoubleCommentaar: Tweede celbereik van waardenType: Double
- Voorbeelden
PEARSON(A1:A3; B1:B3)
- Gerelateerde functies
CORREL
De functie PERCENTILE() geeft de x-de percentielwaarde terug van de waarden in gegevens. Voor alpha is 50 (mediaan) is de percentielwaarde die waarde waarvoor geldt dat 50% van de getallen in de gegevensverzameling kleiner zijn of gelijk aan deze waarde, en 50% groter. Voor alpha is 25 is dit 25% en 75% (eerste kwartiel), en soortgelijk ook voor alpha is 75% (derde kwartiel). En eveneens voor alpha=0 (kleinste waarde) en alpha=1 (grootste waarde). De waarden in lege cellen worden beschouwd de waarde 0 te bevatten, en cellen met tekst worden overgeslagen.
- Syntaxis
PERCENTILE(gegevens;alpha)
- Parameters
- Commentaar: WaardenbereikType: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: De percentielwaarde tussen 0 en 1, inclusief.Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Gerelateerde functies
MEDIAN
De functie PERMUT() geeft het aantal permutaties terug. De eerste parameter is het aantal elementen en de tweede parameter is het aantal elementen dat wordt gebruikt in de permutatie.
- Syntaxis
PERMUT(totaal;gepermuteerd)
- Parameters
- Commentaar: Totaal aantal elementenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Aantal te permuteren elementenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
PERMUT(8;5) geeft 6720 terug
- Voorbeelden
PERMUT(5;5) geeft 120 terug
De functie PERMUTATIONA(totaal;gekozen) geeft het aantal geordende permutaties terug, waarbij herhalingen zijn toegestaan. De eerste parameter is het aantal elementen en de tweede parameter is het aantal te kiezen elementen. Beiden moeten positief zijn.
- Syntaxis
PERMUTATIONA(totaal;gekozen)
- Parameters
- Commentaar: Totaal aantal elementenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Aantal te kiezen elementenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
PERMUTATIONA(2,3) geeft 8 terug
- Voorbeelden
PERMUTATIONA(0,0) geeft 1 terug
De functie PHI(x) geeft de functiewaarde terug voor x van de kansdichtheidsfunctie voor de standaardnormale verdeling.
- Syntaxis
PHI(waarde)
- Parameters
- Commentaar: Het getal waarvoor de functiewaarde van de kansdichtheidsfunctie voor de standaardnormale verdeling wordt berekendType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
PHI(0.25) geeft 0.386668 terug
De functie POISSON() geeft de Poisson verdeling terug.
De parameters lambda en getal moeten positief zijn.
Cumulatief = 0: de kansdichtheidsfunctie wordt berekend; cumulatief = 1: de kansverdeling wordt berekend.
- Syntaxis
POISSON(getal;lambda;cumulatief)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Parameter lambda (de middenwaarde)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: 0 = kansdichtheid, 1 = kansverdelingType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
POISSON(60;50;0) geeft 0.020105 terug
- Voorbeelden
POISSON(60;50;1) geeft 0.927840 terug
De functie RANK() geeft de plaats van een getal in een lijst van getallen weer.
Volgorde geeft aan hoe de getallen te rangschikken:
Als de 0 is weggelaten, dan worden Gegevens afdalend gerangschikt.
Indien niet gelijk aan 0, worden Gegevens oplopend geordend.
- Syntaxis
RSQ(Waarde; Gegevens; Volgorde)
- Parameters
- Commentaar: WaardeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Gegevens (reeks)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: VolgordeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
RANK (2;{1;2;3}) is gelijk aan 2
De functie RSQ() geeft het kwadraat van het Pearson productmoment correlatiecoëfficient door punten met bekende_y en bekende_x.
Als "reeksY" en "reeksX" leeg zijn of een verschillend aantal punten bevatten, dan wordt #N/A teruggegeven.
- Syntaxis
RSQ(bekende Y; bekende X)
- Parameters
- Commentaar: bekende Y (reeks)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: bekende X (reeks)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
De functie SKEW() geeft een schatting terug voor de scheefheid van een kansverdeling
- Syntaxis
SKEW(getal1; getal2; ...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuk (float)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuk (float)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuk (float)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuk (float)Type: Double
- Voorbeelden
SKEW(11.4; 17.3; 21.3; 25.9; 40.1) geeft 0.9768 terug
- Gerelateerde functies
SKEWP
De functie SKEWP() geeft de populatiescheefheid terug van een kansverdeling
- Syntaxis
SKEWP(getal1; getal2; ...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuk (float)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuk (float)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuk (float)Type: DoubleCommentaar: Decimale breuk (float)Type: Double
- Voorbeelden
SKEWP(11.4; 17.3; 21.3; 25.9; 40.1) geeft 0.6552 terug
- Gerelateerde functies
SKEW
De functie SLOPE() geeft de hellingshoek van een lineaire regressielijn terug.
- Syntaxis
SLOPE(y;x)
- Parameters
- Commentaar: y-waarden(reeks)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: x-waarden(reeks)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
De functie SMALL(..;k) geeft de k-de kleinste waarde terug van de verzameling gegevens.
- Syntaxis
SMALL(bereik; k)
- Parameters
- Commentaar: Celbereik van waardenType: DoubleCommentaar: Positie (vanaf de kleinste)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
A1: 3, A2: 1, A3: 5 = > SMALL(A1:A3; 1) geeft 1 terug
De functie STANDARDIZE() geeft een genormaliseerde waarde terug.
- Syntaxis
STANDARDIZE(x; gemiddelde; stdev)
- Parameters
- Commentaar: Te normaliseren getalType: DoubleCommentaar: Gemiddelde van de verdelingType: DoubleCommentaar: Standaard deviatieType: Double
- Voorbeelden
STANDARDIZE(4; 3; 7) geeft 0.1429 terug
De functie STDEV() geeft de geschatte standaard deviatie terug, gebaseerd op een steekproef. De standaarddeviatie is een maat voor de spreiding van de waarden om hun gemiddelde.
- Syntaxis
STDEV(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
STDEV(6;7;8) geeft 1 terug
- Gerelateerde functies
STDEVP
De functie STDEVA() geeft de geschatte standaard deviatie terug, gebaseerd op een steekproef. De standaarddeviatie is een maat voor de spreiding van de waarden om hun gemiddelde. Als een cel tekst bevat of de Booleaanse (logische) waarde Onwaar, dan wordt deze meegeteld als 0. Is de Booleaanse waarde Waar, dan wordt deze geteld als 1.
- Syntaxis
STDEVA(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
STDEVA(6; 7; A1; 8) geeft 1 terug, als A1 leeg is
- Voorbeelden
STDEVA(6; 7; A1; 8) geeft 3.109 terug, als A1 de waarde Waar bevat
- Gerelateerde functies
STDEV STDEVP
De functie STDEVP() geeft de standaard deviatie, gebaseerd op een gehele populatie
- Syntaxis
STDEVP(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
STDEVP(6;7;8) is 0.816497...
- Gerelateerde functies
STDEV
De functie STDEVPA() geeft de standaarddeviatie terug, gebaseerd op een gehele populatie. Als een cel tekst bevat, of de Booleaanse (logische) waarde Onwaar, dan wordt deze als 0 meegeteld. Als de Booleaanse waarde Waar is, dan wordt deze geteld als 1.
- Syntaxis
STDEVPA(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
STDEVPA(6; 7; A1; 8) geeft 0.816497... terug, als A1 leeg is
- Voorbeelden
STDEVPA(6; 7; A1; 8) geeft 2.69... terug, als A1 de waarde Waar bevat
- Voorbeelden
STDEVPA(6; 7; A1; 8) geeft 3.11... terug, als A1 de waarde Onwaar bevat
- Gerelateerde functies
STDEV STDEVP
De functie STEYX() berekent de standaard fout van de voorspelde y-waarde voor elke x in de regressie.
- Syntaxis
SLOPE(y;x)
- Parameters
- Commentaar: y-waarden(reeks)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: x-waarden(reeks)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Syntaxis
SLOPE(y;x)
- Parameters
De functie SUMPRODUCT() (SUM(X*Y)) geeft de som terug van de producten van de overeenkomende waarden in de twee reeksen. Het aantal waarden in beide reeksen moet gelijk zijn. Anders geeft deze functie "Err" terug.
- Syntaxis
SUMPRODUCT(reeks1;reeks2)
- Parameters
- Commentaar: Waarde (reeks)Type: DoubleCommentaar: Waarde (reeks)Type: Double
- Voorbeelden
SUMPRODUCT(A1:A2;B1:B2) met A1=2, A2=5, B1=3 en B2=5 geeft 31 terug
De functie SUMX2MY2() (SUM(X^2-Y^2)) geeft de som terug van de verschillen van de kwadraten van deze waarden. Het aantal waarden in beide reeksen moet gelijk zijn. Anders geeft deze functie "Err" terug.
- Syntaxis
SUMX2MY2(reeks1;reeks2)
- Parameters
- Commentaar: Waarde (reeks)Type: DoubleCommentaar: Waarde (reeks)Type: Double
- Voorbeelden
SUMX2MY2(A1:A2;B1:B2) met A1=,2 A2=5, B1=3 en B2=5 geeft -5 terug
De functie SUMX2PY2() (SUM(X^2+Y^2)) geeft de som terug van de kwadraten van de overeenkomende waarden in de beide reeksen. Het aantal waarden in beide reeksen moet gelijk zijn. Anders geeft deze functie "Err" terug.
- Syntaxis
SUMX2PY2(reeks1;reeks2)
- Parameters
- Commentaar: Waarde (reeks)Type: DoubleCommentaar: Waarde (reeks)Type: Double
- Voorbeelden
SUMX2PY2(A1:A2;B1:B2) met A1=2, A2=5, B1=3 en B2=5 geeft 63 terug
De functie SUMXMY2() (SUM((X-Y)^2)) geeft de som van de kwadraten van de verschillen van deze waarden. Het aantal waarden in beide reeksen moet gelijk zijn. Anders geeft deze functie "Err" terug.
- Syntaxis
SUMXMY2(reeks1;reeks2)
- Parameters
- Commentaar: Waarde (reeks)Type: DoubleCommentaar: Waarde (reeks)Type: Double
- Voorbeelden
SUMXMY2(A1:A2;B1:B2) met A1=2, A2=5, B1=3 en B2=5, geeft 1 terug
De functie TDIST() geeft de t-verdeling terug.
Modus = 1 geeft de test gebaseerd op een van de staarten (van de verdelingsfunctie). Modus = 2 geeft de test voor beide staarten.
- Syntaxis
TDIST(getal;vrijheidsgraden;modus)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Vrijheidsgraden voor de t-verdelingType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Modus (1 of 2)Type: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
TDIST(12;5;1) geeft 0.000035 terug
De functie TREND() berekent een reeks van waarden op basis van lineaire regressie van bekende waardenparen.
Voorwaarden: COUNT(bekendeY) = COUNT(bekendeX).
- Syntaxis
TREND(bekendeY[;bekendeX[;nieuweX[;toestaanOffset = TRUE]]])
- Parameters
- Commentaar: BekendeYType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: BekendeXType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: NummerReeks nieuweXType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: toestaanOffsetType: Een Booleaanse waarde (True of False (Waar of Onwaar))
De functie TRIMMEAN() berekent het gemiddelde van een deel van een verzameling van gegevens.
- Syntaxis
TRIMMEAN(gegevensverzameling; afbreekFractie)
- Parameters
- Commentaar: gegevensverzamelingType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: afbreekFractieType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
De functie TTEST() berekent de kans van een t-test.
- Syntaxis
TTEST(x; y; type; modus)
- Parameters
- Commentaar: x (reeks)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: y (reeks)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: typeType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: modusType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
De functie VAR() berekent de geschatte variantie, gebaseerd op een steekproef.
- Syntaxis
VAR(waarde; waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
VAR(12;5;7) geeft 13 terug
- Voorbeelden
VAR(15;80;3) geeft 1716.333... terug
- Voorbeelden
VAR(6;7;8) geeft 1 terug
- Gerelateerde functies
VARIANCE VARA VARP VARPA
De functie VARA() berekent de variantie, gebaseerd op een steekproef.
- Syntaxis
VARA(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
VARA(12;5;7) geeft 13 terug
- Voorbeelden
VARA(15;80;3) geeft 1716.333... terug
- Voorbeelden
VARA(6;7;8) geeft 1 terug
- Gerelateerde functies
VAR VARP VARPA
De functie VARIANCE() berekent de geschatte variantie, gebaseerd op een steekproef. Is gelijk aan VAR().
- Syntaxis
VARIANCE(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
VARIANCE(12;5;7) geeft 13 terug
- Voorbeelden
VARIANCE(15;80;3) geeft 1716.333... terug
- Voorbeelden
VARIANCE(6;7;8) geeft 1 terug
- Gerelateerde functies
VAR VARA VARP VARPA
De functie VARP() berekent de variantie, gebaseerd op een gehele populatie.
- Syntaxis
VARP(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
VARP(12;5;7) geeft 8.666... terug
- Voorbeelden
VARP(15;80;3) geeft 1144.22... terug
- Voorbeelden
VARP(6;7;8) geeft 0.6666667... terug
- Gerelateerde functies
VAR VARA VARPA
De functie VARPA() berekent de variantie, gebaseerd op de gehele populatie. Tekst en de Booleaanse waarden Onwaar worden meegeteld als 0. De Booleaanse waarde Waar worden geteld als 1.
- Syntaxis
VARPA(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Decimale breuken (floats)Type: Een bereik (range) van decimale (floating point) breuken (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
VARPA(12;5;7) geeft 8.666... terug
- Voorbeelden
VARPA(15;80;3) geeft 1144.22... terug
- Voorbeelden
VARPA(6;7;8) geeft 0.6666667... terug
- Gerelateerde functies
VAR VARA VARP
De functie WEIBULL() geeft de Weibull-verdeling terug.
De parameters alfa en beta moeten positief zijn. Het getal (eerste parameter) moet niet-negatief zijn.
Cumulatief = 0: de kansdichtheidsfunctie wordt berekend; cumulatief = 1: de kansverdeling wordt berekend.
- Syntaxis
WEIBULL(getal;alfa;beta;cumulatief)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Parameter alphaType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Parameter betaType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: 0 = kansdichtheid, 1 = kansverdelingType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
WEIBULL(2;1;1;0) geeft 0.135335 terug
- Voorbeelden
WEIBULL(2;1;1;1) geeft 0.864665 terug
De functie ZTEST() berekent de kans van een z-test met normale kansverdeling gebaseerd op beide staarten van de verdeling.
Voert een test uit van de nul-hypothese, dat de steekproefer een is van een normaal verdeelde willekeurige variabelemet als gemiddelde gemiddelde en standaard deviatie sigma. Een teruggegeven waarde 1 betekent dat denulhypothese wordt verworpen: de steekproef is dan niet een willekeurige steekproef van de normale kansverdeling. Indien sigma wordt weggelaten wordt die geschat uit de steekproef, door middel van STDEV.
- Syntaxis
ZTEST(x; gemiddelde; sigma)
- Parameters
- Commentaar: x (reeks)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: gemiddeldeType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: standaarddeviatieType: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
De functie ASC() geeft karakters met halve breedte terug die overeenkomen met het argument met volle breedte. Van belang voor Japanse karakters.
- Syntaxis
ASC(tekst)
- Parameters
- Commentaar: Karakters met volle breedteType: Tekst
- Gerelateerde functies
JIS
De functie BAHTTEXT() converteert een getal naar een tekst in Thaise karakters (baht).
- Syntaxis
BAHTTEXT(getal)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
BAHTTEXT(23) geeft "ยี่สิบสามบาทถ้วน" terug
De functie CHAR() geeft het karakter terug, dat volgens de ASCII-tabel behoort bij een opgegeven (decimaal) getal.
- Syntaxis
CHAR(code)
- Parameters
- Commentaar: KaraktercodeType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
CHAR(65) geeft "A" terug
- Gerelateerde functies
CODE
De functie CLEAN() verwijdert alle niet afdrukbare tekens uit een tekenreeks
- Syntaxis
CLEAN(tekst)
- Parameters
- Commentaar: BrontekenreeksType: Tekst
- Voorbeelden
CLEAN(AsciiToChar(7) + "HALLO") geeft "HALLO" terug
De functie CODE() geeft de decimale ASCII-code terug van het eerste karakter uit een tekenreeks.
- Syntaxis
CODE(tekst)
- Parameters
- Commentaar: TekstType: Tekst
- Voorbeelden
CODE("KDE") geeft 75 terug
- Gerelateerde functies
CHAR
De functie COMPARE() geeft 0 terug als de twee tekenreeksen aan elkaar gelijk zijn, -1 als de eerste een lagere waarde heeft dan de tweede en anders wordt 1 teruggegeven.
- Syntaxis
COMPARE(tekenreeks1; tekenreeks2; Waar|Onwaar)
- Parameters
- Commentaar: Eerste tekenreeksType: TekstCommentaar: Tekenreeks waarmee wordt vergelekenType: TekstCommentaar: Hoofdlettergevoelig vergelijken (Waar/Onwaar)Type: Een Booleaanse waarde (True of False (Waar of Onwaar))
- Voorbeelden
COMPARE("Calligra"; "Calligra"; Waar) geeft 0 terug
- Voorbeelden
COMPARE("calligra"; "Calligra"; Waar) geeft 1 terug
- Voorbeelden
COMPARE("kspread"; "Calligra"; Onwaar) geeft 1 terug
- Gerelateerde functies
EXACT
De functie CONCATENATE() geeft een tekenreeks terug die wordt gevormd door alle als parameter opgegeven tekenreeksen aan elkaar te plakken.
- Syntaxis
CONCATENATE(waarde;waarde;...)
- Parameters
- Commentaar: TekenreekswaardenType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: TekenreekswaardenType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: TekenreekswaardenType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: TekenreekswaardenType: Een bereik (range) van tekenreeksenCommentaar: TekenreekswaardenType: Een bereik (range) van tekenreeksen
- Voorbeelden
CONCATENATE("Sheets";"Calligra";"KDE") geeft "SheetsCalligraKDE" terug
De functie DOLLAR() converteert een getal naar tekst met behulp van de valuta-opmaak. De tweede parameter geeft aan op hoeveel cijfers achter de komma wordt afgerond. Hoewel de naam van de functie DOLLAR is, zal de conversie worden gedaan met behulp van de op uw systeem ingestelde valuta, bijvoorbeeld Euro's.
- Syntaxis
DOLLAR(getal;decimalen)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: DoubleCommentaar: DecimalenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
DOLLAR(1403.77) geeft "€ 1,403.77" terug
- Voorbeelden
DOLLAR(-0.123;4) geeft "€ -0.1230" terug
De functie EXACT() geeft Waar terug als de twee tekenreeksen aan elkaar gelijk zijn, en anders Onwaar.
- Syntaxis
EXACT(tekenreeks1;tekenreeks2)
- Parameters
- Commentaar: TekenreeksType: TekstCommentaar: TekenreeksType: Tekst
- Voorbeelden
EXACT("Calligra";"Calligra") geeft Waar terug
- Voorbeelden
EXACT("KSpread";"Calligra") geeft Onwaar terug
- Gerelateerde functies
COMPARE
De functie FIND() zoekt een tekenreeks (zoek_tekst) in een andere tekenreeks (in_deze_tekst) en geeft de positie terug van het eerste teken van "zoek_tekst" in "in_deze_tekst", geteld vanaf het eerste teken hierin.
De parameter "start_getal" geeft het teken aan waar de zoekactie moet beginnen. Het eerste teken heeft nummer 1. Als "start_getal" niet wordt opgegeven, dan wordt hier de waarde 1 voor gebruikt.
U kunt ook de functie SEARCH() gebruiken, maar anders dan SEARCH() maakt FIND() onderscheid tussen hoofd- en kleine letters, en kunnen er geen jokertekens worden gebruikt.
- Syntaxis
FIND(zoek_tekst;binnen_deze_tekst;start_getal)
- Parameters
- Commentaar: De tekst die u wilt zoekenType: TekstCommentaar: De tekst die mogelijk zoek_tekst bevatType: TekstCommentaar: Geeft de index waar de zoekactie moet beginnenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
FIND("Cal";"Calligra") geeft 1 terug
- Voorbeelden
FIND("i";"Calligra") geeft 5 terug
- Voorbeelden
FIND("a";"Sheets in Calligra";4) geeft 12 terug
- Gerelateerde functies
FINDB SEARCH REPLACE SEARCHB REPLACEB
De functie FINDB() zoekt een tekenreeks (zoek_tekst) in een andere tekenreeks (in_deze_tekst) en geeft de positie terug van het eerste teken van "zoek_tekst" in "in_deze_tekst", gemeten in bytes.
De parameter "bytepositie_start" geeft het teken aan waar de zoekactie moet beginnen. Het eerste teken heeft nummer 2. Als "bytepositie_start" niet wordt opgegeven, wordt hier de waarde 2 voor gebruikt.
- Syntaxis
FINDB(zoek_tekst;binnen_deze_tekst;bytepositie_start)
- Parameters
- Commentaar: De tekst die u wilt zoekenType: TekstCommentaar: De tekst die mogelijk zoek_tekst bevatType: TekstCommentaar: Geeft de positie in bytes, waar de zoekactie moet beginnenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Gerelateerde functies
FIND SEARCH REPLACE SEARCHB REPLACEB
De functie FIXED() rondt een getal af naar het opgegeven aantal cijfers achter de komma. Vervolgens wordt het getal opgemaakt en weergegeven als tekst. Als decimalen negatief is, dan wordt er links van de komma afgerond. Als u decimalen weglaat, dan wordt op 2 cijfers achter de komma afgerond. Als de optionele parameter geen_kommas Waar is, dan wordt het scheidingsteken voor duizendtallen niet gebruikt.
- Syntaxis
FIXED(getal;decimalen;geen_kommas)
- Parameters
- Commentaar: GetalType: DoubleCommentaar: DecimalenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Geen_kommasType: Een Booleaanse waarde (True of False (Waar of Onwaar))
- Voorbeelden
FIXED(1234.567;1) geeft "1,234.6" terug
- Voorbeelden
FIXED(1234.567;1;Onwaar) geeft "1234.6" terug
- Voorbeelden
FIXED(44.332) geeft "44.33" terug
De functie JIS() geeft de karakters met volle breedte terug die overeenkomen met het argument met halve breedte. Van belang voor Japanse karakters.
- Syntaxis
JIS(tekst)
- Parameters
- Commentaar: Karakters met halve breedteType: Tekst
- Gerelateerde functies
ASC
De functie LEFT(tekst;lengte) geeft het door lengte gegeven aantal meest linkse karakters van tekst terug. Als lengte groter is dan de lengte van tekst wordt de gehele tekenrij als tekst teruggegeven. Het is een fout als het aantal karakters kleiner is dan 0.
- Syntaxis
LEFT(tekst;lengte)
- Parameters
- Commentaar: BrontekenreeksType: TekstCommentaar: Aantal karaktersType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
LEFT("hallo";2) geeft "ha" terug
- Voorbeelden
LEFT("KSpread";10) geeft "KSpread" terug
- Voorbeelden
LEFT("KSpread") geeft "K" terug (waarde van lengte is dus standaard 1)
- Gerelateerde functies
RIGHT MID RIGHTB MIDB
De functie LEFTB(tekst;bytelengte) geeft het door bytelengte gegeven aantal meest linkse karakters van tekst terug, gemeten in bytes. Als bytelengte groter is dan de lengte van tekst wordt de gehele tekenrij als tekst teruggegeven. Het is een fout als het aantal karakters kleiner is dan 0.
De functie LEN() geeft de lengte (aantal tekens) terug van de opgegeven tekenreeks.
- Syntaxis
LEN(tekst)
- Parameters
- Commentaar: TekenreeksType: Tekst
- Voorbeelden
LEN("hallo") geeft 5 terug
- Voorbeelden
LEN("KSpread") geeft 7 terug
- Gerelateerde functies
LENB
De functie LENB() geeft de lengte (aantal bytes) terug van de opgegeven tekenreeks.
- Syntaxis
LENB(tekst)
- Parameters
- Commentaar: TekenreeksType: Tekst
De functie LOWER() zet alle letters in een tekenreeks om naar kleine letters.
De functie MID(tekst;positie;lengte) geeft een gedeelte terug van de tekenreeks als tekst met een aantal karakters gelijk aan lengte, beginnend bij de index die wordt gegeven door positie.
- Syntaxis
MID(tekst;positie;lengte)
- Parameters
- Commentaar: BrontekenreeksType: TekstCommentaar: PositieType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: LengteType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
MID("Calligra";2;3) geeft "all" terug
- Voorbeelden
MID("Calligra";2) geeft "alligra" terug
- Gerelateerde functies
LEFT RIGHT LEFTB RIGHTB MIDB
De functie MIDB(tekst;positie;lengte) geeft een gedeelte terug van de tekenreeks als tekst met een lengte in bytes, gelijk aan bytelengte, beginnend bij de de bytepositie die wordt gegeven door bytepositie_start.
De functie PROPER() zet de eerste letter van elk woord om naar een hoofdletter, en de rest van de letters naar kleine letters.
- Syntaxis
PROPER(tekenreeks)
- Parameters
- Commentaar: TekenreeksType: Tekst
- Voorbeelden
PROPER("dit is een titel") geeft "Dit Is Een Titel"
Geeft een deel van een tekenreeks terug die overeenkomt met een reguliere expressie. Als in de tekenreeks geen overeenkomsten zijn met de gegeven reguliere expressie, wordt een waarde teruggegeven, die als standaard waarde is gedefinieerd.
Wanneer een terugverwijzing wordt gegeven, zal de waarde daarvan worden teruggegeven.
Wanneer geen standaard waarde wordt opgegeven, wordt daarvoor een lege tekenreeks aangenomen. Wanneer geen terugverwijzing wordt opgegeven wordt 0 aangenomen (zodat het hele overeenkomende gedeelte wordt teruggegeven).
- Syntaxis
REGEXP(tekst; regexp; standaard; terugverw)
- Parameters
- Commentaar: Doorzochte tekstType: TekstCommentaar: Reguliere expressieType: TekstCommentaar: Standaard waarde (optioneel)Type: TekstCommentaar: Terugverwijzing (optioneel)Type: Getal
- Voorbeelden
REGEXP("Het getal is 15.";"[0-9]+") geeft "15" terug
- Voorbeelden
REGEXP("15, 20, 26, 41";"([0-9]+), *[0-9]+$";"";1) = "26"
Vervangt alle overeenkomsten met een reguliere expressie door de vervangende tekst
- Syntaxis
REGEXPRE(tekst; regexp; vervanging)
- Parameters
- Commentaar: Doorzochte tekstType: TekstCommentaar: Reguliere expressieType: TekstCommentaar: VervangingType: Tekst
- Voorbeelden
REGEXPRE("14 en 15 en 16";"[0-9]+";"num") geeft "num en num en num" terug
De functie REPLACE() vervangt een deel van een tekenreeks door een andere tekenreeks.
- Syntaxis
REPLACE(tekst;positie;lengte;nieuwe_tekst)
- Parameters
- Commentaar: Tekst waarin u enkele tekens wilt vervangenType: TekstCommentaar: Positie van de te vervangen tekensType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Aantal te vervangen tekensType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: De tekst die de tekens in de oude tekst moet vervangenType: Tekst
- Voorbeelden
REPLACE("abcdefghijk";6;5;"-") geeft "abcde-k" terug
- Voorbeelden
REPLACE("2002";3;2;"03") geeft "2003" terug
- Gerelateerde functies
FIND MID FINDB MIDB
De functie REPLACEB() vervangt een deel van een tekenreeks door een andere tekenreeks, met behulp van posities in bytes.
- Syntaxis
REPLACEB(tekst;bytepositie;bytelengte;nieuwe_tekst)
- Parameters
- Commentaar: Tekst waarin u enkele tekens wilt vervangen, met behulp van positie in bytesType: TekstCommentaar: Positie in bytes van de te vervangen tekensType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: Lengte in bytes van te vervangen tekensType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)Commentaar: De tekst die de tekens in de oude tekst moet vervangenType: Tekst
- Gerelateerde functies
FINDB MIDB FIND MID
De functie REPT(tekst;aantal) herhaalt tekst zo vaak als door aantal wordt aangegeven. aantal mag niet negatief zijn, en er wordt een lege tekenreeks teruggegeven als aantal 0 is (of naar beneden naar 0 wordt afgerond).
- Syntaxis
REPT(tekst;aantal)
- Parameters
- Commentaar: BrontekenreeksType: TekstCommentaar: Aantal herhalingenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
REPT("kspread";3) geeft "kspreadkspreadkspread" terug
- Voorbeelden
REPT("KSpread";0) geeft "" terug
De functie RIGHT(tekst;lengte) geeft het door lengte gegeven aantal meest rechtse karakters van tekst terug. Als lengte groter is dan de lengte van tekst wordt de gehele tekenrij als tekst teruggegeven.
- Syntaxis
RIGHT(tekst;lengte)
- Parameters
- Commentaar: BrontekenreeksType: TekstCommentaar: Aantal karaktersType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
RIGHT("hallo";2) geeft "lo" terug
- Voorbeelden
RIGHT("KSpread";10) geeft "KSpread" terug
- Voorbeelden
RIGHT("KSpread") geeft "d" terug (waarde van lengte is dus standaard 1)
- Gerelateerde functies
LEFT MID LEFTB MIDB
De functie RIGHTB(tekst;bytelengte) geeft het door bytelengte gegeven aantal meest rechtse karakters van tekst terug, gemeten in bytes. Als lengte groter is dan de lengte van tekst wordt de gehele tekenrij als tekst teruggegeven.
De functie ROT13() versleutelt tekst door elke letter te vervangen door een andere letter die 13 plaatsen verder in het alfabet staat. Als de 13e positie voorbij de Z ligt, dan gaat de functie verder bij A (rotatie).
Door deze versleutelingsfunctie nogmaals op de resulterende tekst toe te passen kunt u de tekst weer ontcijferen.
- Syntaxis
ROT13(tekst)
- Parameters
- Commentaar: TekstType: Tekst
- Voorbeelden
ROT13("KSpread") geeft "XFcernq" terug
- Voorbeelden
ROT13("XFcernq") geeft "KSpread" terug
De functie SEARCH() zoekt een tekenreeks zoek_tekst in een andere tekenreeks (in_deze_tekst) en geeft de positie van het eerste teken van zoek_tekst hierin terug, gerekend vanaf het begin van de tekenreeks in_deze_tekst.
U kunt gebruik maken van jokertekens, vraagteken (?) en sterretje (*). Een vraagteken staat voor elk apart karakter, een sterretje komt overeen met een reeks van karakters.
De parameter startpunt geeft het karakter aan waar het zoeken wordt gestart. Het eerste karakter heeft het nummer 1. Als startpunt wordt weggelaten, wordt hiervoor 1 aangenomen. De functie SEARCH() maakt geen onderscheid tussen hoofd- en kleine letters.
- Syntaxis
SEARCH(zoek_tekst;in_deze_tekst;startpunt)
- Parameters
- Commentaar: De tekst die u wilt zoekenType: TekstCommentaar: De tekst die mogelijk zoek_tekst bevatType: TekstCommentaar: Opgegeven startindex voor de zoekactieType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
SEARCH("e";"Evenbeeld";5) geeft 6 terug
- Voorbeelden
SEARCH("begin";"Profijtbeginsel") geeft 8 terug
- Gerelateerde functies
FIND FINDB SEARCHB
De functie SEARCHB() zoekt een tekenreeks zoek_tekst in een andere tekenreeks (in_deze_tekst) en geeft het positienummer in terug van het eerste teken van zoek_tekst hierin terug, gerekend vanaf het startpunt van de tekenreeks in_deze_tekst, alles gerekend in bytes.
U kunt gebruik maken van jokertekens, vraagteken (?) en sterretje (*). Een vraagteken staat voor elk apart karakter, een sterretje komt overeen met een reeks van karakters.
De parameter startpunt geeft het karakter aan waar het zoeken wordt gestart. Het eerste karakter heeft het nummer 2. Als bytepositie_start wordt weggelaten, wordt hiervoor 2 aangenomen. De functie SEARCHB() maakt geen onderscheid tussen hoofd- en kleine letters.
- Syntaxis
SEARCHB(zoek_tekst;in_deze_tekst;bytepositie_start)
- Parameters
- Commentaar: De tekst die u wilt zoekenType: TekstCommentaar: De tekst die mogelijk zoek_tekst bevatType: TekstCommentaar: Opgegeven beginpunt in bytes voor de zoekactieType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Gerelateerde functies
FINDB FIND SEARCH
De functie SLEEK() verwijdert alle spaties uit een tekenreeks.
- Syntaxis
SLEEK(tekst)
- Parameters
- Commentaar: BrontekenreeksType: Tekst
- Voorbeelden
SLEEK("dit is wat tekst ") geeft "ditiswattekst" terug
- Gerelateerde functies
TRIM
De functie SUBSTITUTE() vervangt in een tekenreeks oude_tekst door nieuwe_tekst. Als het voorkom_num opgegeven is, dan wordt alleen op dat voorkom_num oude_tekst vervangen door nieuwe_tekst. Anders wordt elk voorkomen van oude_tekst vervangen door nieuwe_tekst. Gebruik SUBSTITUTE() als u een bepaalde tekst wilt vervangen, en gebruik REPLACE() als u iedere tekst die op een bepaalde plaats voorkomt wilt vervangen.
- Syntaxis
SUBSTITUTE(tekst; oude_tekst; nieuwe_tekst; voorkom_num)
- Parameters
- Commentaar: Te vervangen tekstType: TekstCommentaar: Deel van tekst die u wilt vervangenType: TekstCommentaar: Nieuwe vervangende tekstType: TekstCommentaar: Plaats waar tekst moet worden vervangenType: Geheel getal (zoals 1; 132; 2344)
- Voorbeelden
SUBSTITUTE("kostengegevens";"kosten";"verkoop") geeft "verkoopgegevens" terug
- Voorbeelden
SUBSTITUTE("kwartaal 1, 2001";"1";"3";1) geeft "kwartaal 3, 2001" terug
- Voorbeelden
SUBSTITUTE("kwartaal 1, 2001";"1";"3") geeft "kwartaal 3, 2003" terug
- Gerelateerde functies
REPLACE REPLACEB FIND FINDB
De functie T(waarde) geeft de tekst terug waarnaar verwezen wordt door waarde. Als waarde een tekst is of naar een tekst verwijst, dan wordt waarde teruggegeven. Als waarde niet naar een tekst verwijst, wordt een lege tekenreeks teruggegeven.
- Syntaxis
T(waarde)
- Parameters
- Commentaar: WaardeType: Elk type waarde
- Voorbeelden
T("Calligra") geeft "Calligra" terug
- Voorbeelden
T(1.2) geeft "" (lege tekenreeks)
De functie TEXT() zet een waarde om naar tekst.
- Syntaxis
TEXT(waarde)
- Parameters
- Commentaar: WaardeType: Elk type waarde
- Voorbeelden
TEXT(1234.56) geeft de tekst "1234.56" terug
- Voorbeelden
TEXT("KSpread") geeft "KSpread" terug
De functie TOGGLE() vervangt kleine letters door hoofdletters en andersom.
De functie TRIM() geeft tekst terug zonder overbodige spaties tussen de woorden.
- Syntaxis
TRIM(tekst)
- Parameters
- Commentaar: TekenreeksType: Tekst
- Voorbeelden
TRIM(" Hallo KSpread ") geeft "Hallo KSpread" terug
De functie UNICHAR() geeft het karakter terug dat bij de opgegeven unicode (een uitbreiding van de ASCII-code) daar van behoort.
De functie UNICODE() geeft de unicode (een uitgebreide ASCII-code) terug voor het eerste karakter in een tekenreeks.
De functie UPPER() zet alle letters in een tekenreeks om naar hoofdletters.
De functie ACOS(x) geeft de arccosinus y terug in radialen, van het getal x. (x uit [-1, +1], y uit [0, PI] (per definitie)).
- Syntaxis
ACOS(getal)
- Parameters
- Commentaar: Hoek (radialen)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
ACOS(0.8) geeft 0.6435011 terug
- Voorbeelden
ACOS(0) geeft 1.57079633 terug
- Gerelateerde functies
COS
De functie ACOSH(x) berekent de inverse hyperbolische cosinus y van het getal x; dit is de waarde waarvan de hyperbolische cosinus x. (x uit [1, ->), y >=0 (per definitie)). Als x kleiner is dan 1.0, dan geeft ACOSH() de foutmelding"not-a-number" (NaN). De andere waarde van y die voldoet aan COSH(y)=x is -y.
- Syntaxis
ACOSH(getal)
- Parameters
- Commentaar: Hoek (radialen)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
ACOSH(5) geeft 2.29243167 terug
- Voorbeelden
ACOSH(0) geeft de foutmelding NaN terug
- Gerelateerde functies
COSH
De functie ACOT(x) geeft de arccotangens y van een getal x terug. (x uit R, y in radialen, uit (0, PI) ). Is de inverse van COT(x).
- Syntaxis
ACOT(getal)
- Parameters
- Commentaar: Hoek (radialen)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
ACOT(0) geeft 1.57079633 terug
De functie ASIN(x) geeft de arcsinus y terug in radialen, van het getal x. (x uit [-1, 1]. y uit [-PI/2, PI/2] (per definitie)).
- Syntaxis
ASIN(getal)
- Parameters
- Commentaar: Hoek (radialen)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
ASIN(0.8) geeft 0.92729522 terug
- Voorbeelden
ASIN(0) geeft 0 terug
- Gerelateerde functies
SIN
De functie ASINH(x) berekent de inverse hyperbolische sinus y van het getal x; dit is de waarde waarvan de hyperbolische sinus x is. (x uit R, y uit R)
- Syntaxis
ASINH(getal)
- Parameters
- Commentaar: Hoek (radialen)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
ASINH(0.8) geeft 0.73266826 terug
- Voorbeelden
ASINH(0) geeft 0 terug
- Gerelateerde functies
SINH
De functie ATAN(x) geeft de arctangens y terug in radialen, van het getal x. (x uit R, y uit (-PI/2, PI/2) (per definitie)).
De functie ATAN2(x.y) berekent de arctangens z in radialen, van de twee variabelen x en y. Dit is gelijk aan de arctangens van y/x, met dit verschil dat de tekens van beide argumenten gebruikt worden om het kwadrant van het resultaat te bepalen. (x uit R, ongelijk 0, y uit R, z uit (0, 2*Pi), behalve Pi).
- Syntaxis
ATAN2(waarde;waarde)
- Parameters
- Commentaar: Hoek (radialen)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)Commentaar: Hoek (radialen)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
ATAN2(0.5;1.0) geeft 1.107149 terug (beide positief, dus 1e kwadrant)
- Voorbeelden
ATAN2(-0.5;2.0) geeft 1.815775 terug (2e kwadrant)
- Gerelateerde functies
ATAN
De functie ATANH(x) berekent de inverse hyperbolische tangens y van het getal x; dit is de waarde waarvan de hyperbolische tangens x is. (x uit (-1, 1), y uit R ). Als de absolute waarde van x groter is dan 1.0, dan geeft ATANH() de foutmelding "not-a-number" (NaN) terug.
- Syntaxis
ATANH(getal)
- Parameters
- Commentaar: Hoek (radialen)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
ATANH(0.8) geeft 1.09861229 terug
- Voorbeelden
ATANH(0) geeft 0 terug
- Gerelateerde functies
TANH
De functie COS(x) geeft de cosinus y terug van een getal x, waarbij x gegeven is in radialen. (x uit R, y uit [-1, 1]).
De functie COSH(x) geeft de hyperbolische cosinus y terug van het getal x. Deze is wiskundig gedefinieerd als (exp(x) + exp(-x)) / 2. (x uit R, y >= 1).
- Syntaxis
COSH(getal)
- Parameters
- Commentaar: Hoek (radialen)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
COSH(0.8) geeft 1.33743495 terug
- Voorbeelden
COSH(0) geeft 1 terug
- Gerelateerde functies
ACOSH
De functie CSC(x) geeft de cosecans y terug van het getal x, waarbij x gegeven is in radialen. (x uit R, x ongelijk aan 0, +/- PI, +/- 3*PI, etc, , |y| >=1).
- Syntaxis
CSC(getal)
- Parameters
- Commentaar: Hoek (radialen)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
CSC(PI()/2) geeft 1 terug
De functie CSCH(x) geeft de hyperbolische cosecans y terug van het getal x, waarbij x gegeven is in radialen (x uit R, ongelijk 0, y uit R, ongelijk 0).
- Syntaxis
CSCH(getal)
- Parameters
- Commentaar: Hoek (radialen)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
CSCH(PI()/2) geeft 0.434537208... terug
De functie DEGREES() zet een hoek of getal uitgedrukt in radialen om naar een hoek in graden.
- Syntaxis
DEGREES(getal)
- Parameters
- Commentaar: Hoek (radialen)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
DEGREES(0.78) geeft 44.69 terug
- Voorbeelden
DEGREES(1) geeft 57.29 terug
- Gerelateerde functies
RADIANS
De functie PI() geeft de benaderde waarde van Pi terug.
- Syntaxis
PI()
- Parameters
- Voorbeelden
PI() is gelijk aan 3.141592654...
De functie RADIANS() zet een hoek uitgedrukt in graden om naar een hoek of getal in radialen.
- Syntaxis
RADIANS(getal)
- Parameters
- Commentaar: Hoek (graden)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
RADIANS(75) geeft 1.309 terug
- Voorbeelden
RADIANS(90) geeft 1.5707 terug
- Gerelateerde functies
DEGREES
De functie SEC(x) geeft de secans y terug van het getal x, waarbij x gegeven is in radialen (x uit R, ongelijk aan +/-PI/2; +/-3*PI/2, etc; y uit R, niet uit (-1, 1)).
- Syntaxis
SEC(getal)
- Parameters
- Commentaar: Hoek (radialen)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
SEC(0) geeft 1 terug
De functie SECH(x) geeft de hyperbolische secans y terug van het getal x, waarbij x gegeven is in radialen (x uit R, y uit (0, 1]).
- Syntaxis
SECH(getal)
- Parameters
- Commentaar: Hoek (radialen)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
SECH(0) geeft 1 terug
De functie SIN(x) geeft de sinus y terug van een getal x, waarbij x gegeven is in radialen. (x uit R, y uit [-1, 1] ).
De functie SINH(x) geeft de hyperbolische sinus y terug van het getal x. Deze is wiskundig gedefinieerd als (exp(x) - exp(-x)) / 2. (x uit R, y uit R).
- Syntaxis
SINH(getal)
- Parameters
- Commentaar: Hoek (radialen)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
SINH(0.8) geeft 0.88810598 terug
- Voorbeelden
SINH(0) geeft 0 terug
- Gerelateerde functies
ASINH
De functie TAN(x) geeft de tangens y terug van een getal x, waarbij x gegeven is in radialen. (x uit R behalve +/- PI/2; +/- 3PI/2; etc, y uit R).
- Syntaxis
TAN(getal)
- Parameters
- Commentaar: Hoek (radialen)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
TAN(0.7) geeft 0.84228838 terug
- Voorbeelden
TAN(0) geeft 0 terug
- Gerelateerde functies
ATAN
De functie TANH(x) geeft de hyperbolische tangens y terug van het getal x. Deze is wiskundig gedefinieerd als sinh(x)/cosh(x). (x uit R, y uit (-1. 1) ).
- Syntaxis
TANH(getal)
- Parameters
- Commentaar: Hoek (radialen)Type: Een decimale breuk (floating point) (zoals 1.3, 0.343, 253)
- Voorbeelden
TANH(0.8) geeft 0.66403677 terug
- Voorbeelden
TANH(0) geeft 0 terug
- Gerelateerde functies
ATANH
Calligra Sheets
Programma copyright 1998-2019 het Calligra Sheets Team:
Torben Weis
(weis AT kde.org)Laurent Montel
(lmontel AT mandrakesoft.com)David Faure
(faure AT kde.org)John Dailey
(dailey AT vt.edu)Philipp Müller
(philipp.mueller AT gmx.de)Ariya Hidayat
(ariya AT kde.org)Norbert Andres
(nandres AT web.de)Shaheed Haque
(srhaque AT iee.org)Werner Trobin
(trobin AT kde.org)Nikolas Zimmermann
(wildfox AT kde.org)Helge Deller
(deller AT kde.org)Percy Leonhart
(percy AT eris23.org)Eva Brucherseifer
(eva AT kde.org)Phillip Ezolt
(phillipezolt AT hotmail.com)Enno Bartels
(ebartels AT nwn.de)Graham Short
(grahshrt AT netscape.net)
Documentatie copyright 2002 Pamela Roberts (pamroberts AT blueyonder.co.uk)
Kleine updates van documentatie voor KOffice 1.3 by Philip Rodrigues (phil AT kde.org).
Schermbeeld updates voor Calligra 3.1 door Carl Schwan (carl AT carlschwan.eu)
Dit document is vertaald in het Nederlands door Natalie Koning
Deze documentatie valt onder de bepalingen van de GNU vrije-documentatie-licentie.
Deze toepassing valt onder de bepalingen van de GNU General Public License.

